D'Hooghe vertrouwt op de inventiviteit van de Belg

Michel d'Hooghe is een groot kenner en liefhebber van Guido Gezelle en verstrooit de selectie van het Belgische voetbalelftal regelmatig met zijn vleugelspel op de piano. Begonnen met zijn voeten in het slijk op de spelersbank naast Ernst Happel als clubarts van Club Brugge, is Michel d'Hooghe inmiddels opgeklommen tot voorzitter van de Koninklijke Belgische Voetbal Bond. Maar de door onderzoeksrechter Bellemans in 1984 al aangetoonde zwartgeld-praktijken; Belgische clubs die onderduiken in investgroepen met vaak ondoorzichtige lease-constructies, vandalisme, dopingaffaires etc., het zijn zaken die diepe sporen hebben getrokken in het Belgische voetbal. Ooit het 'zwartgeld-paradijs' voor de vrije jongens van de voetbalsport uit heel Europa. Maar ook wat betreft deze straffe tegenwind put D'Hooghe troost uit de woorden van Guido Gezelle: 'Wie tegen't ruischen van de bladeren niet 'n kan, die mag het bos niet ingaan.'

BRUSSEL, 20 april - Michel d'Hooghe is een man van veel gezichten.

Zijn eigenlijke beroep is revalidatie-arts-diensthoofd van de OCMW-kliniek in Brugge, een ziekenhuis met duizend bedden, maar het fabriekskind ('mijn ouders hadden een kartonnage-fabriek waar ik door mijn afkomst nog gedeeltelijk bij betrokken ben') werd al snel besmet met het virus van de voetbalsport. De inmiddels 86-jarige echtgenote van de voormalige voorzitter van Brugge, Andre de Clerc, was zijn meter en hield D'Hooghe boven het doopvont. Na zijn medicijnenstudie was D'Hooghe vijftien jaar clubarts van Brugge, had hij in no-time een zetel in de raad van bestuur van de club en drongen de overige bestuursleden er op aan dat hij hun belangen bij de KBVB zou gaan behartigen. 'Michel, ge moet naar Brussel, ge spreekt bovendien een aardig woordje Vlaams en Waals, zeiden ze. Zo is de bal aan het rollen gegaan en ben ik van 1980 tot 1987 voorzitter van de liga beroepsvoetbal in Belgie geworden'', doorloopt D'Hooghe zijn bliksemloopbaan.

D'Hooghe bestiert de KBVB op onorthodoxe wijze. De gevierde marketing-deskundige binnen de bond is Alain Courtois, een voormalig magistraat (!). Een perschef acht de KBVB overbodig, Michel d'Hooghe is in principe voor iedereen aanspreekbaar. D'Hooghe: “Tijdens het WK in Italie kwamen de Italiaanse journalisten nog een keer naar ons trainingskamp toen we al waren uitgeschakeld. 'Wat komt u doen heren, we hebben echt geen nieuws meer', vroeg ik hun. Maar ze wilden ons bedanken omdat we van alle 24 deelnemers het meest toegangkelijk voor de media waren geweest. Toen hebben we geredeneerd: 'Waarom hebben we dan een perschef nodig?'

Vier jaar geleden volgde de belezen D'Hooghe Louis Wouters, een man die vanuit de hoogte op Belgie en het voetbal neerkeek, op als algemeen voorzitter van de KBVB. Maar de ambities bleven niet beperkt tot regionaal- en nationaal niveau. Ook mondiaal lijkt D'Hooghe een grote bestuurlijke loopbaan tegemoet te gaan. Hij is inmiddels al lid van het uitvoerend comite van de FIFA en ook voorzitter van de medische commissie van de wereldvoetbalbond.

Bovendien bezoekt D'Hooghe van tijd tot tijd alle clubs in Belgie, liefst zoveel mogelijk op lager niveau, houdt hij overal lezingen en vragen de Belgen zich in steeds stommer verbazing af waar D'Hooghe de tijd voor al dit soort activiteiten vandaan haalt. “Ik ben een georganiseerd mens. Als je in het leven iets wilt bereiken moet je organiseren”, is zijn doeltreffende filosofie. “Je moet geen domme tijd verliezen. Als ge me zegt wat was er in de laatste uitzending van Dallas, dan weet ik dat dus niet. Mijn excuses daarvoor, maar daar kan ik geen antwoord op geven. Ik verlies geen tijd.”

Afgelopen zondag zagen de Belgen hun voetbalvoorzitter weer eens op de BRT, in geanimeerd debat met minister Tobback van binnenlandse zaken.

