In grote wanorde op zoek naar het menselijk geluk

Een werktafel, losse neonbuizen, een emmer cement, een stapel dekens in een hoek, een grote bos takken en een wanordelijke kluwen touw waarvan het uiteinde aan het plafond is geknoopt.

Het decor voor de voorstelling Het is Nu van de theatergroep Mug met de Gouden Tand ziet eruit alsof er driftig wordt verbouwd. Althans, zo zag het eruit bij de try-out van afgelopen dinsdag, want er kan nog van alles veranderen. Vormgever Hans Klasema: “Ik heb een grote hoeveelheid materiaal geleverd en achter het toneel gezet. De acteurs kiezen daaruit de dingen waarmee ze willen werken. Bij de tweede try-out zag het toneel er weer heel anders uit dan bij de eerste.”

Het is Nu - waarvan de premiere gisteravond plaatsvond in De Brakke Grond in Amsterdam - gaat over drie mensen die op zoek zijn naar het geluk en daarbij voortdurend worden geconfronteerd met het contrast tussen wat hen innerlijk bezighoudt, hoe zij zich naar buiten voordoen en de wereld waarin zij leven. De acteurs maken gebruik van teksten uit de literatuur en van actuele kranteartikelen (de val van de Muur, de Golfoorlog, de Koerden).

Het idee voor de aankleding is van Klasema, die eerder voor 'de Mug' een aantal opmerkelijke decors en kostuums maakte.Voor Wilhelm Meisters Leerjaren van Goethe bij voorbeeld, waarmee de groep in 1985 debuteerde, ontwierp hij spectaculaire, in uitbundige kleuren uitgevoerde kostuums, die deden denken aan de achttiende-eeuwse hofmode. Mannen en vrouwen gleden over het toneel in wijde, tot op de grond vallende rokken en droegen hoeden waarop enorme, witte rococo-pruiken waren gemonteerd. En bij de Prix de Rome maakte hij voor een scene uit Macbeth een bewegend plafond met negentig porceleinen beelden.

In Het is Nu is de aankleding soberder. Het curieuze van het decor is dat Klasema 'zichtbaar' op het podium staat in de vorm van de attributen, die allemaal afkomstig zijn uit zijn atelier in Friesland.

“Het is materiaal waarmee ik werk en leef en dat daardoor voor de acteurs een bepaalde meerwaarde heeft. Dat idee sluit aan bij wat er op het toneel gebeurt. Dat gaat ook over wat je ziet en wat je niet ziet. Wat op het toneel staat is mijn werkelijkheid, maar het publiek weet dat niet.”

Klasema (32) is vanaf de oprichting in 1985 betrokken bij Mug met de Gouden Tand. Hij werd ingewijd in het theatervak door Jan Ritsema, de toenmalige regisseur. Klasema: “Aan de Rietveldacademie had ik aan schilderen, modetekenen en illustreren gedaan. 'Van alles wat' dus en dat is ideaal voor het theaterwerk, waaraan ook veel verschillende aspecten zitten. Ritsema zit er niet meer bij, maar ik werk nog wel met hem samen. Voor Toneelgroep Amsterdam heb ik nog Een over Acht met hem gedaan, ook een voorstelling die door de acteurs zelf werd samengesteld. Dat stuk is overigens niet doorgegaan.” Bij diezelfde groep maakte Klasema kostuums en decors voor Vroeger van Pinter en voor Caracal van Judith Herzberg.

Een van de positieve kanten van het werken met de Mug is volgens Klasema het ontbreken van hierarchie binnen de groep. Iedereen is in gelijke mate betrokken bij de voorbereidingen van een nieuw stuk. Zo kwam Klasema indertijd met het idee om Goethe's boek Wilhelm Meisters Leerjaren als uitgangspunt te nemen. “Iedereen komt met zijn eigen inbreng”, zegt hij. “Daaruit ontstaat een dialoog, een soort zoektocht om tot een definitieve vorm van het stuk te komen. Als niet iedereen achter een onderwerp staat, beginnen we er niet aan”.

Bij de voorbereidingen van de nieuwe voorstelling maakte hij samen met fotografe Inez van Lamsweerde een collage van negen foto's waarop de drie acteurs de verschillende typen uitbeelden die zij in het stuk spelen. Tijdens de fotosessies maakten ze video-opnamen waarop de spelers die verschillende personages tot in het extreme probeerden te karakterisen. Klasema: “Als er een foto wordt gemaakt, krijg je een korte, bijna bovenwerkelijke momentopname, die echter wel een afspiegeling is van de realiteit. Door die opnamen zijn er fotografische elementen in de voorstelling geslopen. Je ziet de acteurs af en toe poses aannemen. Je had voor dergelijke effecten een choreograaf kunnen inschakelen, maar een fotograaf is iets heel nieuws.”

De kleding heeft hij deze keer niet zelf gemaakt of laten maken, maar gekocht. Zo draagt een van de actrices een glitterende feestjurk van de Society Shop, met een fascinerend kleurenpatroon, de ander een witte overhemdblouse met een lange ruiten rok. Het zoeken van de juiste kleding was volgens Klasema een hels karwei. De contrasten waarover het stuk gaat, gelden ook voor de kleding. Wat de acteurs doen en zeggen strookt niet met wat ze aan hebben, aldus Klasema. De bedoeling is dat mede daardoor het publiek op twee of drie sporen wordt gezet.

Bij de uitvoering van zijn ideeen heeft de vormgever tot op zekere hoogte de vrije hand. “Ik wacht niet tot een stuk af is”, vertelt hij. “Op een gegeven moment is het duidelijk welke richting het uit gaat en dan ga ik aan de gang. Soms kost het wel moeite dingen door te voeren. Bij deze voorstelling wilde ik eigenlijk een groot bouwwerk maken, door tafels op elkaar te stapelen tot een grote toren en hutten en nesten van takken te bouwen, waar de acteurs in zaten. Maar zij vonden dat ze dan teveel aan een plek vastzaten. Ik doe suggesties, maar dwing niets af. Ik breng mijn werkelijkheid binnen en daar maken de acteurs hun theatrale werkelijkheid van. Nu stond er veel aan de achterkant van het toneel en was de voorkant tamelijk leeg. Ik had het persoonlijk wel interessant gevonden om het hele toneel vol materiaal te zetten en de acteurs erbuiten, of om helemaal niets neer te zetten en de dingen alleen in het hoofd van de acteurs te laten bestaan.”