'Rechten van kind zijn verwaarloosd in plannen Justitie'

AMSTERDAM, 20 april - In de plannen die zijn gemaakt om de justitiele jeugdbescherming anders te organiseren, worden de belangen en rechten van kinderen schromelijk verwaarloosd.

Dit was de centrale conclusie van verscheidene deelnemers aan het congres van de Raden voor de Kinderbescherming dat gisteren in Amsterdam werd gehouden. Het meest opvallend was de kritiek van de voormalige minister van justitie en huidig hoogleraar jeugdrecht mr.

J. de Ruiter. “In de beleidsstukken die nu zijn opgesteld heeft de stem van jeugdigen buitengewoon weinig doorgeklonken”, aldus De Ruiter.

In juni praat de Tweede Kamer over de reorganisatie van de justitiele jeugdbescherming. Op tafel liggen dan drie rapporten. Een stuk van een door Justitie ingestelde onafhankelijke commissie-Gijsbers, een rapport van de speciale Tweede-Kamercommissie Vliegenthart en de nota van staatssecretaris Kosto (justitie). Met de plannen wordt gepoogd een antwoord te geven op de stroom klachten die de afgelopen jaren - vooral na de zogeheten Bolderkar-affaire - is geuit over de Kinderbescherming.

De volgens De Ruiter bedenkelijke tendens in al die voorstellen is dat de betrokkenheid van niet-professionele diensten naar de achtergrond wordt geschoven. “Er is vooral sprake van een verdere verambtelijking, uniformering en centralisme”, zei De Ruiter.

De hoogleraar - die per 1 mei voorzitter wordt van het college van advies voor de justitiele jeugdbescherming - wees er op dat in de nota's wordt gesproken over “het inzichtelijk maken van bedrijfsprocessen”. Als dat soort jargon wordt gehanteerd kan het volgens De Ruiter niets anders betekenen dan dat de beleidsmakers wel erg ver verwijderd raken van het waken voor de belangen van het kind.

Er is volgens hem te veel geredeneerd: zijn er klachten, dan maken we een klachtenregeling en een centrale inspectie. “Dit is een mechanistisch aandoend proces waardoor de reorganisatie een bestuurs-technocratisch proces van verandering dreigt te worden”.

De Amsterdamse hoogleraar jeugdrecht mr. M. de Langen was het met De Ruiter eens. Volgens haar leiden alle aanbevelingen alleen maar tot meer bemoeienis van de overheid met ouders en kinderen.

De door de hoogleraren gehekelde centralisering dreigt zelfs nog groter te worden nu Justitie in het kader van de Tussenbalans heeft voorgesteld de Raden voor de Kinderbescherming, de voogdij-instellingen en de reclassering in de toekomst in een organisatie onder te brengen. Over deze plannen - die door de betrokken organisaties over het algemeen worden afgewezen - wordt begin volgende week met Justitie in besloten kring van gedachten gewisseld in Veldhoven.

Door Gijsbers en Vliegenthart werd tijdens een discussie gereageerd op het verwijt te weinig aandacht te hebben gehad voor de belangen van het kind. Gijsbers zei dat de jongeren voor de commissie “niet grijpbaar” waren omdat ze niet goed zijn georganiseerd. “De ouders stonden wel op de stoep.” Het verweer van Tweede Kamerlid Vliegenthart (PvdA) was identiek. “Wij reageerden op klachten en die kwamen vooral van ouders.” Ze wees er bovendien op dat het onderwerp rechten van het kind was blijven liggen omdat deze kwestie “politiek omstreden” is.

Namens de Raden betoogde onderzoeker mr.drs. A.J. van Montfoort dat de Kinderbescherming zich vooral zou moeten gaan beperken tot de kerntaak: het optreden ten behoeve van verwaarloosde en mishandelde kinderen. Voor een centrale rol van de medewerker van de Raad inzake kwesties als echtscheiding en adoptie is geen plaats meer. Raden moeten zich beter profileren als meldpost bij mishandeling, 24 uur per dag bereikbaar zijn en actiever optreden in de regio.