Sterfte onder kinderen van allochtonen is relatief hoog

AMSTERDAM, 20 april - De sterfte onder Turkse en Marokkaanse kinderen in Nederland is twee tot drie keer zo hoog als onder Nederlandse kinderen. Moord komt als doodsoorzaak bij Turkse mannen in Nederland dertien maal zo vaak voor als bij Nederlandse mannen. Zelfmoord komt bij allochtonen echter minder voor dan bij Nederlanders.

Dit blijkt uit een publicatie van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut in het aprilnummer van het blad Demos.

Bij Turken is de totale sterfte voor mannen en vrouwen respectievelijk 19 en 25 procent hoger dan bij Nederlanders. “De Turkse bevolkingsgroep heeft een doodsoorzakenpatroon dat in sommige opzichten meer aan het Nederlandse patroon van enkele decennia terug doet denken”, schrijft onderzoeker F. van Poppel. Er overlijden relatief weinig Turken aan kanker en relatief veel aan infectieziekten, verkeersongevallen en moord. De relatief hoge sterfte bij kinderen onder de veertien jaar is vooral te wijten aan infectieziekten en ongelukken.

Bij Marokkanen ligt de situatie volgens Van Poppel anders. De sterfte is bij mannen 23 procent lager dan bij Nederlanders, bij vrouwen daarentegen 54 procent hoger. Bij deze laatsten wordt de sterfte vooral veroorzaakt door infectieziekten en aandoeningen aan de ademhalingsorganen.

De onderzoekers wijzen erop dat deze cijfers een vertekend beeld kunnen geven omdat de bevolkingsopbouw en de sociaal-economische positie van de in Nederland wonende Turken en Marokkanen afwijkt van die van de Nederlandse bevolking.