Zuid-Afrika relativeert sancties

Zuid-Afrika zat jarenlang in de houdgreep van de internationale gemeenschap. Het embargo wordt nu versoepeld, de EG schafte deze week een aantal handelssancties af. Het Zuidafrikaanse establishment maakt vrolijk de balans op.

De Kaapse wijnboeren blaken van gezondheid. De grote zaal van het gemeentehuis in Paarl, het hart van de Kaapse wijnindustrie, zit bomvol goedgevulde en bruinverbrande gezichten.

De 'Ko-operatieve Wijnbouwers Vereniging van Zuid-Afrika' (KWV) houdt haar jaarvergadering. De taal is 'Afrikaans', de stemming geanimeerd.

De laatste oogst was goed van kwaliteit en de export blijft maar groeien - alle internationale sancties ten spijt.

De toespraak van Pietman Hugo, de grijze voorzitter van de KWV, staat bol van de complimenten. Toegegeven, door de sancties tegen de apartheid hebben de wijnboeren de laatste vijf jaar een aantal strategische afzetmarkten verloren: de Verenigde Staten, Canada en Scandinavie. Maar dank zij 'vernieuwd enthousiasme' en een 'aangepaste strategie' wist de KWV met succes nieuwe markten aan te boren in vooral Groot-Brittannie en op het Europese vaste land.

Exacte exportcijfers zijn moeilijk te verkrijgen. Blijkens het jongste jaarverslag van de KWV steeg het exportvolume afgelopen jaar met niet minder dan 43 procent. Maar hoeveel wijn er precies over de grens ging en hoeveel geld de wijnboeren aan de uitvoer overhielden - daarover doet de KWV absoluut geen mededelingen. “Als we die openbaar maken, brengen we onze buitenlandse afnemers in verlegenheid.”

Om de export ook in de moeilijke jaren van de sancties te vergroten, schakelden de Zuidafrikaanse wijnboeren over op een 'aangepaste strategie'.

In de wandelgangen van de jaarvergadering wordt van diverse kanten bevestigd dat Zuidafrikaanse wijn via Oost-Europa in West-Europa terechtkomt en daar over de toonbank gaat als Oosteuropese wijn in Oosteuropese flessen en voorzien van Oosteuropese eiketten.

“Er bestaan erg veel trucjes om onze produkten te exporteren. Door bij voorbeeld internationale handelsmerken te verwerven en onze export niet van Zuidafrikaanse etiketten te voorzien”, vertelt Jannie Le Roux, een van de welvarende wijnboeren uit Paarl.

Een rondgang langs een Zuidafrikaanse ondernemers, ambtenaren en politici leert dat de gezagdragers - blanke Zuidafrikanen - vooral laconiek doen over de internationale handelssancties. De Een enkeling is er zelfs van overtuigd dat de sancties het land meer goed dan kwaad hebben gedaan.

“De handelssancties tegen Zuid-Afrika hebben ons op de lange termijn eigenlijk vooral voordeel opgeleverd.” meent Henri Raubenheimer, een vlot pratende hoge ambtenaar op het ministerie van buitenlandse zaken in Pretoria die zich beroepshalve veel met sancties bezighoudt.

Natuurlijk, de handelssancties deden aanvankelijk best pijn. Maar 'gestimuleerd' door de strafmaatregelen heeft het land nieuwe exportmarkten aangeboord en heeft het nieuwe industrieen opgezet die anders waarschijnlijk helemaal niet van de grond waren gekomen.

Deze visie staat haaks op de mening van veel zwarte organisaties. Het Afrikaans Nationaal Congres bij voorbeeld - de grootste zwarte anti-apartheidsbeweging in Zuid-Afrika - gelooft dat de handelssancties in hun opzet wel degelijk effectief zijn gebleken. Een mening die wordt gedeeld door uitgeweken Zuidafrikanen die de wereld jarenlang min of meer hebben gesmeekt de handelssancties op te heffen.

