Irak moet wegblijven van kampen

ZAKHO (Irak), 20 april - De Amerikaanse generaal John Shalikashvili, die is belast met de leiding van de geallieerde hulpoperatie voor de Koerdische vluchtelingen in het Turks-Iraakse grensgebied, heeft de Irakezen gewaarschuwd uit de buurt te blijven van de nieuwe kampen die voor de gevluchte Koerden in het noorden van Irak worden gebouwd.

Shalikashvili voerde gisteren gedurende drie kwartier besprekingen met enkele Iraakse generaals over de vestiging van die nieuwe kampen voor de gevluchte Koerden in Irak. Hij omschreef het gesprek als “een openhartige gedachtenwisseling”. Hoewel er volgens hem nog enkele zaken niet volledig waren geregeld, zei hij dat er geen tweede ontmoeting was afgesproken. Meer bijzonderheden over het gesprek wilde hij niet geven. De resterende meningsverschillen vloeien wellicht voort uit ongenoegen van Iraakse zijde over wat Bagdad beschouwt als een ongeoorloofde inmenging door de geallieerden in Iraks interne aangelegenheden.

Het overleg van de generaals had plaats in een Iraaks douanekantoor, enkele kilometers van de plaats Zakho en vlakbij de Turkse grens.

Aanvankelijk zou het omstreeks het middaguur worden gehouden, maar dit werd later uitgesteld tot het begin van de avond. Shalikashvili zelf veronderstelde dat het uitstel wellicht was te wijten aan het feit dat de beide Iraakse generaals niet op tijd vanuit Bagdad de grens hadden kunnen bereiken.

De Iraakse generaals, Nushwan Danoun en Abdul-Hafiz Jazail, arriveerden bij het douanekantoor in een witte Mercedes. Kort daarna kwam Shalikashvili per helikopter met in zijn gevolg hoge militairen uit Groot-Brittannie, Frankrijk en Canada. De wederzijdse begroeting was beleefd maar niet uitbundig.

De omgeving van het douanekantoor maakte een verlaten indruk. Sinds het begin van de Golfcrisis is er zeer weinig verkeer geweest tussen Turkije en Irak, en sinds het uitbreken van de oorlog helemaal niets meer. De Irakezen hebben bovendien geprobeerd de verbinding tussen de beide landen te verbreken door de twee bruggen over het grensriviertje op te blazen. Een brug is echter nog bruikbaar.

Eerder op de dag had de Amerikaanse bevelhebber zich tegenover hem begeleidende journalisten op de nieuw ingerichte basis in het Turkse Silopi optimistisch getoond over de voortgang van de hulpoperatie.

Pag. 4:

Amerikanen waarschuwen Irak

Hij stelde dat de afgelopen dagen “zeer snelle vooruitgang” te zien hadden gegeven. Hij zei ervan uit te gaan dat er binnen een paar dagen zou kunnen worden begonnen met de bouw van de nieuwe kampen in Irak.

Woordvoerders in Silopi hadden eerder bevestigd dat de door het Pentagon genoemde termijn van twee weken waarbinnen de kampen klaar zouden moeten zijn “redelijk” is. Ondanks de snelle ontwikkeling zei Shalikashvili dat hij nog steeds in tijdnood verkeert: “Tijd is het grootste obstakel waar ik mee heb te kampen.”

Shalikashvili schatte het aantal vluchtelingen in het Turks-Iraakse grensgebied op vijfhonderdduizend. “Het is mij duidelijk (...) dat we (de vluchtelingen) eenvoudigweg niet genoeg hulp kunnen leveren op de plaats waar ze zitten.” Daarom valt er volgens hem volstrekt niet te ontkomen aan het opzetten van nieuwe kampen in toegankelijker oorden.

Hij onderstreepte dat niet alleen de voedselvoorziening maar ook de hygienische en medische toestand in de huidige kampen zeer te wensen overlaat.

Gevraagd of er geen kans bestaat op een militaire confrontatie met de circa dertigduizend Iraakse militairen die zich nog in het noorden van Irak bevinden, antwoordde de Amerikaanse generaal: “Dat gevaar valt niet uit te sluiten. We zullen alles doen om dat te vermijden.” Na afloop van zijn overleg met de Iraakse generaals, stelde Shalikashvili echter: “Het is onze bedoeling om de noodzakelijke veiligheidstroepen in te zetten om de humanitaire inspanning te beschermen. Dat was onze bedoeling in het begin, dat is nog steeds onze bedoeling.”

De beminnelijke Shalikashvili, door zijn manschappen gemakshalve generaal Shali genoemd, herhaalde in Silopi het standpunt van president Bush dat de militairen de hulp aan de Koerden slechts op gang zouden brengen, om het toezicht daarover vervolgens zo snel mogelijk over te dragen aan een instantie als de Verenigde Naties.

“Dit betekent dat onze militaire aanwezigheid niet voor onbepaalde tijd zal zijn”, stelde hij, zonder evenwel precies aan te geven hoe lang de militairen zouden blijven. Wie na het vertrek van de geallieerde militairen de veiligheid van de Koerden moet garanderen, liet hij eveneens in het midden.