Oobiedabidoo en Baloobabie

Concert: Sean Bergin's MOB, in tentet met o.a. Sean Bergin en Tobias Delius (saxofoons), Franky Douglas (gitaar) en Alex Maguire (piano). Gehoord: 17-4 BIMhuis Amsterdam. Herhalingen: 20-4 Waagtheater Leiden; 25-4 Brouwershoeck Leeuwarden; 26-4 Thelonious Rotterdam.

“Wil je opgenomen worden? Dat kan!”, stond er uitdagend op de strooifolders die bandleider Sean Bergin had laten verspreiden. De bedoeling van de oproep was duidelijk: publiek te werven voor een drietal concerten waarbij een nieuwe c.d. van Bergin's MOB zou worden opgenomen, 'live' zoals dat heet.

Gepokt en gemazeld in de jazz-scene als Bergin is, had hij echter kunnen weten dat minstens een gek zo'n uitnodiging letterlijk zou nemen en om half twaalf woensdagnacht kondigde deze zich aan.

“Oobiedabidoo”, riep hij opgewekt van de ring van het BIMhuis terwijl bassist Ernst Glerum een solo speelde. “Charlie Mingus”, voegde hij er complimenteus aan toe toen de solo afgelopen was. De compositie New Car was snel ten einde en de musici begonnen zich ermee te bemoeien. “What did you say?”, informeerde Sean Bergin belangstellend. “Baloobabie”, antwoordde de man die opgenomen wilde worden. “That man speaks that language fluently”, meende pianist Alex Maguire. Het publiek lachte luid, de MOB begon aan een swingende versie van Cadnoz en alles leek pais en vree, tot er ineens klappen vielen. De man die opgenomen wilde worden, werd bij kop en kont gepakt en hardhandig naar buiten gewerkt. “Ik heb voor het concert betaald, g.v.d”, riep hij nog, alsof hij zich geflest voelde.

Of dit alles te horen is op de binnenkort verschijnende c.d. op het label B.V. HAAST is twijfelachtig, maar het paste wel bij de sfeer van deze opname die voor alles gekenmerkt werd door een aan nervositeit grenzende levendigheid.

De MOB, een woord dat zowel voor 'bende' als voor 'my own band' staat, is geen gedresseerde luchtmachtkapel maar een orkest dat in alle opzichten hevig improviseert. De collectieve passages klonken rafelig, de solo's waren niet altijd volgens het boek, maar het concert liep meer dan een beetje mank.

De voor de pauze gespeelde suite, veertig minuten lang, bleek niet meer dan een rammelend raamwerk voor een lange trits groepsimprovisaties in klein verband die gaandeweg in spanning toenamen. Bergin zelf duelleerde op drie verschillende saxofoons met zijn collega Paul Stocker, terwijl ook nieuwkomer Tobias Delius en trombonist Wolter Wierbos elkaar geen duimbreed toegaven.

Na de pauze passeerde een zestal kortere stukken, van de standard Old Devil Moon (waarvan het thema op vier klarinetten werd gespeeld) tot het smakelijke Roti, een co-produktie van Bergin en gitarist Franky Douglas. Het publiek klapte tevreden en langdurig maar net niet heftig genoeg om een toegift af te dwingen. Het hoefde ook eigenlijk niet: morgen is er weer een 'opname'-dag.