Woltgens stelt minimumloon ter discussie

DEN HAAG, 20 april - Fractievoorzitter Woltgens (PvdA) noemt verlaging van het minimumloon “best bespreekbaar” als aangetoond kan worden dat er daardoor meer banen komen.

Hij garbeidsparticipatie. Woltgens zei dat de PvdA “niet te dogmatisch” naar de hoogte van het minimumloon moet kijken en daar “graag over wil discussieren”.

Hij erkende dat het minimumloon ooit was ingesteld voor de generatie werknemers die er een gezin van moesten onderhouden. De generatie werknemers van de jaren negentig bestaat volgens de PvdA-fractievoorzitter voor 90 of 100 procent uit tweeverdieners. Maar een discussie over een lager netto minimumloon vond hij alleen zinvol “als duidelijk is dat beneden dat huidige minimum nog veel is te halen”. Hij zei dat “niet ontkend kon worden” dat “acht of tien jaar bevriezing van het minimumloon op zich een werkgelegenheidseffect heeft gehad. Maar ik vraag me af of dat nog wel zo'n effect zal hebben”.

Hij zei ook beducht te zijn voor “een nieuwe toeslagenstaat”, omdat verlaging van het minimumloon bij een gelijkblijvend sociaal minimum in de bijstand ertoe kan leiden “dat je met werken minder kunt verdienen dan met een uitkering. Dan bewerkstellig je dus precies het tegenovergestelde van wat degenen willen die het minimumloon willen individualiseren.”

Onder meer de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft gesuggereerd de minimumlonen te verlagen. CDA-fractieleider Brinkman zei vorige week voorstander te zijn van een individuele benadering bij de bepaling van het loon. Minister Kok (financien) sprak afgelopen week alleen over een verlaging van de bruto minimumloonkosten.

Volgens Woltgens kan het bruto minimumloon omlaag door volksverzekeringen niet meer via premies te financieren, maar via de belastingen. “Op die manier worden de lasten voor de sociale zekerheid verdeeld over alle inkomenscategorieen.” Eventuele nivellerende effecten op de hogere inkomens zouden gematigd kunnen worden door aftrekposten te laten voortbestaan.