Zwakzinnigen vereisen bijscholing arts

NOORDWIJKERHOUT, 20 april - Een nationaal instituut voor wetenschappelijk onderzoek en een opleiding die kan concurreren met andere specialismen. Drs. M.J.G. Cremers hoopt vurig dat dat het resultaat zal zijn van het eerste Europese congres over de medische aspecten in de zorg voor verstandelijk gehandicapten, dat morgen onder haar voorzitterschap in Noordwijkerhout begint.

Tijdens het congres, dat is georganiseerd ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Nederlandse vereniging van artsen in de zwakzinnigenzorg (NVAZ), zullen deskundigen uit binnen- en buitenland stil staan bij de medische aspecten van de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Ook wordt het startschot gegeven voor de oprichting van een Europese vereniging voor artsen die werkzaam zijn in de zwakzinnigenzorg.

Cremers is sinds een aantal jaren belast met de coordinatie van de eenjarige postdoctorale opleiding voor artsen in de zwakzinnigenzorg.

Omdat tijdens de artsenopleiding niet of nauwelijks aandacht wordt besteed aan de behandeling van zwakzinnigen is de behoefte aan bijscholing groot.

“Een probleem waar artsen op stuiten die in een instelling voor zwakzinnigen werken, is het stellen van de diagnose. Een huisarts die een overspannen manager bij zich krijgt die niet meteen vertelt wat er met hem aan de hand is, krijg je na enig doorvragen wel aan de praat.

Verbaal contact met zwakzinnigen is onmogelijk. Alleen door iemand heel nauwkeurig te observeren kunnen de omgeving, de ouders of verzorgers er achter komen wat de klachten zijn en daar de arts op attenderen'', aldus Cremers, die jaren als arts met zwakzinnigen heeft gewerkt.

Bijna twaalf jaar is de arts L. Pouwels verbonden aan Noorderhaven, een instelling voor ruim zeshonderd zwakzinnigen in Julianadorp.

Dagelijks stuit hij op het probleem een juiste diagnose te stellen. “Je moet het hebben van de ervaring van iemand die een bepaald syndroom kent en weet welke lichamelijke afwijkingen kunnen optreden.

Een nu bekende kwaal bij lijders aan het syndroom van Down is bijvoorbeeld slokdarmontsteking die ontstaat door het teruglopen van de maaginhoud. Zo'n ontsteking veroorzaakt pijn op de borst. Nog niet eens zo heel lang geleden stond gebrek aan kennis over die afwijking een goede behandeling in de weg, nu kun je iemand met medicijnen behandelen.''

Anders dan in het buitenland zijn de vierhonderd Nederlandse artsen in de zwakzinnigenzorg niet verbonden aan een universiteit, wat een rem betekent op het doen van wetenschappelijk onderzoek of het regelmatig publiceren. Cremers: “Daarom wil onze vereniging dat er een opleiding komt waar artsen zich in deze tak kunnen specialiseren, zoals neurochirurgen dat ook kunnen.” Ze heeft deze wens nog niet uitgesproken of een glimlach verschijnt om haar lippen: “Ik denk dat weinig medisch specialisten hier welwillend tegenover zullen staan.”

In het deze week verschenen nummer van Medisch Contact wordt een lans gebroken voor een veel intensievere samenwerking tussen de medische faculteiten en de werkers in de zwakzinnigenzorg. “Eigenlijk is het merkwaardig dat de samenwerking zo gering is. De nadruk in de zwakzinnigenzorg ligt immers op de institutionele zorg. Zwakzinnigheid vormt daarmee een uitgelezen terrein voor longitudinaal patient-gebonden onderzoek. De geschiedenis van de zwakzinnigenzorg is echter gedomineerd door de charitas”, zo verklaart dr. C.

Spreeuwenberg het gebrek aan kennis-uitwisseling. Door het gebruik aan antibiotica, anti-epileptica (zwakzinnigen lijden niet zelden aan epilepsie) en de groeiende mogelijkheden om chirurgisch in te grijpen, is de levensverwachting van geestelijk gehandicapten toegenomen. Naar de gevolgen van dit verouderingsproces zou ook veel meer onderzoek moeten worden gedaan waardoor je beter in staat bent de toekomstige behoefte aan zorg te plannen, aldus Cremers.

Pas de laatste jaren is het inzicht gegroeid dat ook zwakzinnigen ten prooi kunnen vallen aan depressies, wanen of dementie. Dr. K.

Abrahams, adjunct-directeur van Noorderhaven: “Vroeger dacht je heel snel 'hij doet zo, omdat hij zwakzinnig is'. De gedachte dat ook een zwakzinnige neurotisch zou kunnen zijn, kwam nauwelijks bij je op. Dat is gelukkig veranderd, maar ook hier stuit je op het probleem dat het ontzettend moeilijk is om een diagnose te stellen.”