'Onze voetbalsupporters zijn zeker geen engelen'

KRAKOW, 20 april - Krakow is de aangewezen stad voor het experiment met de priester-studenten, die binnenkort bij thuiswedstrijden van Wisla de voetbalvandalen op de tribune begeleiden. In de monumentale stad van Polen, - het land dat voor negentig procent katholiek is - hebben alle katholieke orden hun kloosters en priesteropleidingen, waarvan 1.200 mannen deel uitmaken.

Jonge geestelijken spelen een eigen voetbalcompetitie. De sport kon niet achterblijven bij alle sectoren van de samenleving waarin de Poolse kerk zich na de val van het communisme duidelijk laat zien. In een brief aan alle katholieke priesters drong het Poolse episcopaat erop aan dat de geestelijkheid zich actief gaat bemoeien met de sport.

Sommige clubs hebben inmiddels een eigen kapelaan in dienst voor de geestelijke ondersteuning. De Franciscanen zijn zelf niet genegen tot een gesprek over de pastorale supportersbegeleiding (“Dat zou voorbarig zijn”, zegt een woordvoerder) maar volgens clubvoorzitter en directeur van Wisla Krakow, Ludwik Mietta, komt het project wel voort uit “de wens van de kerk om in alle geledingen van de samenleving door te dringen”.

Het idee is overigens in geestelijke, noch in voetbalkringen geboren. Een suggestie van deze strekking van een Poolse journalist tijdens een persconferentie van Wisla Krakow leidde tot een enthousiaste mini-campagne in de media, die kerk en club min of meer naar de vergadertafel dreef. Al sinds het begin van de jaren zeventig kent het Poolse voetbal supportersrellen, die zich vooral voordeden bij wedstrijden tussen Wisla Krakow en Legia Warschau - uitvloeisel van een Feyenoord-Ajax-achtige rivaliteit waarbij zelfs soortgelijke scheldwoorden in zwang zijn. Bij wedstrijden tussen deze clubs komen honderd tot tweehonderd politie-agenten in actie.

In januari vorig jaar liep de situatie in Krakow uit de hand, toen fans van Wisla en de plaatselijke concurrent Krakowia in het oude centrum van de stad met elkaar op de vuist gingen en vernielingen aanrichtten. “Onze supporters zijn geen engelen”, zegt Mietta. “Ze moeten zich kunnen uiten. Maar tijdens de wedstrijden laten ze liederen en yells horen, die vooral voor vrouwen en kinderen aanstootgevend zijn. We moeten het publiek daartegen beschermen.”

De voorzitter, gezeten in een kamer van vaalbruine tinten en buitenmodel clubschilden, ziet geen directe relatie tussen het voetbalvandalisme en de ontloken vrijheid in Polen. De agressie tegen zijn club was vroeger eerder groter, omdat Wisla het bolwerk was van de politie. De huidige vandalen zijn jongens tussen 12 en 19 jaar, afkomstig uit Krakow en dorpen in de omgeving. Veelal leerlingen van het lager beroepsonderwijs.

Mietta, die 15 jaar coach was van het nationale vrouwen-basketbalteam: “Ik denk dat er wel een relatie is met de sociale omstandigheden in Polen. Er is op dit moment een gebrek aan een duidelijke en strenge opvoeding van de jongeren. Het vandalisme blijft niet beperkt tot de voetbalstadions, we hadden onlangs ook rellen voor het Sovjet-consulaat. Dat zijn vaak dezelfde jongens. Bovendien zijn onze jongeren in de jaren zeventig via de televisie beinvloed door het gedrag van de Westerse supporters. De imitatie van Westerse gewoonten is populair.”

De meer cynische voetballiefhebber in Polen schampert wat over het initiatief: de priesters zouden vooral geinteresseerd zijn in de gratis toegangskaartjes en bij de eerste serieuze bedreiging zal er geen pij meer te zien zijn in Vak 10. Ook Mietta toont weinig vuur bij de uitleg van het plan. “Nee hoor, ik ben niet sceptisch - eerder gematigd optimistisch. Maar ik weet dat je het gedrag van de menigte nooit kunt voorspellen.”