Marathonlopers enthousiast over parcours in Rotterdam

ROTTERDAM, 20 april - Robert de Castella, de Australische loper die in 1983 na een prachtige strijd de Rotterdamse marathon won en morgen voor deelname aan de elfde editie is teruggekeerd, is enthousiast over het wedstrijdgebied.

“De service is uitstekend. Vrijwel de gehele route is asfalt. Over grote stukken beschermen hoge gebouwen je tegen de wind en op de laatste vijf a tien kilometer heb je normaal gesproken de wind in de rug. Daar waar je de vermoeidheid moet bestrijden krijg je door die omstandigheid een enorme steun”.

In zijn sterkste marathonjaar, 1983, verbleef De Castella twee weken voor de marathon bij wedstrijdregelaar Hermens in huis. In de omgeving van Nijmegen betrok hij een trainingskamp. De bijzondere relatie met Hermens speelt ook nu nog mee bij de Aus-tralier. Hij is geen fullprof meer. Hij heeft een dagtaak bij de Australische sportfederatie en dit keer trok hij niet twee weken van tevoren naar Rotterdam. De benadering van de wedstrijd is anders maar wat is gebleven is de waardering voor de man die het deelnemersveld bijeen zoekt. “Het is niet zo dat Jos omdat hij zelf atleet is geweest precies aanvoelt wat er in je omgaat en wat je nodig hebt, het is ook zo dat hij een mens is met een hart. Iemand voor wie je iets over hebt omdat hij je aangenaam begeleidt.”

De Castella die ruim een jaar geleden zijn laatste marathon liep (de loodzware en financieel uiterst aanlokkelijke van Boston) had nadien veel minder tijd voor zijn eigen actieve sport. De nieuwe werkkring slokt hem op maar in oktober vorig jaar besloot hij zich toch weer te richten op een wedstrijd. In december verkreeg Hermens het rode licht en deelde De Castella mee aan het veel betere financiele bod van Bordeaux geen gehoor te geven. “Omdat Rotterdam snel is en perfect georganiseerd”.

Ook voor de Italiaanse nieuweling Panetta speelden die omstandigheden een belangrijke rol. Vorig jaar september bij het Europees kampioenschap op de baan in Split legde Hermens de eerste contacten die Panetta nu aan de start in Rotterdam brengen. Het wordt het debuut van de Italiaan die met zeven begeleiders in de Maasstad neerstreek.

“Rotterdam heeft een vlak parcours en ik heb voor deze eerste keer een grote, goed georganiseerde wedstrijd nodig. Ik trainde voor de wedstrijd op de baan maximaal 160 kilometer per week, nu ben ik op 200 kilometer gekomen. Het is zaak dat ik in het eerste deel van de wedstrijd een goed gevoel in mijn lijf en in mijn geest krijg. Ik denk dat ik goed getraind heb en voldoende toegerust ben maar alleen de wedstrijd kan dat natuurlijk uitwijzen. Als het goed zit dan probeer ik mee te gaan met de grote jongens. Dat is de kans die Rotterdam voor een eerste wedstrijd als beste organisatie me biedt”.

De snelste man ter wereld op de marathonafstand, Densimo uit Ethiopie maakt minder woorden vuil over de aard van het parcours en de wijze waarop Rotterdam de zaakjes organisatorisch onder controle heeft. Hij strooit lachend met de jacht op een nieuwe betere tijd en vindt dat Rotterdam een speciale plaats in zijn hart heeft met al die enthousiaste mensen langs de kant.

Zo tevreden is ook Saleh uit Djibouti. Hij kent Rotterdam ook lang genoeg om te weten dat de organsatie er alles aan doet om snelle tijden mogelijk te maken. Saleh vindt temperaturen tussen de tien en vijftien graden celcius ideaal en trof dezelfde omstandigheden zoals hij die in Rotterdam meemaakt bij zijn voorbereiding in het Franse Fontainebleau aan. Saleh verbleef daar wekenlang in een militair opleidingskamp. Evenals alle anderen testte hij zijn vorm in stratenlopen over twintig kilometer.

Hermens regelde voor hem en de anderen groepsindelingen die aansturen op een eindtijd van 2.08, 2.10 en 2.12. De 'hazen' zijn ervoor ingehuurd. Het weer kan roet in het eten gooien maar Hermens zegt zelf: “Een beetje kou kan veel minder kwaad dan warmte”. De Castella heeft een andere opvatting: “Ik kom uit Melbourne en daar zeggen ze: als het weer je niet bevalt dan moet je vijf minuten wachten, zo wisselvallig kan het daar zijn. Dus niet zeuren”.

Volgend jaar wordt de marathon van Rotterdam niet op de derde zondag van de maand april maar al op de eerste, 5 april, gehouden. Hermens: “Het komt doordat we anders met Pasen zouden zitten maar nu komen we ook beter uit met het oog op de mensen die aan de Olympische Spelen willen meedoen. Het scheelt ze net even twee weken”.

    • Theo Reitsma