Heinrich Schiff weet in alle situaties met zijn cello te toveren

Concert: Heinrich Schiff (cello), Ferdinand Erblich (altviool), Ivo Janssen (piano). Programma: Hindemith: sonate voor alt en piano (opus 11,4); duet voor alt en cello, sonate voor cello en piano (opus 11,3); Brahms: Drie intermezzi (opus 117), sonate voor cello en piano (opus 38). Gehoord: 17-4 Kleine Zaal Concertgebouw Amsterdam. Concert: Residentie Orkest o.l.v. Aldo Ceccato m.m.v. van Heinrich Schiff. Programma: Rimski-Korsakov: Suite De Gouden Haan; Saint-Saens: celloconcert nr. 1 (opus 33); Respighi: Fontane di Roma; Ravel: La Valse. Gehoord: 18-4 Dr. Anton Philipszaal Den Haag.

Er zijn solo-cellisten van klasse voor wie een authentieke weergave van de muziek zelf voornaamste doel is. Anderen zijn echter zo doordrongen van de weerbarstige schoonheid van de cello, dat voor hen het benutten van de zo uitgesproken persoonlijke klank van het instrument op de allereerste plaats komt. En tenslotte zijn er de zeldzame cellisten zoals Heinrich Schiff, die zowel de componist respecteren als op een onnavolgbare wijze de eigen geaardheid, de ziel van het instrument aan bod laten komen. Woensdagavond was Schiff eerst te bewonderen door de karaktervolle wijze waarop hij in Hindemiths Alt-celloduet altviolist Erblich de gelegenheid bood zijn geraffineerde verfijnde toon uit te spelen. Men kan zich nauwelijks voorstellen dat Hindemith dit virtuoze werkje, waarin hij nauwkeurig op zijn tellen lette een muzikaal element als zodanig wordt, in 1934 als restant bij een Columbia-opname (er waren nog vier minuten voor de plaat beschikbaar) in drie uur vervaardigde en drie kwartier later samen met de vermaarde cellist Emanuel Feuermann vertolkte.

In Hindemiths Cellosonate werd Schiff even uitgeschakeld, door pianist Ivo Janssens al te letterlijke interpretatie van de aanduiding “mit Kraft”. Janssens mokerslagen op het toetsenbord, hoe expressief ook in muzikaal opzicht, verleidden Schiff - die toch graag gehoord wilde worden - tot het produceren van zoveel geluid dat het onvermijdelijke gebeurde: er knapte een snaar. Na dit incidentje wisten de beide kunstenaars toch nog tot een evenwichtige kernachtige wijze de twee voornaamste elementen van de sonate, namelijk de rauwe spontane niet atonale centra gebonden samenklanken en het speels-muzikanteske melodische lijnenspel gestalte te geven. Hier, evenals in de Brahms-sonate, viel bovendien op Schiffs vermogen om in welk register ook een eindeloze varieteit van verrassend expressieve tonen te produceren.

Een dag later was bij het Residentie Orkest Schiffs vertolking van de solopartij in Saint-Saens celloconcert een compleet wonder. Dat Aldo Ceccato weinig alert op zijn intenties reageerde deerde hem volstrekt niet. Dit misschien meest cello-achtige onder de celloconcerten - het was eens Casals' favoriet - verleende hij een zeldzame allure door met zijn aard verbonden elementaire muzikale kracht het werk ver te doen uitstijgen boven de doorsnee elegant charmerende vertolkingen.

In Saint-Saens charmeert Schiff niet, maar betovert hij de luisteraar met een afwisselend zwoel-sensuele en lieflijk-tedere verleidingskunsten. Ceccato's sterk op de schoonheid van het orkestrale koloriet gerichte directie leverde de beste resultaten op in Respighi's Fontane di Roma. In La Valse van Ravel kwam het bijtend satirische element onvoldoende aan bod.