NEDERLANDSE HUIZEN

Hausbau in den Niederlanden (Jahrbuch fur Hausforschung 39) door G. G. Ulrich Grossmann (red.) 308 blz., geill., Jonas Verlag 1990, f 85,15. (Nog enige exemplaren verkrijgbaar met korting bij de bibliotheek van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg te Zeist) ISBN 3 89445 101 7

Bouwhistorie is een bij het grote publiek nog nauwelijks bekende tak van monumentenonderzoek. Het kan gemakkelijk worden verward met een 'academisch' vak als architectuurgeschiedenis. Maar bouwhistorici brengen hun tijd niet in de studeerkamer door; het zijn juist de typische veldwerkers, die er gewapend met hamer, beitel, meetlint en tekenpen op uit trekken om oude gebouwen hun verborgen geheimen te ontfutselen.

Bouwhistorici hebben vooral belangrijk werk gedaan bij de ontrafeling van de geschiedenis van het gewone woonhuis in Nederland. Voorheen beperkten de kunsthistorici zich grotendeels tot het inventariseren van gevelwanden. De bouwhistorici daarentegen deden het grootste deel van hun onderzoek binnenshuis. Daar ontdekten zij dat veel voorgevels, als het visitekaartje van het huis, regelmatig waren vernieuwd en dat achter zeventiende-, achttiende en negentiende eeuwse gevels menig middeleeuws huis schuilgaat.

Van deze belangrijke ontwikkeling in monumentenland is tot nu toe maar heel weinig doorgedrongen tot het algemene publiek. Gelukkig wordt dit tekort sinds kort verholpen door het recent verschenen Hausbau in den Niederlanden, de schriftelijke neerslag van het in 1988 in Utrecht en Den Bosch gehouden congres van de internationale 'Arbeitskreis fur Hausforschung'. Het boekje bevat artikelen die tezamen het gehele terrein van het woonhuisonderzoek in Nederland bestrijken. Ze handelen over boerderijen en stadswoonhuizen, over hun constructie en hun indeling, over bouwmaterialen en beschildering en over de percelering en de groei van de bebouwing in de middeleeuwse stad.

Er is veel aandacht voor Utrecht en Den Bosch, de steden in ons land waar het bouwhistorisch onderzoek het verst gevorderd is. De verrassende ontdekking van honderden voorheen onbekende middeleeuwse huizen daar biedt onderzoekers de mogelijkheid om de vroege geschiedenis van onze steden in veel groter detail te beschrijven dan tot voor kort voor mogelijk werd gehouden.

In de Nederlandse middeleeuwse steden maakte de houten bebouwing in de veertiende eeuw plaats voor meer duurzame huizen van baksteen. Hoewel baksteen al sinds 1150 in gebruik was, en een eeuw later de eerste grote stadswoonhuizen in dit materiaal werden opgetrokken, voltrok de grote revolutie zich tussen 1300 en 1350.

Van de nieuwe stenen huizen uit die tijd zijn er voldoende bewaard gebleven om aan de hand ervan de historische geografie van de middeleeuwse stad te kunnen bestuderen. Door de verstening van de huizen is het mogelijk het toenmalige patroon van straten, pleinen, erven en zelfs rooilijnen te reconstrueren. De nieuwbouw uit deze periode bleef in steden als Den Bosch en Utrecht tot in onze tijd het stadsbeeld bepalen.

Vond de verstening van de stad al rond 1350 plaats, die van het platteland volgde met een vertraging van ongeveer twee eeuwen. Maar ten noorden van het IJ bleef men, zo blijkt uit dit boek, hardnekkig in goedkoper hout bouwen.

Aan de andere kant bewijst D. de Vries in de bundel dat de gebogen 'Hollandse dakpan' die sedert de zeventiende eeuw de daken der wereld veroverd heeft, helemaal geen west-Nederlandse uitvinding was. Hij traceert het oudste voorbeeld van een gebogen enkeldekkende dakpan in Zwolle in 1466. Deze zogenaamde 'quackpan' mag op het conto worden geschreven van 'meester Johan Tycheler'.

Hausbau in den Niederlanden staat vol met dit soort originele waarnemingen en pionierend onderzoek. Voor buitenstaanders biedt het een zeldzaam kijkje in de tot dusverre moeilijk toegankelijke keuken van de bouwhistoricus, waar zoals blijkt, vele potjes op het vuur staan. Het enige aspect aan Hausbau in den Niederlanden dat mij minder bevalt, is dat in in het Duits is verschenen. Dit is het eerste algemene overzicht over de Nederlandse bouwhistorie sinds 1969, en het verdient op korte termijn een betaalbare Nederlandse vertaling.