Recherche-team vult tijdlijnen in

NIJMEGEN, 20 april - Het kantoor is ondergebracht in de hal van het politiebureau. “Onze deur staat altijd open,” zegt Herman de Haas, een van de woordvoerders van de Nijmeegse rijkspolitie. Samen met Marcel Lieskamp vormt hij de afdeling voorlichting van het korps. Ze zitten achter een raam zo groot als een etalageruit. Passerende burgers kijken naar binnen. Een presentatie die openheid suggereert, maar over het politiele onderzoek waar ze bij betrokken zijn heerst stilzwijgen.

In Gelderland houdt de moord op twee medewerkers van Albert Heijn in Oosterbeek in mei 1990 nog steeds de gemoederen bezig. Drie personeelsleden van AH waren in de winkel toen twee gemaskerde personen binnendrongen en de sleutel van de kluis eisten. Aan dit verzoek kon geen gehoor worden gegeven, want de kluis was beveiligd met een tijdklok. De overvallers schoten daarop de drie mannen neer.

Recentelijk kwam de moord op een vrouwelijke arts uit Hummelo landelijk in de belangstelling te staan. Twee 'kapitale delicten'

waarop dan ook een recherche-bijstandsteam is gezet. Lieskamp vertelt over de gruwelijke details die dan over de rechercheurs gestort worden. “Je moet je voorstellen, het is mooi weer, de gordijnen gaan dicht en dan krijg je alles te zien wat er over een zaak bekend is, video's, foto's. Als je dat soort beelden ziet dan ril je wel even.” Details die in hun gruwelijkheid helpen het team tot een hecht verband aaneen te smeden. “Hoe zinlozer de moord, des te gemotiveerder je bent. Je wilt weten hoe iemand erbij komt zoiets te doen. Die nieuwsgierigheid is een drijfveer om door te gaan. Er zijn collega's tegen wie je alleen maar de naam van een zaak hoeft te noemen en die kunnen daar zo uren over praten.”

Aan een recherche-bijstandsteam nemen tussen de dertig en veertig personen deel. De algemene leiding berust bij de officier van justitie, de dagelijkse bij de teamleider. Er zijn drie coordinatieteams, voor tactische, administratieve en technische coordinatie. Deze teams coordineren de werkzaamheden van respectievelijk de tactische rechercheurs, de leesploeg en de technische rechercheurs. Het tactische coordinatieteam destilleert uit het materiaal wat er is aan werkopdrachten.

Ter illustratie van het werk van een RBT haalt Lieskamp de - overigens niet opgeloste - 'zaak van de man zonder hoofd' aan. “Van de man die wij zonder hoofd in een rivier vonden, was het lichaam verzwaard met vuilniszakken gevuld met zand. Dan is de vraag waar komen die zakken vandaan? Hoe oud zijn ze? etc. Aan de hand van de codes die op zo'n zak zitten, de merknaam en dergelijke ga je aan de slag.” Hij vergelijkt dit werk met dat van een journalist en noemt het 'gezond speurwerk'. “Ook de werkwijze van de daders, hun 'modus operandi', is een belangrijk gegeven. Binnen een dag weet je via de computers van de criminele inlichtingendienst of in het buitenland ook wel eens zoiets is gebeurd.”

Met hun werkopdracht gaan de rechercheurs, in koppels van twee, na de werkbespreking op pad. Van elke opdracht komt iets op papier terug, varierend van een korte mededeling dat het onderzoek niets heeft opgeleverd, tot pagina's tellende verslagen. De leesploeg leest alles wat 'de koppels' binnenbrengen. Tijdens iedere vergadering vertelt iedereen wat hij of zij gedaan heeft. Er wordt verslag gedaan van buurtonderzoek, van het onderzoek dat door de forensische specialisten van het gerechtelijke laboratorium is verricht, en de tips uit het publiek worden geanalyseerd. Dit alles met het oog op de 'tijdlijn'.

In de zaak van de Hummelose arts zijn een aantal dingen bekend. Zo belde zij donderdagavond 21 februari om 22.00 vanuit haar woning haar moeder in Hoofddorp met de mededeling dat ze naar haar toe zou gaan.

Dan wordt in de nacht van donderdag 21 op vrijdag 22 februari bij een giromaat in Oss op haar naam geld opgenomen. Zaterdagavond wordt haar nog brandende auto bij Ubbergen gevonden en zondag 17 maart vindt men haar stoffelijke overschot in de Maas. Met de resultaten van het onderzoek dat het RBT verricht wordt de 'tijdlijn' steeds verder ingevuld.

Zonder de hulp van het publiek kan een zaak niet worden opgelost, maar de relatie met dat publiek wringt. “Alles wat je naar buiten brengt geeft reacties, maar ook veel ruis,” aldus De Haas, die zegt niet blij te zijn geweest met de composiet-tekening in het tv-programma Opsporing Verzocht, van de man die 1 maart met betaalkaarten van de Hummelose arts dure stereo-apparatuur heeft gekocht.

“Gemiddeld komen na zo'n uitzending zestig tips binnen, maar deze zaak spreekt blijkbaar tot de verbeelding. Er waren er nu wel tweehonderd. Die stortvloed van informatie moet je stroomlijnen, anders kom je er in om. En stel dat er een gouden tip tussen zit, dan is snelheid geboden, want een verdachte kan iedere dag dat het onderzoek langer duurt meer sporen uitwissen.”

Informatie over de voortgang van een onderzoek wordt slechts mondjesmaat naar buiten gebracht. Deels uit pieteit met de nabestaanden, deels omdat men anders, volgens De Haas 'geen verhaal van de verdachte' heeft. Voor de Hummelose zaak betekent dat onder meer zwijgen over de doodsoorzaak. “Als iemand zegt de vrouw gewurgd te hebben en ze is doodgestoken, dan weet je dat je de verkeerde hebt.”