Mariniers minimaal 4 maanden in Noord-Irak

DEN HAAG, 20 april - De circa duizend man Nederlandse troepen gaan voor minimaal vier maanden naar Noord-Irak om er in het kader van een humanitaire missie vluchtelingenkampen voor de Koerden op te zetten en te bewaken. Vandaag vertrekken al de kwartiermakers. Premier Lubbers zei gisteren te hopen dat de Verenigde Naties de beveiligingstaak spoedig zullen overnemen.

Begin volgende week vliegen vierhonderd mariniers samen met Britse eenheden, waarmee zij vaak in Noord-Noorwegen oefenen, naar Turkije.

Het nog te vormen hulpbataljon voor het opzetten van een Nederlands opvangkamp vertrekt over twee weken. Dienstplichtigen maken hiervan uitsluitend deel uit op basis van vrijwilligheid.

In een brief aan de Kamer schrijft het kabinet dat het besluit om troepen naar Noord-Irak te sturen is genomen omdat “zonder uitzicht op een spoedige en beschermde overbrenging van de vluchtelingen uit de ontoegankelijke en onherbergzame grensgebieden hun situatie ondanks de vele hulpinspanningen uitzichtloos zal blijven”. Het kabinet onderstreept dat het een strikt humanitaire actie betreft waarbij alle militaire beveiligingsaspecten louter en alleen verbonden zijn met de uitvoering van de humanitaire taak.

Minister Ter Beek zei gisteravond dat de bondgenoten, die zware wapens kunnen inzetten, voor de veiligheid van de Nederlandse militairen instaan. De bewapening van de mariniers bestaat uit hun persoonlijke FAL-geweer, Stinger-luchtdoelraketten voor de korte afstand en Dragon-antitankwapens. Volgens een woordvoerder bevindt zich onder de twee compagnieen slechts een beperkt aantal dienstplichtigen.

De Nederlandse mariniers zullen hun taak uitvoeren onder Brits commando. Nog onduidelijk is de bevelvoering over de genietroepen afkomstig uit Wezep en de medische troepen uit Ermelo, die samen met een logistieke eenheid een vluchtelingenkamp zullen inrichten.

Daarover wordt nog overlegd met de Britten en Amerikanen.

Pag. 3:

Lubbers geeft voorkeur aan VN-actie Koerden

Ook over de kosten van de operatie bestaat geen duidelijkheid. Een deel zal verdeeld worden over de twaalf EG landen. Transportkosten zouden ook door andere landen van de Westeuropese Unie of Amerika kunnen worden gedragen. Het kabinet acht het van het grootste belang dat de opvang van de Koerdische vluchtelingen in de opvangkampen in zes zones slechts een tijdelijk karakter zal dragen en dat in Irak spoedig politieke voorwaarden ontstaan die definitieve terugkeer van de vluchtelingen naar hun woonplaats mogelijk maken.

Volgens premier Lubbers zou het “veel beter” zijn geweest wanneer voor de bescherming van de humanitaire actie voor de Koerden in het noorden van Irak militairen onder VN-vlag zouden zijn ingezet. “Maar we konden het ons niet veroorloven daar op te wachten en we hebben ook niet de illusie dat dit op korte termijn zal veranderen”, aldus de premier gisteren op zijn wekelijkse persconferentie. Hij zei dat in een toelichting op het principiele probleem dat de duizend man Nederlandse soldaten de soevereiniteit van Irak schenden.

Politiek beraad tussen de EG-landen heeft geleid tot de conclusie dat Veiligheidsraadresolutie 688, aldus Lubbers, “voldoende volkenrechtelijke grondslag biedt” voor de operatie. Het kabinet, zei de premier, is zich daarbij de precedentwerking van de actie terdege bewust, maar heeft die gevolgen geaccepteerd. “Er zijn nog heel wat vluchtelingen op de wereld”, zei hij. “Maar dit is toch eigenlijk een zaak sui generis, een zaak op zichzelf.” Er dreigde, aldus Lubbers, een 'wait-and-see houding' te ontstaan, waarin gespecialiseerde hulporganisaties niet zonder bescherming het gebied in wilden gaan. Die patsituatie is nu doorbroken door een groep militairen voor humanitaire doeleinden te sturen, begeleid door mariniers.

Hoe lang men in totaal door kan gaan, daarover is nog niets zinnigs te zeggen. Zowel het humanitaire als het militaire deel van de interventie zal te zijner tijd door de die internationale hulporganisaties moeten worden overgenomen. Lubbers wekte de indruk dat de beveiligingseenheden wel het langst zullen blijven, daar op bewakingsterrein van de VN op dit moment weinig te verwachten valt.

Onze correspondent in Brussel voegt hier aan toe: De Belgische premier, Wilfried Martens heeft gisteravond gezegd dat Belgie pas het sturen van militairen naar de veiligheidszones in Irak zal overwegen als de Verenigde Naties een verzoek daartoe doen. “Aan ons is niets gevraagd”, zo zei Martens. “Het moet eerst worden uitgemaakt binnen de VN zelf.”

Het Belgische kabinet heeft de kwestie gisteren besproken nadat minister van buitenlandse zaken Marc Eyskens donderdag had laten weten “persoonlijk geen bezwaar” tegen het zenden van Belgische troepen te hebben. Martens ontkende overigens dat er gisteren een “politieke polemiek” over de zaak was gevoerd.