Wellicht wordt het optimisme gevoed door de de overtuiging dat de internationale strafmaatregelen binnenkort binnenkort toch tot het verleden zullen gaan behoren en probeert het blanke establishment zich nu, alvast terugkijkend, vooral de voordelen van de sancties te herinneren.

pag. 14:

In Zuid-Afrika zit de muur in gedachten van mensen

Gerhard Croeser - directeur-generaal van het ministerie van financien in Kaapstad - geeft een aantal voorbeelden van positieve effecten van de sancties. Een daarvan is de Zuidafrikaanse wapenindustrie die na het VN-wapenembargo sterk is gegroeid en die zich zelfs op de export is gaan toeleggen. Maar ook Sasol - het projekt waarbij steenkool in olie en benzine wordt omgezet - dat na de afkondiging van het olie-embargo fors werd uitgebreid en bakken vol overheidsgeld kostte, werd na de olieprijsstijging in de eerste helft van de jaren tachtig onverwacht toch nog een commercieel succes. Zo zette het land ook een eigen computerindustrie op (South African Micro-Electronic Systems) en een eigen auto-industrie (Atlantis Diesel Engines), al is het commerciele succes van deze avonturen twijfelachtig en is het de vraag of deze industrieen de internationale concurrentie aankunnen na opheffing van de sancties.

“Zonder sancties hadden we deze industrieen nooit zo sterk ontwikkeld, hadden we zoveel mogelijk geimporteerd. Het waren stuk voor stuk grote projecten, die aanvankelijk veel geld opslurpten en in het begin niet of nauwelijks rendabel leken. Maar die mede dank zij onvoorziene omstandigheden, zoals bij voorbeeld de stijging van de olieprijzen, vaak zeer rendabel bleken te zijn.”

Croeser noemt als laatste voorbeeld het beruchte Mosselbaai- project waarbij offshore gas wordt gewonnen en in vloeibare brandstof wordt omgezet: Mossgas. Het lijkt een ongelukkig voorbeeld, want zelfs vooraanstaande Zuidafrikaanse energie-deskundigen verwachten dat het projekt nooit geld zal opleveren. Croeser houdt er een zonniger scenario op na: stel dat de olieprijs onverwacht boven de 28 dollar per vat schiet, dan zal Mossgas volgens hem, net als Sasol, toch nog geld opleveren.

De Zuidafrikanen mogen de critici er ook graag op attenderen dat de export van het land is blijven stijgen, zelfs in de moeilijke jaren tachtig. Volgens cijfers van het ministerie van handel en nijverheid in Pretoria steeg de uitvoer van 18 miljard rand in 1981 tot 58 miljard rand in 1989. Rekening houdend met de forse koersdaling van de rand in deze periode (ten opzichte van de gulden werd de rand drie keer minder waard), blijft er van die stijging weinig over. Daarbij komt dat het ministerie de cijfers zo presenteert dat niet of nauwelijks valt op te maken hoe de export verloopt van goederen die door de internationale sancties worden getroffen. De vijf meest belangrijke handelspartners waren in 1989 achtereenvolgens Duitsland, Japan, Engeland, de VS en Zwitserland. Nederland stond dat jaar op de zesde plaats met een totaal handelsvolume van 3,3 miljard rand (2,3 miljard gulden).

Gedwongen door de Westerse anti-houding zocht Zuid-Afrika de afgelopen jaren zijn heil op de Oosteuropese markt. J.E.M. Vos - hoofddirecteur handel van het ministerie van handel en nijverheid in Pretoria - vertelt dat Zuid-Afrika betrekkingen heeft aangeknoopt met Hongarije, Roemenie, Polen en Tsjechoslowakije en dat het land een bureau opent in Moskou. Dit, in weerwil van het feit dat in veel van deze landen formeel nog steeds een volledige boycot tegen Zuid-Afrika van kracht is.

