Fokker schetst gunstig perspectief voor lange termijn

ROTTERDAM, 22 APRIL. Vliegtuigbouwer Fokker noemt de korte-termijnvooruitzichten in zijn vanmorgen gepresenteerde jaarverslag onzeker maar omschrijft de lange-termijnperpectieven als 'onverdeeld gunstig'. Het bedrijf wil zich daarom voor 1991 niet wagen aan enige prognose over winst en omzet.

Over 1990 maakte Fokker een nettowinst van 83,4 miljoen gulden, dieeen winst per aandeel opleverde van 2,49 gulden. Over 1989 beliep de winst 42,2 miljoen gulden, 1,27 gulden per aandeel. Ondanks deze winstverdubbeling maakte Fokker afgelopen februari al bekend over 1990 geen dividend te zullen uitkeren. Als redenen werden toen opgegeven de onzekerheid in de luchtvaartwereld en de extreem lage koers van de dollar, de munteenheid waarin het bedrijf voor zijn vliegtuigen wordt betaald, terwijl een goed deel van de produktiekosten wordt verrekend in dure Europese munten.

Deze dollarkoers was afgelopen februari nog 1,63 gulden maar ligt nu tot grote opluchting van Fokker zo'n dertig cent hoger. De omzet van het concern steeg vorig jaar met veertien procent van 2.799 miljoen tot 3.202 miljoen gulden. Deze stijging komt vooral voor rekening van de Fokkers-50 en 100, waarvan in 1990 respectievelijk 37 en 31 exemplaren werden afgeleverd. Fokkers eigen vermogen groeide van 775 miljoen in 1989 tot 865 miljoen gulden vorig jaar. Eind 1990 bedroeg het aantal medewerkers nog 13.561, maar dat moet dit jaar vooral door natuurlijk verloop met duizend afnemen om tot lagere kosten te komen.

In het algemeen signaleert Fokker als gevolg van de huidige crisis in de burgerluchtvaart een versnelling van het al in gang zijnde concentratieproces. Enerzijds heeft dat een positieve uitwerking op de vervangingsvraag van vliegtuigen. Vooral in de Verenigde Staten nemen de sterke luchtvaartbedrijven veel routes over van zwakke concurrenten, maar niet hun veelal verouderde vliegtuigen. Anderzijds kunnen de slechte gang van zaken in de vliegwereld en het verdwijnen van luchtvaartmaatschappijen leiden tot het annuleren en vertragen van orders.

Ook Fokker ervaart dat. Zo is het aantal nieuwe orders voor Fokkers-50 en 100 sinds 1 januari op de vingers van twee handen te tellen. Nog afgelopen zaterdag suggereerde vice-president D. Carty van Fokkers grootste klant American Airlines tegenover het Algemeen Dagblad dat een optie op 75 Fokkers-100 mogelijk niet zal worden omgezet in een vaste order. Waarmee Fokkers bestellijst - met vaste orders en opties - op slag met zo'n twintig procent zou indikken. Daar komt nog bij dat de produktie van de Fokker-50 bij het uitblijven van nieuwe orders al binnen een jaar zal stagneren.

In dat licht doet Fokkers in het jaarverslag vermelde voornemen om de vliegtuigproduktie op te voeren van 68 stuks in 1990 tot 100 in 1993 wat parmantig aan. Ook elders in het jaarverslag straalt de vliegtuigbouwer een zelfvertrouwen uit dat niet geheel door de realiteit wordt gedekt. Zo wordt geschreven alsof de voorgenomen ontwikkeling van de Fokker-130 (een verlengde F-100) en van de Fokker-80 (gebaseerd op de oude F-28) al rond is. “De produktieperiode van beide programma's zal zich tot na de eeuwwisseling uitstrekken”, aldus Fokker. In feite moeten Fokkers haalbaarheidsstudies nog ter goedkeuring worden voorgelegd aan het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart. Daarna zal Economische Zaken in Den Haag pas besluiten over financiele steun en kan Fokker ook zelf pas een definitieve beslissing nemen.

Feit is dat de markt voor vliegtuigen met tachtig tot honderd stoelen nu al overvol dreigt te raken, onder meer door het voornemen van de Duitse gigant Deutsche Aerospace om zich samen met het Franse Aerospatiale en het Italiaanse Alenia op deze sector te werpen. Verder hebben British Aerospace met zijn BA-146 nra, Airbus met een A-319 en McDonnell Douglas met de MD-87 plannen om zich op de markt voor tachtig tot honderddertig-zitters te werpen, terwijl de al vliegende Boeing 737-500 ook in deze klasse valt. Tot slot wordt er in het jaarverslag met geen woord gerept over Fokkers grootste dilemma, namelijk dat er in de latere jaren negentig een geheel nieuwe generatie vliegtuigen zal moeten worden ontwikkeld tegen kosten die door een relatief kleine vliegtuigbouwer op Schiphol-Oost met geen mogelijkheid zijn op te brengen.

Samenwerking of samengaan met een andere vliegtuigbouwer lijkt daarom een strikte noodzaak, wil Fokker in de volgende eeuw overleven. De Fokker-directie laat doorschemeren dat zo'n verregaande cooperatie of zelfs fusie energiek wordt nagestreefd maar uiterst moeilijk blijkt.

In de vroege jaren tachtig deed Fokker al eens een vergeefse poging in zee te gaan met het Amerikaanse McDonnell Douglas.