Turken: Wij mogen kastanjes nu weer uit het vuur halen

ISTANBUL, 20 april - Geen van de Turkse kranten die gisteren weer op straat kwamen na een onderbreking van drie dagen vanwege het islamitische suikerfeest, maakte melding van de zware kritiek van het Internationale Rode Kruis op de gebrekkige manier waarop de Turkse Halve Maan de hulpverlening aan de Iraakse vluchtelingen zou coordineren. Ook niet de Gun Aydin, die eerder wel had geprotesteerd tegen het feit dat de beelden van vluchtelingen die door Turkse militairen werden geslagen niet op de Turkse televisie werden vertoond, terwijl zij wel te zien waren op CNN.

In situaties waar de 'buitenwereld' over Turkije heenvalt grijpt, zoals wel vaker viel te merken, de Turkse pers collectief terug op een soort zelfcensuur. Alle kranten zijn het er ook over eens dat inzake de opvang van de vluchtelingen het Westen, net als in 1988, Turkije de kastanjes uit het vuur laat halen. Op een persconferentie in Londen herinnerde de Turkse premier Akbulut eraan dat van de 60.000 Koerden die in 1988 Turkije binnenkwamen het Westen slechts 600 had opgenomen, waarvan Frankrijk 350. (Nederland een familie, v.H.) Hij zei er niet bij dat duizenden uit die kampen weer naar Irak waren teruggegaan, niet dan na pressie en zelfs intimidatie van de Turkse autoriteiten, en dat Amnesty International alarm had geslagen over het lot van de remigranten aldaar. Het ruige optreden van de Turkse militairen zou kunnen worden opgevat als een poging ook deze vluchtelingen in een stemming te brengen waarin zij weer naar Irak willen terugkeren.

Vanuit zijn vakantieverblijf bij Antalya, waar hij de drie dagen van het suikerfeest met twee weekeinden laat uitdijen tot tien, heeft de Turkse president Turgut Ozal intussen laten weten dat ook de 40.000 Koerden die nu aan de Turkse kant van de grens in het betrekkelijk gerieflijke kamp in de vlakte bij Silopi worden geinstalleerd “binnen drie maanden zullen terugkeren”.

Verwezenlijking van het, allereerst ook weer door Ozal geformuleerde idee van een 'veilig toevluchtsoord' voor de vluchtelingen op Iraaks grondgebied heeft de oppositie de wenkbrauwen doen fronsen. Zowel de sociaal-democratische leider Inonu als de rechtse Demirel betonen zich bevreesd dat er aan Turkijes grenzen een of meer Gazastroken zullen komen, broeinesten van Koerdisch gefrustreerd nationalisme en terrorisme, en dat de in Zuidoost-Turkije opererende Koerdische guerrillabeweging PKK daar een nieuwe klankbodem zal vinden.

Bulent Ecevit, de leider van de, vanwege de kiesdrempel van tien procent niet in het parlement vertegenwoordigde Partij van Democratisch Links, gaat nog verder. Hij constateert een herleving van een 'Amerikaans imperialisme' dat al in 1920 uit was op een Koerdische staatvorming. Het toen gesloten verdrag van Sevres bood daar perspectief op, maar werd drie jaar later tengevolge van de zege van Ataturk vervangen door dat van Lausanne, waarin de Koerden helemaal niet meer worden vermeld.

Dat nu, nog wel met Turkse logistieke steun, een grensvervagend gebied tot stand komt tussen Silopi in Turkije en Zakho in Irak, vol Amerikaanse activiteit en geheel gericht op de Koerden, acht hij een voor Turkije hoogst gevaarlijke ontwikkeling.

Ook bij de legerleiding, voor wie de 'Turkse ondeelbaarheid' een geloofspunt is, zullen er zijn die er zo over denken. Kranten speculeren over de achtergrond van het voortijdig weglopen, tijdens een vier uur durende conferentie van het 'crisiscomite' in Ozals vakantieressort, van de opperbevelhebber Dogan Guresh. Maar dat kan ook worden toegeschreven aan de zeer informele manier waarop de president, speciaal tijdens zijn vakanties, met de hoge officieren omspringt.

“De kampen worden geen staat”, verklaarde Ozal kort en bondig. 'De kampen voor de Koerden zijn niet begin van een staat'