Liberaal aan de Kaap

Jan van Eck werd geboren te Geldermalsen en is nu een van de spraakmakendste politici in Zuid-Afrika. Het laatste heeft hij vooral te danken aan chief Magosuthu Buthelezi die hem onlangs de eer aandeed van een publieke aanval. "Wie is deze Van Eck helemaal", vroeg de Inkatha-leider retorisch om vervolgens uitvoerig diens 'politiek van bedrog en ondermijning' aan de kaak te stellen alsmede het feit dat hij de Democratische Partij heeft 'gekaapt'. Dit alles omdat Van Eck parlementslid is voor de DP maar ook uitgesproken supporter van het ANC.

Zijn opa was boer in de Betuwe en zijn vader werkte mee op de hoeve.

Kort na de oorlog besloot deze, gek gemaakt door een broer die schreef dat in Zuid-Afrika het goud en de diamanten op straat lagen, derwaarts te emigreren; hij nam alvast een tractor mee op de boot. Maar het boerenbedrijf werd een ramp en toen hij een been verloor moest hij het opgeven. Gelukkig was hij tevens 'orgelist' en kon hij als zodanig in de dorpen en stadjes van de Karoo de kost verdienen; op den duur werd hij ook 'stadsklerk'. Vader was 'liberaal in de Europese zin: voor jezelf denken, geen gezag aanvaarden zonder meer', en had aan de oorlog een weerzin tegen racisme overgehouden. Maar daar in de Karoo, thuisland van Afrikaner boeren, werd hij allengs 'verkrampter' en ook zijn zoon Jan groeide op als 'nationalist, heel Afrikaans-sprekend, baie verkrampt'. Hij wilde journalist worden en ging in de jaren zestig studeren te Stellenbosch. Toen de voorzitter van de Progressieve Partij - men weet wel: de partij van de dappere Helen Suzman er kwam spreken heeft hij nog met een stoel in de hand gestaan om die naar het spreekgestoelte te smijten. Maar in zijn studentenpension kwam hij voor het eerst in contact met Engelstaligen en hun liberale ideeen en er voltrok zich bij hem een ommekeer. Die Progressieve Partij was hem echter nog te Engels, te weinig Afrikaans, en hij sloot zich er pas bij aan toen werd geproclameerd dat het de partij was van 'de moderne stads-Afrikaan'. In '77 werd hij in de Provinciale Raad gekozen, sedert '86 zetelt hij in het parlement namens de Democratische Partij die de progressieve fakkel overnam.

Zoals hij tegenover mij zit doet hij enigszins denken aan de oudere Paul Newman: slank, gebronsd helderblauwe ogen, grijs krullend haar.

We hebben afgesproken op mijn logeeradres dat zich bevindt in Van Ecks kiesdistrict: Newlands, Claremont, Rondebosch, de rijke suburbs van Kaapstad aan de achterzijde van de Tafelberg. Het is een van de stevigste Democratische bolwerken. Bij de laatste verkiezingen kwamen veel kiezers niet eens op, want niemand geloofde dat Van Eck kon verliezen. Zijn tegenstrever was niet meer dan een 'strooipop'. Het kiezerscorps van Jan van Eck bestaat uit de 'welopgevoede, welgeschoolde, welgestelde middenklasse' die zichzelf ziet als 'Engels liberaal' en altijd prijs heeft gesteld 'op bruggen bouwen tussen wit en zwart, op bemiddelen in het conflict'. Daarom stemt men op hem, al zetten velen 'vraagtekens' bij het 'enthousiasme' waarmee hij deze doeleinden nastreeft. Het wordt niet echt op prijs gesteld als Van Eck een parlementszitting verzuimt om deel te kunnen nemen aan een betoging van het ANC.

