We hebben hier op Texel een bioscoop. Als ...

We hebben hier op Texel een bioscoop. Als kleuters hebben we er vaak films gezien van Walt Disney.

Hij heette toen nog De Vergulde Kikker. Een vreemde naam voor een bioscoop, want “Ik ga naar Rambo 5 in De Vergulde Kikker,” dat kan gewoon niet. Dat slaat als een tang op een biggetje. Meestal heten bioscopen Luxor, Trianon of Alhambra, naar glorieuze paleizen en tempels uit het verre verleden. Maar op het gebouw waarin onze bioscoop huist zit een gevelsteen met een gouden kikker erop.

Zodoende. Maar nu heet hij gewoon weer Cinema Texel. We gaan graag naar de bioscoop. Het verschil met televisie is dat het zo echt lijkt omdat je in zo'n grote donkere ruimte zit. Je kan het bijna niet ontwijken als er iets engs is. Als je bij televisie opzij kijkt zie je het kastje en dan denk je, o, het is maar televisie. In de bioscoop kom je meer onder de indruk van het verhaal. Het geluid hoor je ook helemaal om je heen. Of je er middenin bent. Als het licht uitgaat is het net nacht met sterren door de lichtjes op het plafond en dan zit je veilig tussen je vriendjes. Het is ook leuk dat er pauze is, omdat je dan wat te drinken en te eten kan halen en kletsen over wat je zojuist gezien hebt.

Wat we het laatst gezien hebben waren De Heksen, naar dat boek van Roald Dahl en De Kleine Zeemeermin, naar een sprookje van Andersen.

Bij De Heksen vonden we het vooral prachtig en eng als al die mooie dames naar een bijeenkomst gaan zogenaamd ter bescherming van het mishandelde kind. Maar als ze dan in de zaal zitten doen ze hun handschoenen uit en dan hebben ze klauwachtige handen met groezelige lange nagels en als ze hun pruiken afdoen zie je helemaal dat het allemaal heksen zijn. Ze zijn zo kaal als reuzenbovisten en ze hebben een akelig vies schedelvel vol etterende puisten. En als de opperheks op het podium verschijnt ben je blij dat je er niet alleen zit met dat monsterachtige wijf. Je kijkt opzij naar je vriendjes en die lachen een beetje vreemd, en dan fluister je, 'Niet lachen'. Van De Kleine Zeemeermin vonden we vooral de dol geworden kok mooi, als hij in de keuken, waar allemaal vissen panklaar liggen te wachten tot ze in de gloeiende frituurolie gedompeld worden, die krab maar niet te pakken kan krijgen en hij gooit zijn messen en alles wat hij maar binnen handbereik heeft naar het slimme schaaldiertje.

Als we thuiskomen moeten we gewoon even op onze mountainbikes door de tuin gaan racen, om weer even te wennen aan alles. En je bent blij dat je kat geen monsterlijk gedrocht is maar rustig in het gras ligt te sluimeren en dat als je mama zich vooroverbuigt over het balkon om haar haren te kammen er geen pruik naar beneden dwarrelt.