Frans Derks; Als mensen op het strand volleyballen draai ik mij snel om

In 1978 nam Frans Derks afscheid als scheidsrechter in het betaald voetbal. Toch verdween hij nooit uit de schijnwerpers. Derks is al dertien jaar voorzitter van volleybalclub TDK Brevok uit Breda, een van de zes ploegen in de vorige week begonnen playoffs voor het landskampioenschap. Hij voert sinds kort ook de vereniging van eredivisieclubs (VTV) aan. In die hoedanigheid vecht hij onder meer tegen de uitzonderingspositie van de nationale mannenploeg van Harrie Brokking. Frans Derks is nog steeds een dwarsfluiter.

U heeft namens de VTV gepleit voor de terugkeer van de internationals bij de clubs na de Olympische Spelen van 1992. Gaat dat ook gebeuren?

Dat kan volgens mij niet anders. Straks gaan de grote heren hun capaciteiten in Italie verzilveren. Wij kunnen niet tegen het grote geld op. En je bent bijna een misdadiger als je een speler een transfer van twee, drie of vier ton per jaar onthoudt. Als er Italiaanse interesse voor een speler van Brevok zou zijn zou ik hem zelfs tot aan de grens begeleiden. Ik zou voor hem kijken of zijn contract geen dubbele bodem had. Wel zou ik zorgen dat zo'n jongen als hij naar Nederland terugkomt weer voor mijn club gaat spelen. Maar tegen die exodus naar het buitenland kun je je niet wapenen. Ook niet met constructies met levenslange contracten zoals bij de voetballers Vanenburg en Van der Brom.

Bondscoach Harrie Brokking zegt dat het niveau van de competitie nog niet hoog genoeg is.

Dat is negatief gelul. Sinds de tijd van Starlift en Delta Lloyd is het volleybal veel sneller geworden. De competitie is aan de top heel interessant. En meneer Brokking haalt wel mooi zijn nieuwe spelers uit de eredivisie. Ik begrijp hem best. Hij vecht voor zichzelf. Hij pakt die anderhalve ton en reist de halve wereld af. Maar hij moet nu aan de achterban denken, de clubs, de hofleveranciers. We hebben een experimentele fase gehad. Die is goed uitgepakt. We hebben op een haar na een prijs gemist in Brazilie. Dat niveau moeten we nu vasthouden, met elkaar. Met de clubs valt niet meer te sollen. Ik ga dwars door muren heen. Ik zit er niet niet voor mijn lol. Ik ben een troubleshooter en dan ben je automatisch ook een troublemaker. Het koninkrijk van Piet de Bruin (de in november scheidende bondsvoorzitter, red) is voorbij. Dat moet iedereen beseffen. De Bruin heeft altijd weinig oppositie gehad. Ik heb enorme waardering voor die man, maar hij gaat twee jaar te laat weg. Het nationale volleybal schreeuwt om veranderingen. En als ik met De Bruin praat heeft hij het niet over Martinus, Brevok en Rentokil, maar over Lausanne en meneer Acosta.

Wat trekt u zo aan bij het volleybal?

Niets dus. Als mijn eigen cluppie speelt sta ik te schreeuwen en te brullen, maar ik heb verder geen affiniteit met deze sport. Ik kan best zonder volleybal leven. Zonder voetbal niet. Als mensen in de vakantie op het strand aan het volleyballen zijn draai ik mezelf snel om. Ik ben er bij Brevok ingerold. Ik werd gevraagd als voorzitter en bij de derde keer heb ik gezegd dat ik het voor een jaar wilde doen.

We hebben in een voormalige kerk een mooie accommodatie uit de grond gestampt. Het is eigenlijk ongelooflijk dat dat gelukt is. Brevok had destijds bijna geen cent in kas, 13 gulden en 65 cent. We doen alles zelf. Ook ik loop na de wedstrijd met bordjes te sjouwen. Waarom zou ik dat niet doen? Met z'n allen is de zaal in zeven minuten opgeruimd en dan zit iedereen tegelijk aan het bier.

Want vindt u van het niveau van de volleybalscheidsrechters?

