Alles op de schop (1)

Om de prijs voor de beste ballon van de week is hard gestreden. Minister Maij liet de snelheidsbegrenzer voor vrachtwagens weer eens op. Een oud en fraudegevoelig idee, maar nu met extra kracht gelanceerd omdat haar dreigement van vorig jaar niet geholpen had. Nu moesten de chauffeurs maar voelen. Wie het Nieuws om acht uur 's morgens hoorde, wist om twee over acht dat het niets zou worden. En ja hoor, de bewindsvrouw wacht bij nader inzien nog een jaar op Europese eenheid terzake.

Daarom was die van minister Bukman (landbouw) beter. Zijn voorganger moest het veld ruimen omdat hij de mestproduktie en de visvangst niet onder controle had kunnen krijgen. Bukman wil op die gebieden dus de indruk wekken actief te zijn. Collega Milieu pestte hem met het aantal varkens (bijna net zo veel als Nederlanders), dus was het tijd voor een vis-ballon: laten we voortaan niet het aantal gevangen vissen tellen, maar het aantal dagen dat er gevist wordt. Dat is natuurlijk ook niet te controleren, zeker als het mist, maar Bukman wint twee jaar. Misschien meer dan hij nodig heeft.

Horen de bewindslieden van onderwijs in deze hoek van het afhaal- of snelbeleid thuis? Op het eerste gezicht leek het plan van staatssecretaris Wallage om de vrijheid van pakketkeuze voor middelbare scholieren te beperken tot een paar doorstroomprofielen, er wel bij te horen. 'Vroeger noemden ze dat HBS-A en -B en Gymnasium alpha en beta', hoorde je hier en daar. Maar de onderwijsnota's die deze week werden gepubliceerd, bevatten genoeg doordachte elementen om de kwestie buiten de ballonnocratie houden.

Bij de mannen op onderwijs is ook iets fundamentelers aan de hand. De hoogleraar Ritzen en de politicus Wallage kregen na een jaar Zoetermeer van diverse kanten de kritiek dat ze meer leuke ideetjes dan degelijk beleid voortbrachten. Intern viel meer te horen.

Bijvoorbeeld dat Ritzen de stukken niet las. Hij verscheen bij belangrijke besprekingen en in de Tweede Kamer vertrouwend op zijn grote Kennis van Zaken en zijn Flair. En ging regelmatig onderuit a raison van een paar miljoen.

Sindsdien is het wat stiller om de bewindslieden geworden in de pers. Niet bij degenen die met hen te maken hebben. Die vinden nog steeds dat zij zelden goed luisteren. Vooral de totale, complete, niemand onberoerd latende reorganisatie van het mega-ministerie in Zoetermeer sleept nu al zo lang dat vele bewoners van die papierfabriek tot een lijdelijk schouderophalen zijn overgegaan. Een volgende minister zal de nieuw te creeren bestuursraad wel weer opheffen - er zijn altijd genoeg Open Universiteiten waar de leden naar kunnen afvloeien.

Waar beide bewindslieden blijvend mee worstelen is de oude maakbaarheidsmythe. Wallage wil graag als 'oude sociaal-democraat'

worden gezien, Ritzen werd door Den Uyl voor het eerst in de landelijke schijnwerpers getrokken om diens illusie van laat twintigste eeuwse werkverschaffing op poten te zetten. Beiden leven en werken met de ambitie (een aardiger woord dan pretentie) het land of grote systemen daarbinnen, te veranderen. Het onderwijs is een van de grootste en belangrijkste systemen die het land heeft.

Het Nederlandse socialisme heeft sociaal zo veel goeds tot stand gebracht en zo veel aardigs bedoeld dat zijn dagdromen, luchtkastelen en bestuurlijke rampen zelden hard en breed zijn uitgemeten. Politici van andere groeperingen deden het eerder sneerend dan systematisch; wat goed was geweest voor het politieke debat, zou slecht zijn voor de compromisbereidheid. Nederlandse journalisten diepten hier en daar een Stopera-kwestie uit, maar de sociaal-democratische politiek als gelijkheidslaboratorium werd zelden geanalyseerd; een valse notaris in Brabant is een overzichtelijker doelwit - die kom je toch nooit meer tegen in Amsterdam of Den Haag.

Nu de grondpolitiek, de vermogensaanwasdeling, de kruisraketten en Zuid-Afrika zijn afgevoerd van de lijst met speerpunten, is de sociaal-democratie op zoek naar zichzelf en nieuwe goede doelen.

'Opkomen voor de zwakkeren' blijft actueel, zeggen niet de onverstandigsten. Maar het is geen programma. En intussen zit de PvdA in de regering en moet zij daar wat voor elkaar krijgen.

Nuttig daarom eens te letten op het tweetal op Onderwijs. Zij beheren een onderwerp waar iedereen over mee kan praten, als ex-scholier. Maar ook van oudsher een technisch onderwerp, met veel adviesraden, koepels en afkortingen waar je niet echt gezellig over kan debatteren in het cafe. In de praktijk is het een klein wereldje, dat nog uiteen valt in lager onderwijs (dat basisonderwijs moest heten), middelbaar -, hoger beroeps - en wetenschappelijk onderwijs.

Toch is er een gemeenschappelijke noemer, die ook onder christendemocratische ministers tot uiting komt, maar dan vooral reagerend op wat de erfgenamen van Drees en Van Kemenade op de agenda, de rails en de lat hebben gezet. Soms lijkt het wel of het onderwijs het laatste reservaat voor de structurele maatschappijvernieuwing is.

Het volkstuintje voor een betere wereld. Daar is niets tegen, als het eerlijk gebeurt is het zelfs prachtig.

Maar er is de laatste veertig jaar waanzinnig veel veranderd op scholen en universiteiten, en er is - in verhouding tot wat er is omgeschoffeld - waanzinnig weinig gekeken naar het batig effect van al dat grondverzet.

Deze week maakte Wallage bekend dat de Basisvorming nog een jaar wordt uitgesteld. Eerst zou het deze zomer worden, toen volgend jaar en nu augustus 1993. Zou dit kabinet er dan nog zitten? Geeft hij het op, of hoopt de staatssecretaris dat het lijntje bij zachte hantering net niet breekt?

Basisvorming, proef het woord eens in de mond. Het komt wat kinderachtig binnen, ligt een tikkeltje melig en bravig op de tong, verraadt bij zorgvuldig contact met het verhemelte de eerlijke rode rotsgrond van oorsprong om in een lange nabeschouwing gelijkmatig weg te ebben als een produkt van ambachtelijk vergaderen en nog eens vergaderen. Twintig jaar middenschool, twintig jaar de maatschappij veranderen door middel van het onderwijs.