De supermarkt van Magere Hein

De supermarkt in de Parijse voorstad Creteil oogt, uit de verte, als een gewone zelfbedieningszaak. Naderbij gekomen zie je dat de winkel uit twee gedeelten bestaat. De linkerhelft heet 'Fun Eclerc' en heeft nog het meest weg van een overdekt kerkhof. De afdeling rechts ziet eruit als de HEMA en heet Roc Eclerc. Iedereen gaat de winkel rechts binnen, het HEMA-gedeelte, waar men ontspannen met een karretje zijn boodschappen kan doen.

Het is zaterdagmiddag. Er klinkt muziek van Chris Rhea en Madonna. Een man overlegt kauwgum kauwend met zijn vrouw of ze een gigantisch plastic bloemstuk in roze dan wel in paars zullen kopen. Verderop dumpt iemand een grijs tegeltje ondersteboven in een karretje. De laatste letters van het woord 'Regrets' vallen nog net waar te nemen.

Handgemaakte marmeren tegels, vergulde Maria's en Davidssterren met teksten als “Depuis que tes yeux se sont fermes, les notres ne cessent de pleurer”. Alles ziet er even imposant uit. Het mooie, bescheiden bloemetje van porselein zoek ik tervergeefs.

Ter linkerzijde valt geen muziek te beluisteren, lopen de verkopers in het zwart en gedragen de klanten zich discreter. De grafstenen van marmer en graniet dragen koperen naamplaatjes en prijskaartjes: 'Rose de la Clarte', 'Noir Royal' of 'Labrador bleu', schommelend tussen de 5.500 en 15.000 francs. Een van de stenen is gemaakt in de vorm van een boek.

“Op het Franse platteland worden de doden nog door familie en buren ten grave gedragen, in de stad allang niet meer. Het was altijd een grote eer om zelf de kist te dragen. Hoe minder buitenstaanders er aan te pas komen, hoe beter.” Aan het woord is Michel Leclerc, zakenman.

Zijn broer bezit een van de grootste supermarktketens in Frankrijk. Hijzelf is op wat kleinere schaal bezig, maar de aard van zijn onderneming is des te opmerkelijker. Sinds 1983 heeft Leclerc een winkelbedrijf met 131 vestigingen in heel Frankrijk, plus een supermarkt, alle gespecialiseerd in begrafenisartikelen.

“In een aantal kranten las ik: Leclerc heeft de graftombe ontheiligd. Maar, zeg ik dan, kan een simpele prijsverlaging dat bewerkstelligen?

Zullen de mensen minder aangedaan zijn? Juist de Pompes Funebres Generales (de Algemene Begrafenisonderneming) misbruikt de gemoedstoestand van de mensen door exorbitante bedragen te vragen.''

Vanaf het begin van de jaren tachtig voert Leclerc strijd tegen de monopoliepositie van de algemene begrafenisonderneming. Tot 1904 genoot de kerk deze soevereiniteit, nadien ging alles over in handen van de gemeente. Naar de letter van de wet maakte Leclerc zich schuldig aan illegale praktijken, maar thans lijkt de zaak toch in der minne geschikt. Er is een arrest van het Hof van Cassatie van februari 1990, dat voorziet in de mogelijkheid om monopolieposities aan te pakken. Van rechtsvervolging kan dus geen sprake meer zijn.

“Het gaat hier om ordinaire corruptie”, zegt Leclerc. “In Frankrijk zijn de burgemeesters tevens gedeputeerden. De verkiezingscampagnes worden onder meer bekostigd uit de opbrengst van het begrafeniswezen.

Maar steeds meer gemeenten vonden deze gang van zaken moreel onaanvaardbaar. Toen de socialisten aan de macht kwamen hebben ze er alles aan gedaan om hierin verandering te brengen.

Onder Chirac daarentegen moest alles angstvallig in de doofpot blijven, want zijn naaste assistent was de baas van de Societe Lyonnaise des Eaux (waterleidingen) die op haar beurt weer de scepter zwaaide over de Pompes Funebres Generales. Een nieuwe wet zal ons behoeden voor alleenheerschappijen, maar moet wel als 'garde-fou'

fungeren: zonder informatie en richtlijnen zou het een chaos worden. Of je de overledene thuis opbaart, in het gemeentehuis of op een publieke plaats, het moet allemaal met een zekere waardigheid gebeuren.''

In het verre van luxueuze kantoortje van Leclerc, vlak in de buurt van de Vlooienmarkt, hangt een grote foto van 'zijn' lijkwagen: een gouden Ford Transit-busje met een modern vormgegeven Maria naast de schuifdeur. Zweren bij de kleur zwart vindt hij grote onzin. “Waarom zou je? Er is niets dat de kleur zwart met de dood verbindt. Het is om commerciele redenen ingevoerd. In Frankrijk is het nagenoeg 'uit' om in die kleur te rouwen. In Afrika gaan ze in het wit. Onze dragers hebben grijze pantalons en marineblauwe colberts.”

Toch schuwt Leclerc de commercie niet. “Natuurlijk niet. Maar bij ons zit je wel op de helft van de prijs. En we leveren alles op bestelling. Van alle rituelen zijn wij op de hoogte. Moslims, orthodoxe joden, katholieken, protestanten, ze kunnen allemaal bij ons terecht. De teraardebestelling hoeft men niet door ons te laten doen en iedereen kan kopen wat hij wil. Nu moeten veel mensen zich nog verlaten op de Association des Pompes Funebres et de la Marbrerie, een bundeling van organisaties waar zaken als zerken en bloemen vandaan komen. In mijn winkels kun je op je gemak rondkijken en selectief kiezen. Je wordt dan niet gedwongen om wazig in een brochure te staren en in een paar minuten iets te beslissen waar je hoofd uitgerekend op dat moment niet naar staat. Veel mensen komen zich daarom bij ons orienteren en hebben alle vrijheid om hun keuze te maken.”

Een unheimisch gevoel overvalt me als ik even later zie dat bij de volgende metrohalte 'Hopital H. Mondor' aangegeven staat, op een steenworp afstand van een kerkhof. Nadere inspectie van de kaart van Creteil versterkt dat gevoel: binnen een straal van nog geen kilometer zijn er drie ziekenhuizen.