Die vindt dat in Belgie voetballers na het maken van een doelpunt niet meer het publiek mogen opjutten. “Zo'n Gerets, die na het maken van een goal gelijk een aap in de zoo in de hekken hangt, dat is toch geen gezicht”, vond de minister. Maar ook op dit punt maakt de diplomatieke D'Hooghe van de nood een deugd. “We hebben te maken met een minister die geinteresseerd is in onze sport. Wat minister Tobback zegt, daar zit veel waarheid in. Maar belangrijk is dat hij niet negatief tegenover het voetbal staat. Die man is verantwoordelijk voor de veiligheid. Daar kan ik me moeilijk over beklagen.”

Al in 1982 was D'Hooghe een vandalisme-bestrijder avant la lettre toen hij met commissaris Roger de Bree van Brugge een aantal raddraaiers de toegang tot het stadion weigerde. De zaken zijn wat dat betreft in Belgie een stuk rigoureuzer aangepakt dan in Nederland. D'Hooghe: “U hoort mij geen overwinning kraaien, maar door de goede samenwerking met Binnenlandse Zaken en lokale autoriteiten zorgen wij er voor dat het hooliganisme momenteel binnen de perken blijft. Wanneer we de zaken per seizoen bekijken gaan we zelfs decrescendo. Maar er is iets heel anders. U mag niet vergeten dat we in dit huis nog altijd leven met het grote trauma van 1985. Het Heizel-drama. Dat leeft heel erg door en daardoor zijn we nog altijd heel erg getraumatiseerd. De zaak mag dan misschien voor de publieke opinie ten einde zijn, ik vind het dossier nog iedere week op mijn bureau.”

Zelfs de Europese Voetbal Bond (UEFA) wordt in deze affaire nog steeds achtervolgd door de Belgische justitie. Is er op dit punt geen sprake van chantage van de kant van de UEFA nu Nederland en Belgie zich gezamenlijk kandidaat hebben gesteld om in 1996 het EK voetbal te organiseren? D'Hooghe: “Van chantage mag u niet spreken. Dat zijn lasterpraatjes. De UEFA weet dat wij er alles aan gedaan hebben die zaak af te ronden. Maar het is de rechtbank die gesteld heeft: 'Kijk eens mensen, de verantwoordelijkheid ligt zo gespreid.' De zaak is op nationaal niveau nu juridisch in de derde fase. Hij is de correctionele rechtbank gepasseerd, het hof, en bevindt zich nu in beroep van cassatie. In tegenstelling tot alle publikaties; de Heizel-zaak is een ding, de EK-organisatie iets anders.”

De KNVB en KBVB hebben namens Van Marle en D'Hooghe inmiddels bij de UEFA een voorstel ingediend om de eindronden van het EK in 1996 met twaalf landen te verdelen over Nederland en Belgie. D'Hooghe: “De infra-structuur is geen probleem. Hotels en communicatie behoren in beide landen tot de beste ter wereld. Ge moet denken aan stadions met accommodaties van dertig-, veertig duizend zitplaatsen. Wij hebben in 1996 twaalf van dergelijke stadions. Vooral dat van Anderlecht wordt een juweeltje. Ik weet niet hoe het met onze Nederlandse vrienden is, maar wij hebben die zaken dik voor elkaar.”

Maar evenals het stadion in Amsterdam-zuidoost - met Ajax als vaste bespeler - dat nog niet verder is gekomen dan de tekentafel, zijn ook de plannen in Brussel vastgelopen voor het nieuwe Boudewijn-stadion, een naam die D'Hooghe heeft bedacht om de eenheid van de Belgen te accentueren. Een gevoelig punt omdat de taalstrijd ook diep ingrijpt in het voetbal. “Een jongen uit De Panne moet onder alle omstandigheden kunnen blijven voetballen tegen een jongen uit Arlon”, weet D'Hooghe, die daarmee benadrukt dat landelijke subsidies uitblijven in het Belgisch voetbal, omdat er een evenwicht dient te blijven tussen Walen en Vlamingen. Alleen de stadions worden op gemeenteniveau vaak gesubsidieerd.

Het Belgische voetbal heeft financieel altijd grotendeels zichzelf moeten bedruipen. Hetgeen een grote aantrekkingskracht uitoefende op vrije financiers, die tot voor kort de voetbalsport als een soort speeltuin beschouwden. Maar malversaties ten opzichte van de fiscus bij Beerschot, zwart geld bij Standard Luik in het verleden, Antwerpen dat nagenoeg failliet is en clubs als Sint Truiden en Gent die financieel zwaar boven hun stand leven, roepen de vraag op waarom de Belgische voetbalbond zo weinig controle op de boeken uitoefent.

