Veel kritiek op afschaffen landwet Z-Afrika; 'Zwarten hebben het geld niet om land te kopen'

MAJAKANENG, 20 APRIL. “Wil iedereen opstaan die vindt dat het land dat hem door de regering is afgenomen moet worden teruggegeven.” De ruim dertig aanwezige zwarte boeren schieten enthousiast en kaarsrecht overeind. Lydia Kompe, een stevige vrouw met hoofddoek, kijkt tevreden om zich heen. De les over landhervorming kan beginnen.

Lydia Kompe en Herald Winkler, een blonde twintiger met baard, zelfgebreide trui en Duits accent, zijn van Trac, Transvaal Rural Action Committee, een ideeele organisatie die het opneemt voor de arme zwarte plattelandsbevolking in Transvaal.

Lydia en Herald zijn vandaag naar Majakaneng gekomen om de lokale bevolking tekst en uitleg te geven over de landhervormingsplannen van de Zuidafrikaanse regering. Majakaneng is een gemeenschap van zestien zwarte gezinnen op ruim een uur rijden afstand van Johannesburg, gelegen tussen de rijke landerijen van blanke herenboeren en bezaaid met schamele golfplaten hutjes.

De bijeenkomst heeft plaats in de gemeenschapelijke ruimte van Majakaneng, zo te zien het enige stenen gebouw in de wijde omtrek. Het lesmateriaal is simpel en overtuigend. Op een A-4 velletje somt Trac de plannen op van het hervormingsgezinde kabinet De Klerk om de omstreden landwetten uit 1913 en 1936 nog voor het einde van de zomer af te schaffen, wetten die volgens Trac 87 procent van de grond reserveren voor de 5 miljoen blanken in het land en de resterende 13 procent voor de ruim 28 miljoen zwarte Zuidafrikanen - een wet die het mogelijk maakt dat 60.000 blanke boeren nu meer dan twaalf keer zoveel land in eigendom hebben als 12 miljoen arme zwarte plattelsbewoners.

Trac is blij met de geplande afschaffing van de landwetten, maar is allerminst tevreden met hetgeen ervoor in de plaats komt. De miljoenen zwarten die in de loop van de afgelopen decennia op basis van de landwetten en in het kader van de voorgenomen rassenscheiding hun grond hebben moeten verlaten, kunnen straks wel land in blanke gebieden kopen maar krijgen hun eigen grond niet terug. “Dat betekent dat er feitelijk niets verandert. Want de zwarten hebben gewoon het geld niet om land te kopen”, zo had Herald Winkler al uitgelegd voor aanvang van de bijeenkomst in Majakaneng. “Sterker nog, het gevaar is reeel dat de blanken er alleen maar meer grond zullen bijkopen. Zij hebben immers wel het geld daarvoor.”

Het lokaal in Majakaneng zit vol afgevaardigden van zes zwarte gemeenschappen, gemeenschappen die de afgelopen jaren op soms brute wijze zijn getroffen door de grondpolitiek van het blanke minderheidsregiem in Pretoria.

Op de voorste rij zit Pupsey Sebogodi, een grote vent met snor en overhemd dat tot aan de navel open staat. Pupsey is de chief van Braklaagte, een gemeenschap van ruim 11.000 zielen, veelal boeren die zich in de jaren vijftig met succes hebben verzet tegen een gedwongen verhuizing maar onvruchtbaarder gebied, maar die later alsnog tegen hun zin in zijn onderbracht in het thuisland Bophuthatswana.

Op de tweede rij helemaal rechts zitten Henri Mora en diens jongere neef Tita 'Chief' Mora, de een kaal de ander met een klein baardje.

Oom en neef vertegenwoordigen Mogopa, de zwarte gemeenschap die zes jaar geleden de wereldpers haalde wegens haar vasthoudende maar tevergeefse verzet tegen gedwongen verhuizing naar onvruchtbaardere grond. Een aantal leden van Mogopa is inmiddels teruggekeerd naar de graven van de voorouders, en bivakkeert daar nu in golfplaten hutjes in afwachting van de uitkomst van onderhandelingen met de regering die de mensen van Mogopa via de rechter hebben weten af te dwingen.

Helemaal achteraan zit Moroka, zoon van de chief (“ik ben de prins”) van Modderspruit, een zwarte gemeenschap die met succes een gedwongen verhuizing heeft weten af te wenden maar die nog steeds in onzekerheid leeft.

De bijeenkomst begint mat, maar naarmate de boeren meer van de landhervorming begrijpen wordt de stemming militanter. “Ze bieden ons de mogelijkheid land te kopen maar ze weten dat we het niet kunnen betalen. Dit is een zoveelste voorbeeld van discriminatie”, merkt een oude man op. “Als dit er doorkomt is het zo goed als zeker dat wij zwarten nooit en te nimmer meer land zullen krijgen”, roept een ander. “De regering vergeet haar status in dit land. We moeten de blanken terugdrijven in zee, terug naar waar ze vandaan komen”, aldus een derde. “Op deze manier blijft apartheid bestaan.” “Het land behoort aan ons, ze hebben het gestolen, en nu doen ze alsof ze van niets weten.”

Het gezelschap knikt en applaudisseert instemmend. Lydia heft een Afrikaans strijdlied aan, ritmisch en dreigend. Er wordt gedanst, geklapt, de vuisten gaan omhoog. Blonde Herald doet enthousiast mee.

