Madrid spreekt met Cubaanse oppositie

MADRID, 20 april - De Spaanse regering heeft deze week voor het eerst sinds de dood van Franco in 1975 gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de Cubaanse oppositie in ballingschap.

Staatssecretaris van buitenlandse zaken Inocencio Arias ontving een delegatie van het 'Democratisch Platform', een samenwerkingsverband van socialisten, sociaal-democraten, liberalen en conservatieven, dat een voorstander is van een vreedzame omwenteling op Cuba. Arias weigerde na afloop iets over de besprekingen te zeggen, maar volgens een woordvoerder van het Platform is Spanje bereid een bemiddelende rol te spelen bij politieke veranderingen op het eiland “net zoals het dat in Guatemala en El Salvador heeft gedaan”.

Spanje is het enige EG-land dat substantiele ontwikkelingshulp geeft aan Cuba en tot voor kort waren de betrekkingen tussen beide staten zelfs min of meer hartelijk te noemen. Daarin kwam verandering toen in juli van het vorige jaar een groep vluchtelingen in de Spaanse ambassade te Havanna binnendrong en daar wekenlang bivakkeerde zonder dat beide regeringen tot een oplossing van de kwestie konden komen.

Sindsdien is het grootste deel van de voor Cuba gereserveerde gelden door Madrid bevroren.

De vertegenwoordigers van het Democratisch Platform zeiden gisteren te streven naar onderhandelingen tussen regering en oppositie, onder toezicht van Madrid. Voorkomen zou moeten worden dat het regime van Fidel Castro zich vernederd voelt, verder verhardt en zich geheel afsluit voor de buitenwereld. In tegenstelling tot sommige andere oppositionele groepen meent het platform dat een gewelddadige oplossing en “Roemeense toestanden” ten koste van alles voorkomen moeten worden. Volgens een van de leiders van de delegatie, de sociaaldemocraat Enrique Baloyra, is de economische toestand op het eiland aanzienlijk verslechterd na het wegvallen van een groot deel van de Sovjet-hulp, maar nog verre van desastreus. Aan voedsel is immers geen gebrek. Tegelijkertijd is de onvrede onder de bevolking echter groot.

In dat verband lijkt het veelbetekenend dat het Vierde Congres van de communistische partij, dat voor dit voorjaar was voorzien en volgens de autoriteiten de culminatie van een uitgebreide volksraadpleging zou worden, tot nader order is uitgesteld.