KIWI'S TEGEN KERNWAPENS

Nuclear Free - The New Zealand Way door David Lange 212 blz., Penguin Books 1990, f 68,- ISBN 0 14 014519 2

Toen de eenenveertigjarige David Lange in juli 1984 premier van Nieuw-Zeeland werd, haalde de rest van de wereld de schouders op. Het duurde echter niet lang voordat de jonge, corpulente regeringsleider het militair-strategisch weinig betekenende Nieuw-Zeeland wereldwijd op de voorpagina's deed belanden. 'De muis die brulde,' schreef het Amerikaanse weekblad Newsweek, dat net als andere waarnemers verrast bleek toen de Lange-regering het anti-kernwapenbeleid uit Labours verkiezingsprogramma daadwerkelijk bleek te gaan uitvoeren.

Langes boek geeft een kleurrijk beeld van de diplomatieke intriges, de permanente druk uit de westerse hoofdsteden en de binnenlandse ambtelijke tegenwerking die de premier voor de kiezen kreeg. Dat hij niettemin stand hield, en het anti-kernwapenbeleid zelfs wettelijk wist vast te leggen, was in elk geval een aanzienlijke politieke prestatie.

Lange had een diepgewortelde weerzin tegen kernwapens, versterkt door zijn afkeer van de Franse kernproeven in Polynesie. Hij beschrijft in het eerste hoofdstuk hoe op een avond in 1962 de hemel, aan de horizon van zijn arbeiderswijk in Auckland, rood opgloeide, een onbehaaglijk gezicht. Ondanks dat onbehagen nam Lange nooit deel aan de ban-de-bom-demonstraties in de jaren zestig. Hij raakte slechts betrokken bij de toen nog uiterst kleine vredesbeweging in Nieuw-Zeeland omdat zijn baas op het advocatenkantoor waar hij werkte, hem opdroeg aankondi-gingen van protestbijeenkomsten te verspreiden.

''Ik had er weinig plezier in, schrijft Lange. ''Ik wilde niet voor communist worden aangezien.''

In 1983 schaarde de net als Labourleider verkozen Lange zich zonder gewetensproblemen achter het beleid van zijn voorganger Bill Rowling.

Dat hield in dat Nieuw-Zeeland onder een Labourregering deel zou blijven uitmaken van ANZUS, het bondgenootschap tussen de VS, Australie en Nieuw-Zeeland. Impliciet betekende dat: meedoen aan de nucleaire afschrikkingsstrategie van Washington. Maar, zo stelde Labour vast, kernwapens moesten wel buiten Nieuw-Zeeland blijven. Hoe dat in de praktijk zou moeten, zou uit onderhandelingen met de Verenigde Staten moeten blijken.

KOPPIG Langes hoofdrol in de vredesbeweging werd hem eigenlijk opgedrongen door de Amerikaanse reactie. Washington bleef koppig vasthouden aan de opvatting dat nooit bevestigd noch ontkend zou worden of er zich aan boord van bezoekende marineschepen kernwapens bevonden, en stuurde op een confrontatie aan. Eind 1984 vroegen de Amerikanen toestemming om de verouderde torpedobootjager Buchanan voor een bezoek aan Nieuw-Zeeland toe te laten.

De Sydney Morning Herald berichtte daarop dat het schip technisch gezien over kernwapens kon beschikken. Het verzoek werd door Wellington geweigerd. Na verdere diplomatieke schermutselingen maakte de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken George Schultz in 1986 het einde van de Amerikaanse veiligheidsgaranties aan Nieuw-Zeeland bekend. Washington was bang voor een eventuele uitstraling in het Nieuwzeelandse antikernwapenbeleid. De Amerikaanse zorg gold vooral West-Europa, waar de komst van de Amerikaanse kruisvluchtwapens met angst en grimmige protesten werd omgeven. Volgens Lange maakten de Amerikanen een misrekening door te vertrouwen op de druk van het militaire en diplomatieke establishment, maar, schrijft hij: ''In Nieuw-Zeeland hadden de strijdkrachten niet het morele gezag om het regeringsbeleid te dicteren.''

BEZEMSTEEL

Lange is op dreef wanneer hij inspeelt op de in ex-kolonies altijd aanwezige afkeer van de pompeuze Britse heersersrol. Zo schrijft hij over het bezoek aan Wellington van een Britse onderminister van Buitenlandse Zaken, barones Young, dat ze een vrouw was ''die ervan overtuigd was dat ze op een missie naar de heidenen was gestuurd. Het enige opmerkelijke voorval van haar bezoek was dat een verslaggever me bij haar vertrek hoorde mompelen dat ze haar bezemsteel was vergeten''. Schamper beschrijft Lange de Britse premier Margaret Thatcher: ''In persoonlijke ontmoetingen praat ze net zoals in het openbaar. Toen ik haar ontmoette, sprak ze in leuzen. Haar communicatie is eenrichtingsverkeer. Ik had net zo goed in de achterste rij van een openbare vergadering kunnen zitten.''