“Weg met het wetsvoorstel, weg met het wetsvoorstel”, klinkt het in koor. Het gezelschap besluit aan het einde van de zitting een delegatie naar Kaapstad te sturen om de regering van zijn grieven op de hoogte te stellen.

De landwetten vormen de laatste pijlers onder de apartheid, samen met de groepsgebiedenwet, de wet die voorschrijft dat elk ras zijn eigen woongebieden moet hebben, en de wet op de bevolkingsregistratie die de bevolking opdeelt in blanken, zwarten, Indiers en kleurlingen.

De wetten zullen nog dit jaar worden afgeschaft, zo heeft president De Klerk afgelopen februari beloofd. En zoals het er nu uitziet zal intrekking van de landwetten nog deze maand in het parlement worden behandeld.

Critici menen dat de Zuidafrikaanse regering nu zo'n haast met afschaffing van de landwetten maakt, om de wereldgemeenschap ervan te overtuigen dat het haar ernst is met de beeindiging van apartheid, in de hoop dat de internationale sancties daarmee sneller zullen worden opgeheven. Een enkeling gelooft dat het blanke minderheidsregime de afschaffing van de landwetten nu door het parlement jaagt in een poging de privileges van de blanke boeren zo veel mogelijk te redden.

Want zou de regering het overlaten aan een nieuwe, democratisch gekozen meerderheidsregering, dan zou die onherroepelijk tot eerlijke herverdeling van de grond overgaan - zo luidt de redenering.

De regering De Klerk voelt niets voor teruggave van de grond. Want wie heeft recht op welk stuk land? Hoe ver ga je terug in de tijd om uit te zoeken of de groep die teruggave eist inderdaad historische rechten kan claimen op de grond?

Als de regering grond gaat herverdelen zou de hele wereld op zijn kop worden gezet, meent minister Viljoen van grondwetszaken. Dan zou bij voorbeeld ook de grond in de Verenigde Staten en Australie opnieuw verdeeld moeten worden.

Daarbij komt dat niet alleen zwarten, maar ook blanken in de loop van de jaren hebben moeten verhuizen, om bij voorbeeld ruimte te maken voor de zwarte thuislanden. Zo mag minister van buitenlandse zaken Botha, als de landwet ter sprake komt, de wereld er graag aan herinneren dat ooit een van zijn voorvaderen diens boerderij heeft moeten afstaan.

Nee, de regering wil geen oude koeien uit de sloot halen. Gerhard Koorhof, secretaris van de Nationale Partij in Transvaal, formuleert het als volgt: “De landwetten waren er al nog voordat de Nationale Partij aan de macht kwam (1948). Wij schaffen ze nu af, en voor de rest moet het vrije marktmechanisme maar haar werk doen.”

Wat Koornhof er niet bij vertelt is dat de Nationale Partij als geen andere partij gebruik heeft gemaakt van de landwet en van de groepsgebiedenwet om, vooral in de jaren zestig en zeventig, miljoenen zwarten van hun grond te halen en te verhuizen naar onvruchtbaarder gebied en naar de thuislanden, de verarmde reservoirs van goedkope migrantenarbeid voor de blanke industrie en landbouw.

Colin Bundy, professor in de geschiedenis aan de universteit van West Kaapland illustreert de dramatische volksverhuizing die in de jaren zestig en zeventig onder de regerende Nationale Partij een hoogtepunt bereikte met een aantal schokkende cijfers: Woonde in 1960 29,6 procent van de bevolking in de steden, tegen 1980 was dit aantal gedaald tot 26,7 procent. Het percentage dat op het Zuidafrikaanse platteland woonde, kelderde in deze periode van 31,3 procent tot 20,6 procent, terwijl de bevolking in de thuislanden explosief groeide van 39,1 procent tot 52,7 procent van de totale bevolking in Zuid-Afrika inclusief de thuislanden.

Maar in de loop der jaren hebben steeds meer zwarte gemeenschappen zich tegen deze massale volksverhuizing verzet. Nog steeds keren zwarten, die niet zelden door de inzet van leger en bulldozers van hun land zijn gehaald, terug naar hun grond, terug naar het land van hun voorouders. Soms geeft de rechter hen gelijk, soms is justitie genadeloos. Ook de Mogopa-clan van Tita 'Chief' Mora keerde terug en onderhandelt thans met de regering over het land. Maar zeker van hun zaak zijn ze nog niet. In het gemeentehuis van Majakaneng zwaait 'Chief' Mora nu driftig met een verfrommeld papiertje - met de handgeschreven tekst: 'Keep the Sanctions. Keep the Sanctions'.

Van Soest berekende op deze manier in eerste instantie dat - als het minimumloon in 1984 met tien procent zou zijn verlaagd - liefst 230.000 mensen weer een baan hadden kunnen krijgen, gelet op hun vermogens. Latere berekeningen kwamen echter veel lager uit. In een studie in opdracht van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid berekende Van Soest samen met Kapteyn met een uitgebreider wiskundig model dat - als het minimumloon in 1987 met tien procent zou zijn verlaagd - dit 65.000 (na een jaar) a 136.000 (na drie jaar) nieuwe arbeidsplaatsen zou hebben opgeleverd. Wat overigens nog altijd aanzienlijke getallen zijn.