Amsterdamse gerechtshof hoort in de binnenstad thuis

Het gerechtshof te Amsterdam heeft in de krant moeten lezen dat de ministers van Justitie en VROM zich nu hebben voorgenomen het Paleis van Justitie aan de Prinsengracht 'af te stoten' en het gerechtshof te verplaatsen naar een nieuw te bouwen kantoortoren in het 'Justitiecomplex' aan de Parnassusweg in Amsterdam-Zuid.

In overleg met het Hof was besloten dat het mooie maar verwaarloosde Paleis van Justitie na het vertrek van de rechtbank grondig zou worden gerenoveerd en voor het Hof geschikt zou worden gemaakt. De fraaie plannen van de architect lagen in september 1990 klaar, het geld was gereserveerd en de aanbesteding zou in het najaar van 1990 plaatsvinden. Na een tijdelijke huisvesting elders zou het Hof in 1992 zijn eigen gebouw weer kunnen betrekken.

Het is anders gelopen. De Rijksgebouwendienst is gaan rekenen en heeft de ministers geadviseerd ook het Hof naar de 'Parnas' te verbannen.

Zonder ruggespraak met het Hof lopen de ministers achter het gefluit van de Rijksgebouwendienst aan.

Een besluit tot verplaatsing van het Hof is zowel door de wijze van totstandkoming als naar zijn inhoud verkeerd. Wat het eerste betreft: zonder overleg met het betrokken rechterlijke college en zonder behoorlijke motivering wordt teruggekomen op het plan dat in samenwerking was tot stand gekomen. Maar een rechterlijk college is geen ambtelijke dienst waarmee naar willekeur kan worden geschoven.

En wat de inhoud van het besluit betreft: het is niet toevallig dat het gerechtshof is gevestigd in het centrum van de hoofdplaats van het ressort. Het hoort daar thuis en het zou in de overeengekomen plannen een passend eigen gebouw hebben, los van de rechtbank.

Dit laatste verdient enige toelichting. Het Hof behandelt zaken van hoger beroep tegen beslissingen van de rechtbanken in het ressort.

Appellanten moeten niet het gevoel krijgen in wezen bij dezelfde rechters terecht te komen. Integendeel: door een eigen gebouw en een eigen identiteit geeft het Hof blijk van zijn karakter als een geheel ander (hoger) rechtscollege.

Een samenwoning met de rechtbank van Amsterdam in een kantoorcomplex zonder eigen karakter is dus al daarom ongewenst en daarbij valt te bedenken dat onder het Hof vier rechtbanken ressorteren: niet alleen Amsterdam, maar ook Alkmaar, Haarlem en Utrecht, waarmee niet wordt samengewoond.

Van groot belang is ook de zichtbaarheid van de rechtspleging in de samenleving. Rechters dienen niet aan de hand van dossiers in een grootschalig kantoorgebouw aan de rand van de stad in geheimzinnigheid ondere zware bewaking recht te spreken maar in openbare zittingen waar iedereen kan binnenlopen.

Rechtspraak in de binnenstad met publiek op de tribune voldoet aan die eis. Een besluit om het Hof uit de binnenstad te verwijderen miskent dit zo wezenlijke element van zichtbaarheid van de rechtspleging.

“Justice should not only be done but it should also clearly be seen to be done”. Voor dit alles heeft de Rijksgebouwendienst geen oog.

Hij kijkt alleen naar 'efficiency', 'flexibiliteit' en naar geld, niet naar de hogere waarden van goede rechtspleging. En wat dan de 'efficiency' betreft: het vastklampen aan de al verouderde waan dat concentratie tot betere werkwijze leidt is hier temeer misplaatst nu Hof en rechtbank organisatorisch niets met elkaar te maken (behoren) te hebben.

Er is nog een derde in het geding: de gemeente Amsterdam wenst ons Hof in de binnenstad niet te missen en de stadsdeelraad Zuid, waar de Parnassusweg onder valt, houdt zich aan het bestemmingsplan, waarin het voor de nieuwe toren beoogde terrein juist niet bebouwd mag worden.

Het Hof heeft door openbare actie, deels van ludieke aard, de algemene aandacht gevestigd op de zorgelijke ontwikkeling, waarvan iedereen spijt zal hebben wanneer het te laat zal zijn. Het wordt nu ernst. Het voorgenomen besluit is alleen al door zijn totstandkoming in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur. Dit is in een rechtsstaat onaanvaardbaar. En een rechterlijk college dat - in de belangen die het heeft te behartigen - hierdoor wordt getroffen zal er moeilijk in kunnen berusten.