Omzet van off shore stijgt fors

ROTTERDAM, 20 APRIL. De omzet van Nederlandse bedrijven in de off shore, de exploratie en exploitatie van olie en gas op zee, blijft stijgen.

Vorig jaar bedroeg de omzet van off shore-activiteiten op het Nederlands continentaal plat bijna 2 miljard gulden, voor dit jaar wordt een stijging verwacht tot 2,5 miljard gulden.

Na de zware terugval in 1986 groeide de omzet in de off shore vanaf 1988 jaarlijks met zo'n 200 miljoen gulden. Dit jaar zal die stijging naar schatting zelfs circa 500 miljoen bedragen, onder meer door twee grote pijpleidingsprojecten van de NAM en de Noorse staatsoliemaatschappij Statoil.

Deze cijfers maakte voorzitter J. Groenendijk van de IRO, een overkoepelende organisatie werkgevers in de off shore, gisteren bekend tijdens de jaarvergadering van de IRO. In de Nederlandse off shore-industrie werken op zee ongeveer 3.000 mensen. Indirect zijn er nog eens 12.000 mensen betrokken bij de winning van olie en gas.

Nederlandse bedrijven voeren ook projecten uit of leveren goederen voor de oliewinning op dat deel van de Noordzee dat daarvoor niet aan Nederland is toebedeeld. De bedragen die daarmee zijn gemoeid liggen rond een half miljard gulden.

Groenendijk zei gisteren dat de off shore-industrie een tekort heeft aan goed geschoolde en ervaren mensen. Veel van de werknemers hebben een andere baan gezocht na de zware terugval in 1986. Op het gebied van technologische ontwikkeling heeft Nederland hierdoor ook steken laten vallen, zeker in vergelijking met het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen, aldus Groenendijk.