E. NORDHOLT; PvdA is nu een partij van rapporten

Hoe komt de Partij van de Arbeid de klap van de Provinciale-Statenverkiezingen te boven? Het is een vraag die de partij in alle geledingen bezighoudt. Een serie gesprekken met mensen uit de PvdA over de toekomst. Vandaag het negende, met de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie E. Nordholt, al twintig jaar overtuigd lid van de PvdA, maar als politieman altijd een vreemde eend in de bijt gebleven.

AMSTERDAM, 20 april - “Als ik denk aan de PvdA, dan denk ik aan het Friese dorp Appelscha waar ik ben opgegroeid. De PvdA was daar een partij voor arbeiders, voor gewone mensen die voortbouwden op de resultaten van een strijd die was gevoerd voordat wij geboren waren.

De PvdA was in die tijd ook nog een partij met dromen, met strijdliederen, met een heldere visie. Het was allemaal misschien wat euforisch, maar de partij had wel een persoonlijke boodschap voor de mensen.

“Zo'n lied als 'Morgenrood' werd op het dorp waar ik woonde ook werkelijk gezongen. En niet door doctorandussen, welzijnswerkers of gedragswetenschappers, maar door gewone mensen die vanuit hun eenvoud zelf ook allerlei ideeen hadden over hoe de maatschappij van hun kleinkinderen er zou moeten uitzien. De PvdA gaf aan hele gewone mensen als het ware vleugels.

“Den Uyl was een van de eersten die begon te praten over de 'smalle marges' van de politiek. Hij signaleerde daarmee een keerpunt in het denken van de PvdA: de ruimte voor het beeld van die 'andere'

maatschappij werd steeds kleiner. Alleen: die mensen in Appelscha waren niet lid van de PvdA vanwege de smalle marges. Daar wisten ze immers alles van, ze hadden in hun leven nooit iets anders ervaren, iedere dag opnieuw. Ze waren met volstrekt iets anders bezig, met iets achter de horizon.

“Maar, wat nog belangrijker was, de PvdA kon ook geen nieuwe aansluiting vinden bij wat vandaag de dag wel belangrijk is voor de mensen die vroeger de strijdliederen zongen. Men heeft zich geconcentreerd op een gecompliceerd subsidie- en uitkeringsstelsel, men heeft over de inkomens gebakkeleid in procenten en tienden van procenten en dat is, begrijp me goed, ook uiterst belangrijk voor iedereen die aan de onderkant van de samenleving zit. Maar ze hebben over het hoofd gezien dat er in deze moderne samenleving veel meer aan de hand is.

“Ik ben zelf lid geworden van de PvdA toen ik een jaar of 27 was. Net zoals een stad zich vernieuwt zo wilde - en wil - ik dat ook de samenleving beter wordt dan die nu is. Dat was mijn motivatie. Maar een politieman die lid van de PvdA wordt... Bij de politie vond men zoiets toentertijd ronduit onbetamelijk, maar ook in de partij zelf had men er moeite mee. Het idee dat degene die een uniform draagt de onderdrukten eronder houdt zit natuurlijk heel diep in de partij. In het oude socialistische wereldbeeld ging men ervan uit dat de mens van nature goed was. Met andere woorden: het maatschappelijke kwaad, voor zover zich dat manifesteerde in het gedrag van mensen, had niets met het individu te maken maar alles met de omstandigheden waaronder men leefde. Als er 'Fressen' is, komt er vanzelf ook wel 'Moral'. Men vergat daarbij alleen dat enkel zo'n verklaring niet voldoende was en dat de symptomen op zich een groot probleem kunnen vormen. En als er aan die symptomen, die soms in extreme mate leiden tot onveiligheid, te weinig wordt gedaan dan is het in de eerste plaats de gewone man die daarmee wordt geconfronteerd. Rijke mensen kunnen zich beveiligen, wie in een gewone Bijlmerflat woont niet. Daarop en daarover heeft de partij altijd heel weinig gezegd, niks gezegd of de verkeerde dingen gezegd.

“In Amsterdam is dat inmiddels veranderd. Wat je ook verder van alle Nieuw Flinks-theorieen kunt zeggen, de lokale PvdA-politici hebben op dat punt een enorme ommezwaai gemaakt. Die hebben gepraat met de mensen in de Bijlmer en in Bos en Lommer en erkend dat op het gebied van veiligheid toch wel een groot probleem ligt. Die hebben het begrepen.

“Ook binnen de landelijke PvdA zijn er natuurlijk altijd mensen geweest die daar wel heldere ideeen over hadden - bijvoorbeeld Van Thijn en Kosto - maar dat is iets anders dan het standpunt van de PvdA als partij. Ook nu, met de verkiezingen en de Tussenbalans, heb ik nog nooit van Kok, Sint of Woltgens, de drie belangrijkste partijleiders, gehoord om naast het milieu en de werkgelegenheid ook enige prioriteit te geven aan de interne veiligheid van dit land. Terwijl het iets is waarover gewone mensen in het land elke dag met elkaar praten. Maar de partijleiding staat erbij, 'met de handen verkeerd om', zoals ze in Appelscha zeggen.

“Ach, we stemmen toch maar PvdA, het is niet meer zoals vroeger, maar wat moeten we anders? Dat was lange tijd de houding van het electoraat. Jarenlang heeft de PvdA zo talloze stemmen getrokken. Op die manier leek het alsof er een grote electorale steun bestond. Hoe groot die misrekening was blijkt nu. Mensen stemmen vaak heel lang uit gewoonte en uit een diep gevoel van loyaliteit. Totdat ze opeens beseffen dat hun vertegenwoordigers al jaren niet meer bezig zijn met de dingen die zij belangrijk vinden. Het is niet een kwestie van: 'We spreken hun taal niet meer'. Was het maar zo. Deze breuk is veel ouder, veel dieper en moeilijker te herstellen, als er al een weg terug is.

“De PvdA moet niet meer over marges praten. Wat interesseert mensen de marges? Mensen willen een heldere politieke partij die duidelijk aangeeft: in deze maatschappij willen wij een aantal paden bewandelen, die zien er zus en zo uit en leiden totdat en dat resultaat. Geld, bijvoorbeeld voor sociale vernieuwing, heeft slechts zin als het past in een visie. De PvdA is een partij geworden van onderzoeken, rapporten en discussies. We moeten weer een PvdA hebben van analyses, oplossingen en resultaten. De sociale vernieuwing moet een aktie zijn waarbij je man voor man en vrouw voor vrouw weer aan het werk helpt, stuk voor stuk. Dat is waar het om gaat. Non-profit-organisaties zijn per definitie niet op resultaat gericht. De politie was dat vroeger ook niet. Wij waren bezig met regels en met een taak. En niet met het terugdringen van de overvallen met een concreet percentage. Een politieke en ambtelijke cultuurbreuk, dat zou het begin van een echte sociale vernieuwing zijn.

“Dat het slecht gaat met de PvdA is niet alleen jammer voor die partij. Het probleem is veel ernstiger. Het hele veld links van het midden voelt zich niet meer maatschappelijk vertegenwoordigd. De mogelijkheid bestaat dat het electoraat dat de PvdA nu heeft losgelaten voorlopig apathisch en nihilistisch blijft en niet of nauwelijks meer zal stemmen. Maar ik acht de kans veel groter dat het naar rechts stapt. En dat terwijl in de grote steden de tegenstellingen, met name op raciaal gebied, vermoedelijk steeds sterker zullen toenemen. Geen mens weet waar dat toe zal leiden.”