Het is misschien wel de tragiek van linkse liberalen, dat hun ideeen uiteindelijk altijd door anderen worden uitgevoerd. Geruime tijd vechten zij tegen de bierkaai en dan zijn het conservatieve machthebbers (De Gaulle, Nixon, De Klerk) die de bakens verzetten, hun jasje keren, de huik naar de wind hangen en met de eer van hervormingen gaan strijken. "De Nationale Partij heeft onze terminologie, ons taalgebruik overgenomen", beaamt Van Eck. Hij gelooft trouwens dat De Klerks streven naar een 'nieuw Zuid-Afrika' in wezen gericht is op 'machtsbehoud' van de blanken. "Hij wil alle apartheid afschaffen, maar geen afbreuk doen aan machtsposities." En hij voorspelt bij voorbaat het failliet van die strategie: "Als nu niet de behoeften van de have-nots worden aangesproken, als hun aspiraties niet worden bevredigd, dreigt alsnog de chaos."

Pas nog bezocht hij de Nelson Mandela School in Crossroads. De zwarte boycot van het onderwijs is beeindigd, er worden geen scholen meer in de fik gestoken, het ANC voert een 'veldtocht voor de scholen'. In enige jaren is de financiele voorsprong in overheidsfinanciering van onderwijs aan blanke op dat aan zwarte kinderen geslonken van 10:1 naar 5:1, maar door de geldelijke bijdragen van blanke ouders is de feitelijke verhouding thans 9:1.

En als je dan op zo'n zwarte school komt, 1800 leerlingen, zie je dat ze met z'n zestigen in een klas zitten, dat de leerkrachten niet deugen voor hun vak, dat er in de bibliotheek welgeteld twaalf boekjes staan. "Hoe overtuig je die kinderen dat ze het onderhandelingsproces moeten steunen, als ze niet zien dat er echt iets verandert?"

Het is op dit punt dat Van Eck bij zijn eigen electoraat 'een zekere mate van ongemakkelijkheid' bespeurt: "De mensen die aanvaarden dat hun rijkdom gedeeld zal moeten worden met zwarten, kleurlingen en Indiers zijn niet mijn ondersteuners." Paradoxaal genoeg meent hij dat de overwegend behoudende Afrikaners gemakkelijker een welvaartsdeling zullen accepteren dan de Engelsen: "Die denken al gauw aan emigratie.

De Afrikaners zijn nationaler ingesteld. Zij hebben vinnig opgang gemaakt, maar staan financieel en onderwijskundig nog altijd achter.

De Afrikaner is dichter aan de zwartman dan de Engelstalige. Hij herkent de aspiraties van de zwarten omdat het zijn eigen aspiraties waren." En dat geldt eveneens voor Jan van Eck: het waren ook de aspiraties van de zoon van een Hollandse orgelist uit de arme Karoo, die journalist wou worden en het tot parlementslid bracht.

Voor zijn eigen, in de Engelse tradities wortelende partij ziet Van Eck dan ook geen toekomst meer. Hij verwacht in Zuid-Afrika een 'radicale hergroepering' der politieke allianties, waarbij zich aan de conservatieve zijde partijen zullen bevinden die zich op etnische scheidslijnen baseren (de Nationale Partij, Inkatha) en aan de progressieve kant een non-raciaal blok, waarvan het ANC - maar dan zonder zijn 'marxistische componenten' - de kern vormt. Bij die laatste stroming zal hij zich zeker aansluiten, alleen is het moment daarvoor nog niet gekomen. "Wij willen zoveel mogelijk blanke ondersteuners meenemen. Als wij nu tot het ANC toetraden zou 90 procent van ons electoraat de mensen die hangen aan de gevestigde blanke belangen, overgaan naar de Nationale Partij." En ach, een rest van het linkse liberalisme, 'verdraagzaam maar afzijdig, niet geengageerd maar sterk in het kritiseren van alles' zal altijd wel blijven bestaan, maar daar heeft Van Eck geen fiducie meer in. Het gaat er thans om partij te kiezen en hij kiest voor het ANC.

"De blanken in Zuid-Afrika hebben sinds 1652, toen Jan van Riebeeck er arriveerde, de werkelijkheid nooit willen accepteren" zegt Jan van Eck. "Eerst hielden ze vol dat ze er tijdelijk waren, daarna ontkenden ze dat de meerderheid van de bevolking zwart is en nu klampen ze zich vast aan hun onevenredige rijkdom. De blanke moet eindelijk aanvaarden dat hij hier in Afrika is."