Architecten missen 'culturele visie' in nota; 'WVC gaat teveel uit van gebruikswaarde gebouw'

Donderdag verscheen de langverwachte nota 'Ruimte voor Architectuur'. Gisteren discussieerden minister d'Ancona, architecten en beleidmakers over inhoud en toekomstverwachtingen van deze nota.

AMSTERDAM, 22 APRIL. De architect Carel Weeber: “Ik ben buitengewoon blij met deze nota architectuurbeleid, maar ze slaat de plank wel grandioos mis. Bovendien is het stuk vijf jaar te laat” De Haarlemse stadsarchitect Thijs Asselbergs: “Weer is de gebruikswaarde van een gebouw het hoogste goed en wordt de culturele waarde achtergesteld in deze nota”. De architect-hoogleraar Jo Coenen: “De overheid zou, wat betreft de architectuur, niet zo terughoudend moeten blijven”

Gisteren stond in De Balie in Amsterdam de architectuurnota ter discussie. Daar bleek dat architecten wel waardering hebben voor het geschrift - voornamelijk omdat er eindelijk aandacht aan de architectuur wordt geschonken - maar er verder wel de nodige kanttekeningen bij plaatsen.

De overheid wil met 'Ruimte voor Architectuur' een hogere kwaliteit van de bebouwde omgeving bereiken. De nota, die op initiatief van de ministeries van WVC en VROM werd opgesteld, spreekt van een stimuleringsfonds waar beide ministers tot en met 1994 ruim negentien miljoen gulden instoppen. Daarnaast moeten gebouwen waarvan de opdracht is verstrekt door het rijk een voorbeeldfunctie vervullen. En de rijksbouwmeester krijgt het helemaal druk. Hij moet adviseren over de keuze van architect, lokatie, architectonische aspecten en het inschakelen van beeldende kunstenaars. d'Ancona benadrukte de noodzaak van 'haar' nota, “want iedere centimeter die architectonisch misbruikt wordt in Nederland is een schande.”

Een klacht die architecten tijdens de discussie veelvuldig lieten horen was dat de nota teveel uitgaat van het nut en comfort dat een gebouw de gebruikers moet bieden. Carel Weeber: “Architectuur is immers de culturele component van het bouwen. Het was voor deze nota beter geweest als het ministerie van VROM er buiten was gebleven.”

Minister d'Ancona schudde haar hoofd. “De bijdrage van VROM is onontbeerlijk geweest. Wat hebben we aan een nota vol mooie plannen, terwijl we die in de alledaagse werkelijkheid niet kunnen uitvoeren?”

De culturele waarde is onlosmakelijk verbonden met de gebruiks- en toekomstwaarde, meenden de beleidsmakers.

De architecten waren het daar niet mee eens. De overheid zou zich een inhoudelijk oordeel over architectuur moeten aanmeten. Daarnaast moet het rijk meer sturingsmiddelen gebruiken. Immers, particuliere opdrachtgevers laten zich weinig aan culturele waarden gelegen liggen.

Maar kan er dan echt niet mooier gebouwd worden, vroeg Coenen zich af. d'Ancona liet over de begrippen mooi en lelijk niet het achterste puntje van haar tong zien. Jo Coenen deed dat wel. Hij weet de uniformiteit van de sociale woningbouw en de spiegelende dozen die de vele kantoren herbergen aan een gebrek aan ideeen. En dan is er nog de plaats van de kantoren in het stedelijke landschap. Zonder enige samenhang worden de gebouwen aan de rand van de periferie neergezet, zonder rekening te houden met de menselijke waarde. Coenen liet een dia zien hoe het volgens hem wel moet: een Frans stadje met kleine straatjes.

“Laat die Italiaanse straatjes maar zitten”, reageerde wethouder Linthorst. Het stadscentrum barst uit elkaar, zo meenden zowel de wethouder als Carel Weeber. Daarom is het onzin ,vonden zij, om zoals Coenen doet, uit te gaan van drie mensen op een trottoir. Bij het bouwen in de stedelijke context moet worden uitgegaan van moderne vervoermiddelen. “Wie loopt er nu nog door de stad?”, vroeg Weeber zich af. Hij opperde de veronderstelling dat het stadscentrum niet lang meer een daadwerkelijk centrum zal blijven. Bedrijvigheid verplaatst zich naar de stadsrand, in open groene velden waar kantoren ongebreideld kunnen worden gebouwd, en dicht bij vliegvelden staan.

Een probleem is dat voor Weeber overigens niet: “Als ik op de snelweg van Amsterdam naar Rotterdam rij, zie ik veel mooie gebouwen.

Bovendien, al dat Hollandse groen gaat ook vervelen.''