'WVC wist van slechte beveiliging musea'

AMSTERDAM, 19 april - Het ministerie van WVC is al twee jaar op de hoogte van de tekortkomingen in de beveiliging van rijksmusea, waaronder het Van Gogh Museum. Dat zeggen betrokkenen uit justitiele kring. Het ministerie spreekt dat echter tegen en ontkent ook het bestaan van een vertrouwelijk rapport met aanbevelingen om de beveiliging van Rijksmusea te verbeteren.

Het rapport vormt de kern van een schimmengevecht dat losbarstte na de overval op het Van Gogh Museum het afgelopen weekeinde, waarbij zonder veel problemen twintig schilderijen werden ontvreemd. Al in 1989 werd het ministerie in een - zeer vertrouwelijk - rapport op de hoogte gesteld van de tekortkomingen in musea, zo stellen desgevraagd C.B.

Jong van het Regionale bureau criminaliteitspreventie Zuid-Holland van de Rijkspolitie en diens vroegere collega G. Stolwijk.

Stolwijk was namens justitie bij het opstellen van het rapport betrokken. Zij zaten met een ambtenaar van WVC en een van de Rijksgebouwendienst in een werkgroep die het rapport opstelde. Met de aanbevelingen in het rapport zou weinig zijn gedaan.

WVC ontkent ook het bestaan van de werkgroep. Wel zijn er volgens een woordvoerster “orienterende gesprekken” gevoerd met de betrokkenen, maar die hadden uitsluitend betrekking op beveiliging tegen rampen, oorlog en molest. Ook de vertegenwoordiger van de Rijksgebouwendienst die in de werkgroep zitting zou hebben gehad, Hageman, weet zich desgevraagd wel enig informeel overleg te herinneren. Maar een rapport, daar is Hageman niets over bekend.

Mede-opsteller Stolwijk, nu beveiligingsadviseur bij de Nederlandse Veiligheidsdienst (NVD): “Het rapport gaf duidelijk aan wat precies de problemen zijn bij de verschillende Rijksmusea. Maar het is gezien het karakter strikt vertrouwelijk.” Woorden die worden bevestigd door beveiligingsspecialist Jong van de Rijkspolitie. Ook R. Meijer, medewerker van het landelijk bureau ter voorkoming van misdrijven bij Justitie kent het rapport.

Het vertrouwelijk rapport volgde op de publikatie in september 1988 van een vernietigend rapport van Algemene Rekenkamer over de beveiliging in de Nederlandse rijksmusea. Daarin werden een aantal “opmerkelijke zaken” gemeld.

Zo kon het publiek, eventueel met een gestolen museumstuk onder de arm, ongemerkt een museum verlaten via de dienstuitgang. Het rampenplan van “een Amsterdamse rijksmuseum” gaf aan dat in geval van nood de gemeentepolitie van Enschede moest worden gealarmeerd.

Over het Van Gogh Museum meldde het rapport van de Algemene Rekenkamer dat de kwaliteit van de technische bewakings- en beveiligingsvoorzieningen weliswaar goed was, maar dat de motivatie van het bewakings- en beveiligingspersoneel wel enige “extra aandacht” kon gebruiken. Uit het rapport wordt niet duidelijk of dit naast het eigen personeel van het Van Gogh Museum eveneens de particuliere beveiligingsdienst VNV betrof, die voor de bewaking gedurende de nacht verantwoordelijk is. De Algemene Rekenkamer kon hier desgevraagd geen opheldering over verschaffen.

Als belangrijkste probleem bij het beveiligen van musea, maar ook andere gebouwen in Nederland, noemt beveiligingsexpert Stolwijk de onsamenhangende aanpak bij de installatie van beveiligingssystemen.

Daarbij zou de nadruk teveel liggen op het electronische waarschuwingssysteem, terwijl met de organisatie van de beveiliging en bouwkundige maatregelen minder rekening wordt gehouden.

De controle op de plannen en de uitvoering van beveiligingssystemen ligt bij de bedrijfstakorganisatie Uneto, waar 400 installateurs bij zijn aangesloten. Voor de controle van deze regeling is slechts een volledige arbeidsplaats ter beschikking. “De leden van Uneto brengen zelf het geld voor de organisatie bijeen. En die zitten echt niet te springen om een strenge controle”, aldus Stolwijk. Bij de Rijksgebouwendienst, die de beveiligingsplannen opstelt voor de musea, zou volgens Van Stolwijk eveneens te weinig oog bestaan voor een geintegreerde aanpak.

Het onderzoek naar de roof in het Van Gogh Museum heeft tot nu toe niets opgeleverd. Het 30 man sterke rechercheteam van de Amsterdamse politie heeft inmiddels 5 tips volledig nagetrokken van de 27 die bij de politie zijn binnengekomen.