“Toen onze traditionele afzetmarkten, Europa en de VS, steeds ontoegankelijker werden zijn we naar alternatieven gaan zoeken, in Oost-Europa en het Verre Oosten. Markten die we anders niet zo snel zouden hebben opgezocht”, aldus Vos. Volgens hem zijn het overigens niet zozeer de hervormingen in Zuid-Afrika, alswel de politieke omwentelingen in de Oosteuropese landen zelf die de weg hebben geeffend voor hernieuwde handelsbetrekkingen.

Illustratief voor de rooskleurige kijk op de sancties is het verhaal dat de minister van financien twee jaar geleden zou hebben uitgeroepen dat hij al veel eerder sancties had willen hebben als hij van te voren had geweten dat Zuid-Afrika daardoor zulke mooie nieuwe markten zou openleggen.

Probleem is dat het effect van de handelssancties nauwelijks valt te meten. Studies van het Zuidafrikaanse ministerie van handel en nijverheid naar de gevolgen van de strafmaatregelen, kwamen telkens tot andere, niet zelden tegenstrijdige conclusies. Vast staat evenwel dat in een aantal sectoren de winsten onder druk zijn komen te staan.

Toen de sancties de verkoop van gouden Kruggerrands ernstig bemoeilijkten, bleef Zuid-Afrika het goud gewoon ongemunt verkopen op de markten in Londen en Zurich, vertelt Vivian Solomon, hoofddirecteur van het ministerie van financien in Kaapstad. “De marges werden echter kleiner. Maar niet veel kleiner hoor.” Dat geldt volgens Solomon ook voor de landbouw-, de mineralen- en de fruitexport. Van de kolenuitvoer is bekend dat deze door de sancties een behoorlijke deuk heeft opgelopen.

Anglo American - de grootste onderneming in Zuid-Afrika - is er overigens van overtuigd dat alle beperkende maatregelen tegen Zuid-Afrika binnen een jaar zullen zijn opgeheven. “Het debat over sancties is inmiddels achterhaald en daarom academisch”, aldus een zegsman van het concern. “In onze gesprekken met het ANC bij voorbeeld praten we al helemaal niet meer over sancties. We praten over de toekomst.”

Afgaande op de ontwikkelingen van de afgelopen maanden, zou Anglo American gelijk kunnen krijgen. Sinds president De Klerk ruim een jaar geleden het einde van de apartheid aankondigde, is het aantal buitenlandse handelsmissies gestaag gegroeid. Ook Nederland - jarenlang voortrekker in de strijd tegen apartheid - heeft inmiddels enkele ambtenaren naar Zuid-Afrika gestuurd om een grootscheepse handelsmissie voor te bereiden. Afgaande op de cijfers lijken de Afrikaanse landen voorop te lopen in de versterking van de handelsbetrekkingen met Zuid-Afrika. De handel tussen Zuid-Afrika en de rest van het continent is in de laatste drie kwartalen van 1990 met maar liefst veertig procent toegenomen.

De handel mag dan weer aantrekken, het wachten is nog steeds op nieuw buitenlands kapitaal, nieuwe investeringen en nieuwe leningen. Daaraan heeft het Zuid-Afrika de afgelopen zes jaar ontbroken. En dat vormt ook een van de belangrijkste oorzaken van de huidige economische malaise - naast de internationale economische recessie en de val van de goudprijs. (In 1981 was goud nog goed voor ruim de helft van de exportinkomsten, nu is dat 28 procent.) Het zijn deze 'financiele sancties' die de economie zware klappen hebben toegebracht. Directe aanleiding tot de sancties vormde een toespraak in 1985 van de toenmalige president Botha. Een toespraak waarvan de buitenwereld veel vernieuwing had verwacht maar die uiteindelijk reactionair bleek te zijn.

Buitenlandse banken - aangevoerd door Chase Manhatten - eisten kort daarop onmiddellijke terugbetaling van hun vorderingen (het land had toen een schuld van ruim twintig miljard dolar). Buitenlandse ondernemingen begonnen zich massaal uit Zuid-Afrika terug te trekken.