Dat is over het algemeen niet slecht. De enige vrouwelijke scheidsrechter in de eredivisie (Van Dijk, red.) is een van de besten.

Ik heb laatst wel een opmerking gemaakt over de presentatie van de scheidsrechters. Er zitten er in de stoel met een poloshirtje van twintig jaar oud en een buik die bijna over het net hangt. Dat is geen gezicht. Volleybal is een sport van hele fitte mensen. Daar moet je als scheidsrechter in meegaan. Anders kun je beter bij het biljarten gaan zitten.

Wat vindt u van de schorsing die voetbalscheidsrechter Houben heeft gekregen omdat hij bij PSV-Ajax Jan Wouters geen rode kaart heeft gegeven?

Dat is de waanzin ten top. Maar Houben was natuurlijk niet de man voor zo'n grote wedstrijd. Het is typerend dat hij zegt de straf te zullen accepteren. Ik had me doodgevochten. Je moet in zo'n topper vooral slim zijn als scheidsrechter. Zo mag je geen artiesten verspelen zoals met die rode kaart van Roy. Als Houben preventief fluit was dat nooit gebeurd. De scheidsrechters van nu worden kapot geinstrueerd door de Hoppenbrouwers en de Van der Kroften. Ze zijn gezagsgetrouw: ja meneer, oke meneer. Steeds worden er weer nieuwe richtlijnen verzonnen. Die gele en rode kaarten, daar word ik doodziek van. Ik heb in mijn hele carriere maar zeven keer geel gegeven waarvan vier aan Aadje Mansveld. Ik loste het anders op. Ik liet zo'n speler een tijdje niet aan de bal komen. Als hij maar naar de bal keek floot ik. Dan begreep hij de boodschap. Niks kaart. Blankenstein en Van der Ende zijn nu goede scheidsrechters. Dat dacht ik ook van Van Vliet. Tot PSV-Feyenoord voor de beker. Ik ben zelf nooit een penaltyking geweest, maar bij een geval was het een zuivere strafschop voor Feyenoord en bij een tweede misschien ook. Daar zou je zo'n scheidsrechter nou voor moeten straffen.

U houdt het als bestuurder in het volleybal langer vol dan in het voetbal. Bij NAC was u tot twee keer toe snel weer verdwenen.

De eerste keer was een gekkigheidje. Ik heb toen Johnny Dusbaba voor een paar centen van Standard-voorzitter Petit, een varken van een vent, gekocht. Die transfer zorgde voor een positief effect. NAC promoveerde dat seizoen ook. De laatste keer heb ik de club gesaneerd.

Dat is mijn vak. Ik had een derde van het budget waarover mijn voorgangers konden beschikken. We pakten nog bijna een periodetitel.

Ik ben tijdens een in elkaar gestoken vergadering opgestapt. Er was geen basis meer voor samenwerking. De meeste bestuursleden hadden de ballen verstand van voetbal. Nu nog niet trouwens. Al die directeurtjes kwamen op hun schoenen van slangeleer bij de tegenstanders binnen, maar mij in een vale spijkerbroek en een slobbertrui herkenden ze altijd. Ha Fransje, klonk het dan. Ik denk dat ik verstand van voetbal heb. Ik vind dat NAC nog niet genoeg gesaneerd is. Het doet me nog steeds pijn dat ik daar weg ben, ja. Ik ben een NAC-man in hart en nieren. Als ze straks zouden promoveren vier ik m'n eigen feestje.

Zou u nog eens in de voetballerij willen werken?

Ik ben nu met dat volleybal natuurlijk niet op de plaats waar ik zijn wil. Maar mijn werk bij Brevok is nog niet af. Eerst moet de hypotheek op de zaal zijn afgelost. Ik zou graag eens bij Feyenoord willen huishouden, zonder een groot salaris. Ik zou het ook niet voor de publiciteit doen. Die krijg ik al genoeg. Maar er zijn hele onwaardige dingen bij Feyenoord gebeurd, ongelooflijk.

Heeft u een zwak voor Feyenoord?

En voor Ajax. lk had vroeger altijd de pest in als die clubs verloren.

