Yitzhak Shamir is geen nee-zegger meer

Yitzhak Shamir lachte woensdagavond opvallend hartelijk toen hij tijdens een televisie-vraaggesprek werd geconfronteerd met de opmerking dat hij als een “harde man” man wordt gezien. Voor de camera schudde hij het imago van de eeuwige 'nee-zegger' van zich af. Israel, betoogde hij, wil vrede en heeft altijd soepelheid getoond als het om deze hoge waarde ging. Typerend voor zijn manier van spreken en denken was zijn toevoeging dat er aan soepelheid “natuurlijk grenzen zijn”.

De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken James Baker wil vandaag in Jeruzalem van Shamir weten waar die soepelheid nu precies zit en of die voldoende is als basis voor het bijeenroepen deze zomer van een regionale vredesconferentie voor het Midden-Oosten.

De Amerikaan kreeg van zijn staf ongetwijfeld het vraaggesprek met Shamir van gisteren, onder ogen en dus ook diens opmerking dat Baker het niet in zijn hoofd moet halen Israel onder druk te zetten. “Dat zal tot verharding van onze standpunten leiden”, zei Shamir op zo'n rustige toon dat het jammer is dat Baker hem wel leest maar niet in het hebreeuws kan beluisteren.

Evenals president George Bush in het Witte Huis ruikt ook Yitzhak Shamir in zijn eenvoudiger onderkomen in Jeruzalem dat de Golfoorlog de deur voor een historische doorbraak in het Israelisch-Arabisch (Palestijns) conflict op een kier heeft gezet. Vanuit een 'krachtspositie' waarin op voet van gelijkheid en zonder voorwaarden vooraf met de Arabieren wordt onderhandeld wil Shamir die deur met Amerikaanse hulp wel opengooien.

Israel na de Golfoorlog voelt zich sterker dan na de Grote Verzoendagoorlog in 1973 ooit nog het geval is geweest. Het technologische Westerse overwicht dat Irak verpletterde zit ook in het Israelische militaire pakket. De minister van defensie Moshe Arens heeft met kennis van zaken de stelling geponeerd dat de Arabieren zich na de Iraakse les wel meer dan tweemaal zullen bedenken alvorens Israel aan te pakken. Het tactische en strategische Israelische raketarsenaal is dermate hoogwaardig, en bovendien voor een groot deel van eigen makelij, dat aan een snelle zege op een Arabische vijand hier tenminste niet wordt getwijfeld. Met hun superieure precisiewapens hebben de Amerikanen de Arabieren tijdens de Golfoorlog ook laten zien waartoe Israel in staat moet worden geacht. Op minder grote schaal weliswaar maar zeker niet minder effectief.

Dat 'psychologische Israelische winstpunt' wordt aangevuld met de uitschakeling voor vele jaren van Irak als gevaarlijke, zo niet de gevaarlijkste vijand van Israel. Voorlopig is de vorming van een Arabisch oostelijk anti-Israelisch front in ieder geval van de baan.

De 'val' van de PLO en het wegebben van de voor Israel desastreuze Sovjet-invloed in het Midden-Oosten geven Shamir ook meer zelfvertrouwen zijn standpunten krachtig te verdedigen.

De aanhoudende joodse massa-immigratie uit de Sovjet-Unie is ondanks de daarmee gepaard gaande enorme moeilijkheden voor de Israelische leider eveneens een bron van dagelijkse zionistische inspiratie.

In de overtuiging dat er zelfs Palestijnen zijn die inzien dat de intifadah hun niets anders dan ellende heeft bezorgd is Shamir zelfs tot de conclusie gekomen dat “het de Arabieren nu absurd voorkomt dat de staat Israel kan worden verwoest”. Deze woordkeus tijdens zijn tv-vraaggesprek is vrijwel onopgemerkt gebleven. Toch zegt het veel over het gevoel waarmee Shamir aan het hoofd van de Likud-regering een eventueel vredesoverleg tegemoet zal treden. Shamir ontleent deze wetenschap aan wat hij van Baker en andere wereldleiders heeft gehoord en aan de analyse van de nieuwe machtsstructuur in het Midden-Oosten na de Golfoorlog. Hoewel geschokt door de Iraakse Scud-raketten op Israels steden en getergd door de onmacht er - wegens Amerikaanse coalitieoverwegingen - iets tegen te doen, is Israel uit deze oorlog in strategisch opzicht heel sterk tevoorschijn gekomen. Nu de Arabieren dit erkennen kan Shamir met zelfvertrouwen naar de vredesmogelijkheden kijken.