En ongeruste rijke Zuidafrikanen probeerden hun geld over de grens in veiligheid te stellen.

De afgelopen zes jaar stroomde daardoor dertien miljard dollar het land uit. De economie groeide jaarlijks twee procent minder dan zij zonder financiele sancties had gedaan.

De magere economische groei kan de explosieve groei van de bevolking niet bijbenen. Terwijl het bruto nationaal produkt in de jaren tachtig gemiddeld met een kleine 1,5 procent toenam, groeide de bevolking met ruim 2,5 procent per jaar. Het land kampt al jaren met een inflatie van circa vijftien procent en met een rente van rondom de twintig procent.

De bevolkingsexplosie (de helft van de ruim 28 miljoen zwarte Zuidafrikanen zou beneden de 18 jaar oud zijn) leidt tot een verdere uitbreiding van het toch al zo grote leger van werklozen. Volgens niet officiele schattingen zou 7,5 miljoen van de totaal 37,5 miljoen Zuidafrikanen momenteel zonder baan zitten. Wetenschappers houden er rekening mee dat van de 300.000 Zuidafrikanen die dit jaar de arbeidsmarkt op stromen slechts tien procent een baan zal vinden. De rest zal zijn aangewezen op een mager inkomen uit de informele sector, het circuit van straatventers, illegale kroegen en zwarte taxi's waar de 'topinkomens' niet hoger liggen dan 800 rand (560 gulden) per maand , “In de jaren zestig en zeventig deden we het beter dan het gemiddelde van de Oeso (de organisatie van 24 rijkste landen van de wereld -red).

Nu doen we het echt slechter'', constateert Chris Stals, de president van de centrale bank van Zuid-Afrika. Hij schetst een somber beeld van de economie. Deze zit al anderhalf jaar in een recessie. Volgens Stals kan de economie alleen uit het dal komen als de politiek duidelijkheid verschaft over de prangende vraag hoe het landsbestuur er uit zal zien na apartheid. Voorwaarde voor nieuwe groei is dat de arbeidsonrust en het geweld in de zwarte woonoorden worden gestaakt, en dat de internationale sancties - vooral de financiele sancties - worden opgeheven. Gebeurt dit niet en blijft de economie de komende jaren in de recessie steken, dan voorziet de belangrijkste bankier van Zuid-Afrika dat het land tegen 1995 onregeerbaar zal zijn.

Het besluit van de EG-ministers van buitenlandse zaken deze week om een aantal handelssancties op te heffen, moet tegen deze achtergrond worden gezien als een politiek gebaar van goede wil. Het besluit zal er zeker niet toe leiden dat het buitenlandse kapitaal nu grootscheeps het land binnenstroomt.

Duidelijk is evenwel dat grote delen van de Zuidafrikaanse bevolking geenszins blij zijn met dit EG-gebaar. Het Afrikaans Nationaal Congres bij voorbeeld verzet zich nog steeds tegen opheffing van sancties. De grootste zwarte politieke organisatie is er nog niet vast van overtuigd dat het einde van apartheid een snel en onomkeerbaar proces is, zoals de EG-ministers willen geloven.

Duidelijk is bovendien dat het einde van de apartheidswetten - beloofd voor deze zomer - niet het onmiddellijke einde inluidt van het apartheidsdenken. Gerhard Koornhof, secretaris van de Nationale Partij in de regio Transvaal: “De Duitsers hadden het geluk dat ze werden gescheiden door een fysieke muur. Toen ze die muur op een dag afbraken waren beide Duitslanden weer een land, een natie. In Zuid-Afrika heb je geen fysieke muur. De muur zit in de gedachten van mensen, en die breek je niet zo gemakkelijk af. Daar gaan generaties overheen. Maar dat is geen regeringsprobleem. Het is een Zuidafrikaans probleem.”

Zijn de belangrijkste verworvenheden van die seksuele revolutie gebleven?