Maar aan mijn fluiten kon je dat echt niet merken. Ik paste mijn arbitrage niet aan mijn voorkeuren aan. Alleen bij de Moffen niet, maar daar had ik mijn redenen voor. Feyenoord-Ajax eindigde bij mij wel in 1-1. Ik kan me herinneren dat ik ooit eens zonder scheidsrechterskleding bij Feyenoord kwam. Was ik thuis vergeten. Toen heb ik Ernst Happel in vertrouwen genomen. Hij heeft kleren voor me geregeld, een broekje van Theo van Duivenbode, een overhemd van een suppoost en een trui van Janssen, de man van de kaarten. Zo heb ik gefloten. Happel heeft dat nooit aan iemand verteld. Dat waardeer ik.

Ik ben met mijn Leentje nog naar de Europa-Cupfinale van Feyenoord in Milaan geweest. Het feest duurde eigenlijk een paar dagen te kort. Een week later moest ik Feyenoord tegen Holland Sport fluiten. Heb ik vijftig rode en vijftig witte tulpen meegenomen, om in de Europa Cup te stoppen bij de ereronde. Het was een happening. Holland Sport in het tenue van Celtic. Het juichende legioen. Ik was echt geemotioneerd. Ik heb die wedstrijd de handen maar op mijn rug gehouden. Fluiten was toch niet mijn sterkste punt. De kunst van het fluiten is om juist niet te fluiten.

De echte top heeft u nooit gehaald. Heeft u geen spijt van de fratsen die u in uw loopbaan heeft uitgehaald?

Ik heb helemaal nergens spijt van. Ik wist vanaf mijn eerste wedstrijd dat ik de absolute top niet zou halen. Je kunt jezelf blijven en dan weet je zeker dat je het niet haalt. En je kunt in het gareel lopen en slijmen en likken waar je kunt en dan haal je het misschien wel. Ik weet nog dat ik in maart '78 Benfica-Liverpool floot. De omstandigheden waren moeilijk, regen, onweer, 85.000 toeschouwers op de tribune en de thuisclub verloor. Ik kreeg van de Zwitserse waarnemer het hoogste cijfer. Hij schreef me naar God. Maar ik werd niet naar het WK in Argentinie gestuurd. Dat wist ik al bij voorbaat.

Ik had nadat Franco in Spanje vijf jonge mensen had vermoord in een interview voor de radio gezegd dat ik als ik voor een wedstrijd van Real Madrid of Barcelona zou worden aangesteld zou weigeren te gaan.

Mijn lieve collega's hebben toen gezorgd dat die uitspraak bij de FIFA terecht is gekomen.

U heeft altijd in de publiciteit gestaan. Zelfs dertien jaar na het beeindigen van uw arbitrale carriere is het nog steeds raak. Bent u daar bewust op uit geweest?

Ik was een blindganger. Ik wilde laten zien dat er bij de scheidsrechters plaats was voor een man van de tijd. Ik heb een paar goede poten van mijn moeder gekregen. Dus droeg ik een kort broekje, lange haren erbij. Je bent als scheidsrechter een sociaal werker, een katalysator. Jij bent de hondelul voor de toeschouwers. Wat ze niet tegen hun eigen baas durven te zeggen roepen ze naar jou. Er moet dus ook plaats zijn voor een beetje show. De mensen merkten op den duur dat er bij die Derks altijd wat gebeurde. Dan krijg je vanzelf publiciteit. Hoewel ik die met name in het begin ook wel zelf gevoed heb, natuurlijk. Bij Brevok treed ik niet veel op de voorgrond. Dat laat ik aan de trainer en de manager over. Toch weten ze me te vinden.

Ik word ook overal herkend. Er is sinds mijn actieve periode weinig aan me veranderd. Ik heb geen vetpens of driedelig grijs aan. Ik train elke dag, hardlopen en ik heb een fitnessruimte in de tuin. Natuurlijk heeft dat met ijdelheid te maken. Dat druipt er bij me vanaf. Maar zelfs Boris Karloff wil zo voordelig mogelijk in beeld komen. Ik hou ervan me te soigneren. Ik fluit nog zeer regelmatig. En dan heb ik nog steeds hetzelfde korte broekje aan. Dat past nog steeds.