Nooit eerder in het lange Israelisch-Arabische geschil is er een onderhandelingsklimaat geweest dat zo gunstig voor Israel is als het huidige. Het beeld van de zo lang door Israel gedroomde rechtstreekse vredesbesprekingen met de Arabische buurlanden doemt uit de duisternis op onder voorwaarden die voor Shamir aanvaardbaar kunnen zijn. De onder auspicien van de VN staande door Israel zo lang hartstochtelijk verworpen internationale vredesconferentie is van de baan. In plaats daarvan legt Baker de bouwstenen voor een regionale vredesconferentie onder internationale begeleiding, waarin behalve voor de co-sponsors, de VS en de Sovjet-Unie, nu ook een bescheiden rol wordt ingeruimd voor de Europese Gemeenschap. Ook de consensus tussen de belangrijkste belanghebbenden om de PLO buiten de deur te houden is pure winst voor Shamir. Op zichzelf is deze 'vooruitgang' beslist geen garantie dat de missie-Baker zal slagen. Er moeten nog heel harde noten worden gekraakt over de interpretatie van Veiligheidsraadresoluties 242 en 338 (land voor vrede), over de samenstelling van de Palestijnse delegatie, de nederzettingenpolitiek en de kwestie-Jeruzalem.

Zal Shamir Israels herwonnen zelfvertrouwen gebruiken om vredesrisico's te nemen ? Of wordt hij er juist door geinspireerd om over de territoriale problemen voet bij stuk te houden en de missie-Baker als een nachtkaars te laten uitgaan?

Baker zelf heeft van Shamir tijdens de mislukking van het opzetten van Israelisch-Palestijns overleg in Kairo het nakijken gekregen. Dat was echter voordat er als gevolg van de Golfoorlog een politieke en psychologische aardbeving door het Midden-Oosten ging.

Ditmaal ziet het ernaar uit dat Shamir zich opmaakt om in het koude water te springen als hij tenminste de zekerheid heeft er geen longontsteking aan over te houden. Deze het liefst in het diepste geheim opererende Israelische eerste minister wekt de indruk heel ver te willen gaan bij het in het leven roepen van Palestijnse bestuursautonomie in de bezette gebieden mits hij de zekerheid heeft dat Judea en Samaria (westelijke Jordaanoever) onder Israelische militaire controle blijven. Hij denkt dat te kunnen bereiken door ook de Jordaanse koning Hussein weer een rol in deze gebieden te laten spelen zodat Israel en Jordanie samen in een eventuele Jordaans-Palestijnse confederatie de hoogste Palestijnse onafhankelijkheidsaspiraties kunnen bedwingen.

Is dat haalbaar? Shamir schijnt erin te geloven. En wat de Golan-hoogvlakte betreft, zwijgt Shamir als het graf. Ligt op deze schitterende hoogvlakte de sleutel voor een vrede met Syrie? In de regering Shamir zit op zijn minst een minister, David Levi van buitenlandse zaken, die bereid is met Damascus serieus over de Golan-hoogvlakte te onderhandelen.

Dat er achter de schermen al over 'grote zaken' wordt gesproken, valt af te leiden uit een recente uitspraak van de minister van defensie Moshe Arens dat Israel voor “pijnlijke beslissingen” komt te staan.

Het zijn beslissingen die Israel een nieuwe en eervolle plaats in de wereldorde kunnen geven en het land mogelijkheden kan bieden in betrekkelijke rust, met internationale hulp, zijn schouders te zetten onder de integratie van de honderdduizenden Russische joden die zich nog zullen voegen bij de ruim 200.000 die al gekomen zijn. Voor Israel is dat ook veiligheid.

De Israelische premier Yitzhak Shamir. (Foto AP)