D66 werpt odium af van kleine partij in de marge; Positie D66 bij formatie sterk verbeterd

DEN HAAG, 20 april - Is de spectaculaire groei van D66 in de peilingen voorbode van een historische doorbraak in de Nederlandse politieke verhoudingen? De recente peiling van het bureau Inter-View in opdracht van de Vara doet het vermoeden. D66 lijkt vaste grond onder de voeten te hebben gekregen. Het odium van een kleine partij in de marge van de politiek is afgeworpen. De partij zou nu met twintig zetels groeien naar 32 en voor het eerst een groter deel van het electoraat achter zich krijgen dan de PvdA.

Die grote winst zou passen in de trend van de afgelopen jaren. Na het opnieuw aantreden van Van Mierlo in 1986 steeg de partij van zes naar negen en later naar twaalf Kamerzetels. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart vorig jaar boekte D66 in theorie achttien Kamerzetels en bij de Statenverkiezingen van 6 maart zouden het er al 24 zijn geweest.

Daar staat tegenover dat opiniepeilingen voor D66 meestal niet uitkomen. In 1981 voorspelden de opiniepeilers het D66 van Jan Terlouw 23 Kamerzetels - het werden er zeventien. In 1982 leek D66 er negen te krijgen - het werden er zes. Ook Van Mierlo is voor de enqueteurs moeilijk te peilen. In 1989 werden hem vijftien zetels beloofd - het werden er twaalf.

Als verklaring geldt wel dat D66 door het electoraat als een outsider wordt gezien waartegen de kiezer makkelijker ja zegt op een telefonische enquetevraag dan bij de stembus. D66 wordt gezien als een kleine partij met een lage kans op regeringsdeelname. Bij de formatie van het kabinet-Lubbers-Kok kwam de partij in aanmerking voor zegge en schrijve een ministerspost. Bij de stembus gaat het om de machtsvraag: bent u dan voor of tegen het kabinet. Als puntje bij paaltje komt bepalen CDA, PvdA en VVD het beeld.

Dat perspectief is inmiddels veranderd: door de opeenvolgende gunstige verkiezingsresultaten en opiniecijfers is het politieke gewicht van D66 gegroeid. Door de stortvloed van goed nieuws heeft de partij een electorale sneeuwbal aan het rollen gebracht - het positieve imago van een gegarandeerde overwinnaar leidt tot een Zwaan Kleef Aan effect.

Wie bovendien per se op een grote partij wil stemmen kan voortaan ook bij D66 terecht, zo lijkt het wel. Is het dode punt gepasseerd? Bij de Statenverkiezingen werd het antwoord al duidelijk. In grote steden als Amsterdam en Breda werd D66 de tweede partij, na respectievelijk de PvdA en het CDA. In forensenplaatsen als Zoetermeer, Almere en Lelystad en in studentensteden als Leiden en Wageningen zelfs de grootste partij.

Ook als potentiele regeringspartij heeft D66 in de Kamer aan gewicht gewonnen. Hoewel de fractie nog altijd maar twaalf zetels heeft, wordt er nu met Van Mierlo anders omgegaan dan in de dagen na het uitstoten van D66 uit de formatie. Werd hij in november 1989 wat medelijdend beschouwd als de verliezer die met zijn terugkeer in de Kamer kennelijk had misgegokt, nu is hij de stuurman die node aan boord wordt gemist maar zo verstandig was om aan wal te blijven. Ook dat kan de kiezer niet zijn ontgaan. Om D66 kan de PvdA bij een volgende formatie met geen mogelijkheid meer heen. De partij is daarmee zo mogelijk nog aantrekkelijker geworden als vluchthaven voor verongelijkte PvdA-stemmers.

In de Kamerfractie van D66 ziet men de kiezers-sneeuwbal met gemengde gevoelens op zich afkomen. Pas als we groter zijn dan het CDA, is er echt iets in Nederland aan de hand, houdt men elkaar voor. Dan heeft de individualisering en emancipatie kennelijk zo doorgezet dat ook daar ideologie geen garantie meer is voor een vaste achterban. Dat het CDA voor het eerst in lange tijd in de april-enquete fors verliest (vijf zetels), is daarvan misschien een teken. D66 lijkt zich dan definitief te vestigen als de partij van de ongebondenen, de ontzuilden - een paradox in zichzelf. Een Bond van Ongeorganiseerden, zoals die ooit in de grafische sector heeft bestaan.

Ook stellen de D66-Kamerleden zich de vraag of een deel van de sneeuwbal niet weer uit zichzelf zal smelten. Twintig extra zetels?

Daar zitten natuurlijk conjuncturele bandwagon-effecten in. Bovendien tellen enquetes de voorkeur van de thuisblijvers bij de laatste verkiezingen mee. D66 en PvdA hadden bij de laatste verkiezingen evenvegeen sprake. Maar wel is de positie van D66 bij formatie onderhandelingen sterk verbeterd. De winst van de Democraten komt voor de helft van de PvdA aanhang en voor ruwweg een kwart van CDA, respectievelijk VVD. Als D66 flink groeit, wordt een CDA-VVD coalitie vanzelf onmogelijk - weliswaar verliest de PvdA dan ook flink, maar die moeten dat dan maar voor lief nemen, zo kan in de D66-fractie worden gehoord. De PvdA staat nu op achttien zetels verlies, het CDA op vijf zetels verlies en de VVD op twee zetels winst. Een CDA-VVD coalitie zou nu niet verder dan 73 zetels komen. Daarin schuilt het werkelijke geheim van de Democraten - ze zijn aantrekkelijk voor significante groepen kiezers uit alle partijen. Voor het CDA is een sterk D66 het gevaarlijkst. Niet alleen maakt het een coalitie met alleen de VVD onmogelijk, het is ook de enige partij die het CDA buitenspel kan zetten en een VVD-D66-PvdA kabinet kan veroorzaken.

Wellicht voelt de kiezer ook dat aan.