Nog veel obstakels op pad naar ander omroepbestel

HILVERSUM, 20 april - Na een half jaar 'efficiency-onderzoek' en nog eens drie maanden intensief onderhandelen onder leiding van NOS-voorzitter Max de Jong, kon gisteren eindelijk de witte rook uit de schoorsteen van het Hilversumse Mediacentrum worden geblazen. Maar van enige euforie was bij het met behulp van een overhead-projector gepresenteerde “Meerjarenplan 1991-1995 Nederlandse Publieke Omroep - Deel 1: Televisie” geen sprake. Daarvoor liggen er te veel obstakels en ongewisheden op het nu door het NOS-bestuur uitgezette pad.

Allereerst zijn er de drie dissidenten - AVRO, KRO en NCRV - de omroepen die op het eerste net gaan uitzenden. Deze omroepen bereiden zich weliswaar onder begeleiding van oud-Shell-topman Wagner tandenknarsend voor op hun gedwongen samenwerking, maar de drie vroegen het Commissariaat voor de Media al het 'gedifferentieerd bestel' onverbindend te verklaren, een beroep bij de Raad van State ligt in het verschiet. Uitgerekend deze meest traditionele pijlers van het aloude publieke bestel moeten genoegen nemen met de minste zendtijd in de avonduren, hoezeer Max de Jong ze ook bezweert dat het maar om enkele procentjes ten faveure van hun collega-A-omroepen gaat.

De drie hebben met hun voorzitters Braks (KRO), Wallis de Vries (AVRO) en Herstel (NCRV) een trouwe lobby in Den Haag. De mediawoordvoerders van CDA en VVD kwamen al in het geweer tegen de vermeende benadeling van de omroepen op Nederland 1, het lijdt geen twijfel dat de omroepen ook bij de Commissariaatleden Geurtsen (VVD) en Van der Zande (CDA) een willig oor vinden. Het is niet toevallig dat AVRO, KRO en NCRV zowel als CDA-mediawoordvoerder Beinema zich al positief hebben uitgelaten voor de keuze voor een verhoging van de omroepbijdrage boven het verkwanselen van het publieke bestel aan de gunst van de adverteerders.

Volgens het NOS-bestuur - de omroepen - zou een omroepbijdrage van rond de 200 gulden redelijk zijn, omdat dat bedrag conform het Europees gemiddelde voor kijk- en luistersterbijdragen is. Bovendien zou de bijdrage nu op circa 200 gulden zijn uitgekomen, als het tarief in de afgelopen zeven jaar niet gelijk was gebleven, maar trendmatig was verhoogd. De Jong vindt zo'n verhoging echter “niet verstandig”, want het is moeilijk aan de afnemende aanhang van de publieke omroep te verkopen, politiek niet haalbaar en het biedt onvoldoende “vernieuwingsimpulsen”.

Het Meerjarenplan gaat gemakshalve uit van een aantal voorwaarden waarover eerst nog in de Tweede Kamer overeenstemming moet worden bereikt. Het schimmige debat van vorig jaar over de zondagsreclame biedt weinig perspectief voor de door De Jong bepleite snelle besluitvorming over bij voorbeeld de voor TROS en Veronica beoogde bonus ('incentive') bovenop het reguliere uurbedrag en het verlichte reclameregime op hun zender, het afschaffen van het programmavoorschrift voor de gehele omroep en het door de NOS gewenste extraatje van de minister van 200 miljoen gulden.

In de eigen gelederen valt hier en daar ook luid protest te verwachten. De niet-leden-gebonden zendgemachtigden zullen zich nog duchtig weren tegen het feit dat ze naar de slechtst bekeken uitzendtijden zijn verbannen. Over het feit dat NOS-Laat nu definitief van de vrijdagavond is gedrukt door de Vara is het laatste woord nog niet gesproken. De afdeling documentaires van de NOS moet, als de plannen consequent worden doorgevoerd, min of meer worden ontmanteld.

En dan is het nog maar de vraag of het aangekondigde sociaal plan de door De Jong becijferde afvloeiing van 600 van de 2600 personeelsleden ook daadwerkelijk via 'natuurlijke' weg mogelijk maakt.

Het Meerjarenplan schetst een toekomst van drie zenders met ieder hun eigen huisvesting, management, budget, secretariaat en produktiekantoor. Alleen de EO krijgt een onderscheiden positie, zodat deze omroep “de eigen identiteit ondubbelzinnig kan realiseren”, aldus het Meerjarenplan. Nederland 1 en 3 worden, ieder met een eigen karakter, “netsgewijs horizontaal geprogrammeerd”. Het aandeel Nederlands drama moet met zeventig procent toenemen. Programma's die in de avonduren minder dan 2 procent van de kijkers trekken, komen “in de gevarenzone”, stelde De Jong.