D'Hooghe: “Er gebeuren groter gekkernijen op lager niveau dan bij de meeste profclubs. Maar waar haal ik de experts vandaan om 2200 clubs te controleren? Als ik die moet inhuren kost dat de clubs alleen maar geld. Wanneer een club in een jaar Cruijff, Pele en Maradona koopt zal ik mijn hoofd schudden en de betrokken leiders op hun verantwoordelijkheid wijzen. Maar het is in de eerste plaats hun verantwoordelijkheid. Niet die van de bond.”

De KBVB telt 2200 clubs en 477.000 aangesloten voetballers. Maar grote namen van buitenlandse voetballers, zoals in het verleden Haan, Larsen, Rensenbrink, Lubanski etc., zul je tegenwoordig niet meer in Belgie aantreffen. Er is blijkbaar geen geld meer om dat soort spelers zwart of wit te financieren.

“Daarmee snijden we dan meteen een van de drie grote problemen aan van het Belgische voetbal”, meent d'Hooghe. “Er ontstaat een steeds bredere kloof tussen de rijke zuidelijke voetballanden en een natie als Belgie of Nederland. Maar mocht Belgie zoals u beweert in het verleden een soort zwartgeld-paradijs zijn geweest dan was het toch een mini-paradijs vergeleken met wat in het zuiden is gebeurd en nog steeds gebeurt. Ik vertrouw op de inventiviteit van de Belg. Ik sta verbaasd hoe wij als klein land toch elk jaar weer bij de eerste vijf van Europa eindigen. Voor landen als Spanje, Frankrijk, maar ook Nederland. Onze riemen waarmee we roeien mogen dan nog geen tiende waard zijn van die van de boten van landen uit het zuiden. Die clubs brengen het in veel gevallen toch niet half zo ver als die van ons. De andere problemen voor het Belgische voetbal in de toekomst zijn het vandalisme - dat zal nooit helemaal uit te bannen zijn - en de infra-structuur. We hebben veel verouderde stadions. Om die aan te passen kost veel geld. Dat er eigenlijk niet is.”

Michel d'Hooghe is een realist. Veel van zijn voetbalinzicht heeft hij te danken aan Ernst Happel, de voormalig trainer van Club Brugge voor wie D'Hooghe een diep respect heeft. D'Hooghe wilde Happel ook naar het nationale team in Brussel halen toen de zaak van de rails liep met Walter Meeuws, die als bondscoach moest worden ontslagen. Happel weigerde en Guy Thys nam de zaken waar. “Die zaak is alleen maar opgeblazen in de pers”, zegt D'Hooghe. “Hier in huis hebben we ons daar niet zo druk om gemaakt. Thys zou van mij best nog een tijdje door mogen gaan. Maar gezien zijn leeftijd wordt dat moeilijk. Het trainersvak geeft veel stress. En kun je dat zelfs een ontspannen man als Thys op die leeftijd wel aandoen? Die zaak heeft onze grote aandacht.”

Veertien dagen geleden werd het Belgische voetbal opgeschrikt door een geval van bloeddoping met een speler van Turnhout met fatale afloop.

Als medicus moet die zaak voor D'Hooghe zowel schokkend als leerzaam zijn geweest.

D'Hooghe: “Het is een drama tussen de geneesheer en zijn patient dat ik niet symptomatisch voor de voetbalsport zou willen noemen. Ik ken het dossier uiteraard vrij goed. Ik heb bij Brugge zeven titels meegemaakt, twee Europa-Cupfinales, zonder ooit een speler doping toe te dienen. Maar ik veroordeel deze zaak tot op de bodem. Als ik zie wat er voor artificiele streken kunnen worden uitgehaald dan rangschik ik dit dossier onder de vijf O's. Onvoorzichtigheid, oneerlijkheid, onbekwaamheid, ongeluk en onaanvaardbaarheid. De zaak is nu onder de rechter. Verder kan ik er dus niet op ingaan. Maar doping is - zeker wanneer je dit afzet tegen vandalisme - in de voetbalsport naar mijn mening een secundair probleem. Een strikte hormonale doping is in de voetbalsport trouwens zinloos. Maar ik zeg niet dat het nooit gebeurt.

Er zijn gevallen bekend. Maar doping in de voetbalsport voltrekt zich soms op laag, niet wetenschappelijk niveau. Op basis van efedrine, hoestsiroop of neusdruppels. In Italie was ik tijdens het WK verantwoordelijk voor de doping-controles. Er zijn 250 gevallen onderzocht. Niet door ons maar door het Olympisch comite in Rome.

Sjoemelen door de FIFA was dus uitgesloten. Niet een geval bleek positief. Evenals tijdens het voetbaltoernooi van de Olympische Spelen in Seoul trouwens.''

    • Marc Serné