De lijdensweg van een werkloze trainer

Het is een spannende en tevens onzekere tijd voor vele trainers uit het betaald voetbal. Verscheidene clubs nemen straks afscheid van hun man op de bank en trekken een nieuwe aan. Het probleem is dat er veel meer oefenmeesters dan clubs zijn. Daarom zit een aantal trainers zich momenteel al maandenlang thuis te verbijten. Rinus Israel, Rob Jacobs, bijvoorbeeld, maar ook Lex Schoenmaker, ex-speler van ADO, FC Den Haag en Feyenoord met 144 eredivisiedoelpunten achter zijn naam. De 43-jarige Hagenaar heeft sinds 1987 het hoogste trainersdiploma op zak. Hij zit na zijn vertrek als assistent bij Feyenoord echter al bijna een seizoen zonder club.

Schoenmaker heeft door het feit dat hij 25 jaar achtereen in het betaald voetbal actief was nog ruim twee jaar recht op een uitkering.

“Maar”, zegt hij, “als ik na het volgende seizoen nog niets heb moet er wat gebeuren. Dat ben ik mijn gezin wel verplicht.” Omscholen lijkt dan de enige weg. Maar Schoenmaker zou niet weten wat hij moet worden. Voetbal is zijn leven. “En met een MULO-diploma kom je nergens.”

Zoals alle werkloze trainers vraagt Lex Schoenmaker zich ook dagelijks af waarom hij niet aan het werk komt. Hij zegt een goede staat van dienst als voetballer te hebben, als trainer goed werk te hebben geleverd bij FC Den Haag en Feyenoord en tevens onder de 'groten' uit het vak te hebben getraind, Happel, Boskov en Jezek. “Bij Feyenoord heb ik lekker met Jacobs en Israel gewerkt. Met Jacobs haalden we Europees voetbal. Met Verbeek klikte het gewoon niet. Hij was tien jaar jonger dan ik en ik was wel de assistent. Dan word je toch een beetje als watje beschouwd”, aldus Schoenmaker. “Er is een punt dat mij bijzonder frusteert. Wie je ook opnoemt met een diploma coach betaald voetbal ze hebben allemaal een keer de kans gekregen als hoofdtrainer. Piet Schrijvers gaat nu TOP trainen, maar hij was eerder al actief bij Wageningen. Zo'n kans heb ik nog niet gehad.”

Schoenmaker maakt er geen geheim van dat hij geen makkelijke tijd doormaakt. Hij traint momenteel, als invaller voor zijn zieke vriend en ex-ploeggenoot Aad Mansveld, een amateur-derdeklasser, het oer-Haagse Laakkwartier. Maar dat biedt voor de lange termijn ook geen oplossing. Schoenmaker die op een steenworp van het Haagse stadion in het Zuiderpark woont (“Adriaanse doet het voorlopig goed. Daar is geen speld tussen te krijgen”) solliciteert bij elke club waarvan hij in de vakbladen en kranten leest dat er een trainer wordt gezocht. Hij voelt zich daar niet te groot voor. “Dat mag ik niet. Ik heb geen werk. Dus moet ik op zoek. Ik hoor liever ergens 'nee' dan dat ik me zou afvragen of die club misschien iets voor me zou zijn geweest.”

PSV dat een assistent voor Bobby Robson zoekt kreeg onlangs een brief van Schoenmaker en verleden week ging er een schrijven naar Veendam op de bus.

Naar De Lange Leegte? Schoenmaker: “Waarom niet? Ik grijp alles aan. Leo Beenhakker heeft ook in Veendam getraind en die is toch niet onaardig weggekomen, dacht ik zo.” Hij geeft wel toe een beetje te hebben zitten lachen toen hij de brief naar Veendam schreef. “Voor onze vroegere manager bij FC Den Haag, Eddie Hartmann, was de Lange Leegte altijd een soort schrikbeeld. Daar heeft hij destijds wat opmerkingen over gemaakt en die zijn hem in Veendam niet in dank afgenomen. Daar moest ik aan denken.”

Schoenmaker probeert optimistisch te blijven. Dat Ab Fafie na twee jaar toch weer een club vond en nu met FC Utrecht op een ticket voor het toernooi om de UEFA Cup afstevent heeft hem moed gegeven. “Ook ik was kandidaat bij FC Utrecht. Die club belde me destijds keurig af. Je moet gewoon een beetje geluk hebben.”