Andriessen bepleit een beperkt EG-lidmaatschap

BRUSSEL, 20 april - Frans Andriessen, de Europese Commissaris voor buitenlandse betrekkingen en vice-voorzitter van de Europese Commissie, bepleit een nieuwe vorm van lidmaatschap van de EG. Dit zogeheten “geaffilieerd lidmaatschap” zou een tussenvorm moeten worden tussen de status van associatie met de EG en en het volledige lidmaatschap.

Andriessen hield zijn pleidooi gisteren in een redevoering getiteld 'Naar een Gemeenschap van 24?' voor Eurochambers, de organisatie waarbij 23 Kamers van Koophandel in Europa zijn aangesloten.

Geaffilieerde lidstaten zouden, volgens Andriessen, op bepaalde gebieden rechten en verplichtingen krijgen, terwijl andere gebieden gedurende een overgangsperiode worden uitgesloten. Bij specifieke gebieden zouden die leden op voet van gelijkheid toegang krijgen tot de EG-ministerraden, terwijl ze bij andere instellingen, zoals het Europees Parlement, vertegenwoordigd zouden kunnen zijn.

Het concept van geaffilieerd lidmaatschap zou elke 'tweederangs-connotatie' vermijden, zo meent Andriessen, en helpen het proces van Europese integratie uit te breiden tot zowel de nieuwe democratieen als tot de oude partners van de Gemeenschap.

In een toelichting zei de woordvoerder van Andriessen gisteravond dat het steeds duidelijker is dat er bij een groot aantal landen behoefte bestaat “om deel uit te maken van onze politieke familie”. In het plan van Andriessen voor geaffilieerd lidmaatschap zou een kwalitatief element worden toegevoegd aan de status die landen hebben wanneer ze alleen maar een associatie-akkoord met de EG hebben ondertekend. Van geval tot geval zou bekeken moeten worden of geaffilieerde leden bij verscheidene activiteiten van de EG betrokken zouden moeten worden, zoals bij transport, energie, milieu, onderzoek en ontwikkeling.

Andriessen noemt de nieuwe vorm “geaffilieerd lidmaatschap, een nieuw concept waarin niet wordt voorzien in de verdragen van de Gemeenschap of in de 'Europa-akkoorden' (de uitgebreide associatie-akkoorden waarover Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije op het ogenblik in onderhandeling zijn) en die evenmin staat op de agenda van de intergouvernementele conferenties”.

Andriessen, die dit idee gisteren op persoonlijke titel naar voren bracht - er is dus geen overleg over geweest binnen de Europese Commissie - meent dat geaffilieerde leden op een vroeg tijdstip ingeschakeld zouden kunnen worden bij politieke samenwerking en monetaire zaken. Bij beslissingen op het gebied van de buitenlandse politiek in de Gemeenschapssfeer zouden ze als 'gelijkgezinde landen'

volledig moeten deelnemen. Andriessen gelooft dat er “creatief denken” nodig is om regelingen te ontwerpen waarbij de Europese Gemeenschap “de voordelen van lidmaatschap en de daarbij behorende winst voor stabiliteit zou kunnen aanbieden zonder dat het streven naar verdere integratie wordt verzwakt en zonder dat de breekbare structuren van nieuwe markteconomieen aan buitensporige druk worden blootgesteld”. Volgens Andriessen komt door dit plan de discussie over verdieping of verbreding van de Gemeenschap in een nieuw licht te staan: “Ze zouden tegelijkertijd kunnen plaatshebben, zonder dat het ene een strikte voorwaarde is voor het andere.”

De Europese Gemeenschap heeft er steeds op gehamerd dat eerst de interne markt, het programma voor 1993, moet zijn voltooid, voordat gesproken kan worden over toelating van nieuwe lidstaten tot de EG.

Behalve Turkije, dat zijn aanvraag in 1989 zag afgewezen, hebben ook Oostenrijk, Cyprus en Malta zich aangemeld. Zweden zal dat binnenkort doen, terwijl ook Noorwegen van plan is een aanvraag in te dienen.

Voor drie van die “nieuwe democratieen”, Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije, wordt het intussen steeds waarschijnlijker dat eind dit jaar de nieuwe associatie-akkoorden - 'Europa-akkoorden' gedoopt - rond komen waarover wordt onderhandeld. Eerder deze week besloten de ministers van buitenlandse zaken van de EG in Luxemburg het mandaat van de Europese Commissie voor die onderhandelingen te verruimen in de richting die de landen willen: lidmaatschap van de EG zal worden opgenomen in de preambule van de akkoorden als “uiteindelijk, maar niet automatisch doel”; een tussenbalans die op de helft van een tienjarige periode zou moeten worden opgemaakt, blijft achterwege en de landen krijgen meer tijd om importtarieven in te stellen die vervolgens in tien jaar moeten worden afgebroken.