In zijn boek maakt Lange zich boos op de pogingen van de Britten de toegang van Nieuwzeelandse landbouwprodukten tot de EG te koppelen aan de kernwapenopstelling. Maar: ''De andere Europeanen waren nuchter.

Zaken waren zaken. Wat onze agrarische export betrof, werden de Europeanen alleen beinvloed door de sterkte van hun boerenlobby en de omvang van het wijnmeer en de boterberg.''

De Fransen gingen de toegang van Nieuwzeelandse landbouwprodukten tot de Europese markt pas blokkeren nadat het schip van Greenpeace, de Rainbow Warrior, in 1985 door Franse agenten was opgeblazen. Bij die aanslag kwam de Nederlandse fotograaf Fernando Pereira om het leven.

De Fransen wilden zo de vrijlating afdwingen van de twee Franse agenten Dominique Prieur en Alain Mafart. Dat duo was voor zijn betrokkenheid bij de aanslag in Nieuw Zeeland tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld. Lange wijdt een hoofdstuk aan de Rainbow Warrior-affaire, die hem in Europa nog meer publiciteit opleverde dan zijn anti-kernwapenbeleid. Hij blijkt vooral ontstemd te zijn over het gebrek aan enthousiasme van Westerse landen om Nieuw-Zeeland in deze zaak bij te vallen. ''Voor in de rij om terrorisme in andere vormen te veroordelen, maar verbazingwekkend stil over de gebeurtenissen in Auckland. De stilte van de leiders van het Westerse bondgenootschap betekende dat er weinig kans was dat er druk op Frankrijk zou worden uitgeoefend.''

In Nuclear Free werpt Lange nieuw licht op de betrokkenheid van de Nederlandse regering bij de doorbraak van de impasse tussen Frankrijk en Nieuw-Zeeland over de gevangen Franse agenten. Lange schrijft dat hij diplomaten naar Frankrijk stuurde nadat duidelijk was geworden dat Parijs economische sancties tegen Nieuw-Zeeland ondernam. ''We waren het slachtoffer van afpersing en er was niets wat ik eraan kon doen,''

concludeert de schrijver. De onderhandelaars keerden volgens Lange terug met een raamakkoord: Prieur en Mafart zouden voor drie jaar naar een afgelegen eiland worden verbannen, en Frankrijk zou Nieuw-Zeeland zeseneenhalf miljoen Amerikaanse dollars als schadevergoeding aanbieden. Frankrijk zou ook stoppen met het dwarsbomen van de Nieuwzeelandse uitvoer.

Lange zat toen met het probleem ''deze onsmakelijke onderhandelingsstrijd te bekleden met de waardigheid van een internationaal akkoord''. Een oplossing deed zich voor tijdens Langes Europese reis in 1986, waarbij hij ook premier Lubbers ontmoette.

''Hij stelde prompt voor dat Frankrijk en Nieuw-Zeeland hun geschillen ter bemiddeling aan een derde partij zouden voorleggen.'' Lange schrijft dat op dat moment allang vaststond dat de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Perez de Cuellar, een formele arbitragerol zou vervullen.

De charade werd echter voortgezet, aldus Lange, omdat het mogelijk werd het compromis als een belangrijke diplomatieke doorbraak te 'verouden aan de arbiter worden overgelaten. Zulke diplomatieke indiscreties over Ruud Lubbers en Xavier Perez de Cuellar zullen Lange zeker geen vrienden opleveren. Toch bindt de onverbloemde en vaak zelfingenomen beschrijving van de diplomatieke verwikkelingen de lezer aan het boek.

De schrijver trad in september 1989 als premier af. Hoewel Lange het zelf ontkent, luidde de ANZUS-kwestie zijn ondergang in. Een paar maanden eerder had hij in een toespraak gesuggereerd dat het logisch was dat Nieuw-Zeeland zich formeel uit het bondgenootschap zou terugtrekken. Het kabinet had over die kwestie nog geen akkoord bereikt, en was des duivels. Daaropvolgende onenigheid over economisch beleid bezegelde zijn politieke lot, hoewel hem werd gegund de eer aan zichzelf te houden.

Onder Langes opvolger Geoffrey Palmer herstelden de Verenigde Staten ministeriele contacten met Nieuw-Zeeland. Algemeen wordt aangenomen dat Langes vertrek bijdroeg aan het herstel van die betrekkingen.

Inmiddels heeft de vorig jaar verkozen conservatieve Nieuwzeelandse regering, op grond van het einde van de Koude Oorlog, Labours anti-kernwapenbeleid aanvaard. Langes verklaring: ''Ik denk dat het op politiek realisme neerkomt. Atoomwapenvrij Nieuw-Zeeland staat nu boven de politiek.''