KENNAN

Een leven in schetsen door George F. Kennan 252 blz., Balans 1990, vertaling Else Hoog (Sketches From A Life, 1989), f 39,50 ISBN 90 5018 112 0.

George F. Kennan heeft zestig jaar vlak bij de geschiedenis gestaan, als diplomaat in Hamburg, Tallinn, Riga en Wenen voor de oorlog, in Berlijn aan de vooravond van en tijdens de oorlog, en in Moskou zowel voor als na de oorlog. Als uitvinder van de 'containment' was hij jarenlang een van de belangrijkste intellectuele vormgevers van het Amerikaanse beleid ten aanzien van de Sovjet-Unie. In dat land gold hij ooit als 'vijand van het volk' totdat hij in 1988 door Gorbatsjov werd omhelsd.

Over zijn diplomatieke en professorale loopbaan en over de ins and outs van het Amerikaanse buitenlands beleid heeft Kennan zo'n vijftien boeken geschreven. Zijn vorig jaar verschenen Een leven in schetsen is een voortreffelijke Nederlandse vertaling door Else Hoog van Sketches from A Life. Het bestaat uit veelal korte passages uit het dagboek dat Kennan sinds 1928 heeft bijgehouden, passages met reisindrukken en reiservaringen. Het gaat dus om de 'buitenkant' van het leven van een topdiplomaat, indrukken waarin Stalin, Chroesjtsjov, Hitler, Roosevelt, Eisenhower en de vele andere hoofdpersonen uit Kennans leven niet voorkomen, maar doortrokken van de tijd waarin ze werden opgetekend.

Kennans bekende scepsis over de Amerikaanse rol in de wereld, zo actueel door de Golfcrisis, treedt in dit boek herhaaldelijk op de voorgrond: ''We hebben grote oorlogen gewonnen en grote macht aan onszelf getrokken. Zo zijn we de minst vrije aller volkeren geworden.

We hebben de verplichting op ons genomen om overal een antwoord op te weten; iedereen kan een stuiver in de gleuf werpen en om een antwoord vragen, en de spelregels eisen dat we er dan een geven.''

Uit Een leven in schetsen blijkt eens te meer dat Kennan een begenadigd schrijver is. Zijn beschrijvingen van Rotterdam vlak na het Duitse bombardement, van Praag vlak na het verraad van Munchen, van het Russische platteland, met die 'wade van verveling' over de zwijgende, sombere bevolking, zijn zonder pathos en daardoor des te indrukwekkender. Kennan beschrijft het Berlijn van vlak na de invoering van de gele ster voor joden, de doodsangst van die plotseling gemerkte mensen die in de metro niet meer durven gaan zitten en bang zijn iemand aan te raken, maar hij beschrijft ook hoe de Duitsers zelf - dan nog wel - 'geschokt en van streek' zijn door de maatregel.

Het boek gaat vooral over de Sovjet-Unie, een land dat Kennans hart heeft gestolen maar dat hem ook ergert wegens de primitiviteit, de corruptie, en vooral wegens het 'onvergelijkelijk meedogenloze'

systeem dat de Sovjet-burgers is opgelegd door wat Kennan noemt 'rancuneuze parasieten' en ''kraalogige fanatici wier intellectuele horizons nooit uitstijgen boven ingestampte haat, achterdocht en xenofobie''.

Maar eerder dan over regimes en dilemma's handelt Een leven in schetsen over mensen. Kennan is een man die het vermogen tot scherpe waarneming paart aan een grote compassie en een groot respect voor de medemens. Hij verafschuwt het communisme, maar kan bij het zien van communistische demonstranten in 1927 in Hamburg ontroerd raken door de ernst, de waardigheid en de hoop van de verdrukten van de samenleving, die 'slecht geklede, krom lopende, verdierlijkte mensen' die ''hun dag vierden onder hun banier, hoe bezoedeld en besmeurd die ook was''.

De toon van het boek geeft het iets indrukwekkends. Kennan beschrijft een wereld die wordt gekenmerkt door de kloof tussen droom en werkelijkheid, maar hij behoudt zijn optimisme: ''Zolang het kleine nog bestaat is dit, hoe onvolmaakt ook, misschien niet de slechtste wereld en misschien zelfs de beste waarop je kunt hopen - een rommelig leven, vol smerigheid, overbevolking, verwarring en wanorde, maar door en door menselijk, en in elk geval beter dan de grote, hoog ontwikkelde, onpersoonlijke moderne samenlevingen met hun verheven ambities, hun kernwapens en hun gigantische, technologisch geavanceerde verkrachting van het milieu. Klein is natuurlijk niet altijd mooi. Het is ook niet waanzinnig hoopgevend. Maar het is ook niet afgrijselijk destructief. En het voorziet in elk geval in die incidentele, heerlijke explosies van het menselijk vermogen om schoonheid te creeren.''

    • Peter Michielsen