Wat doe je met een erfenis; Roman van Emmanuel Bove

Emmanuel Bove: Het Verbond. Vert. uit het Frans door Gerda Siebelink. Uitg. De Prom, 208 blz. Prijs (f) 35,-

De schrijver Emmanuel Bove (1898-1945) vormt een klein raadsel in de Franse literatuurgeschiedenis. In letterkundige naslagwerken is het vergeefs zoeken naar zijn naam, geen enkele stroming kan zich er op beroemen hem groot te hebben gemaakt en oorspronkelijke uitgaven van zijn werk zijn nauwelijks meer te vinden.

Toch werd hij ontdekt door niemand minder dan de schrijfster Colette, waarna hij uitgroeide tot een gevierd auteur, die in zijn korte leven een omvangrijk oeuvre publiceerde (dertig boeken). Hij was bevriend met literaire grootheden als Andre Breton en Philippe Soupault en kon schrijvers als Beckett en Rilke tot zijn bewonderaars rekenen. Bij zijn dood in 1945 was Bove echter volkomen in vergetelheid geraakt en niemand zou zich ooit nog in hem hebben verdiept als niet een van de schaarse Bove-fans eind jaren zeventig het initiatief had genomen tot heruitgave van zijn werk.

In Nederland heeft de hernieuwde belangstelling voor Bove inmiddels zeven vertalingen opgeleverd, waaronder Het Verbond, dat onlangs verscheen bij uitgeverij De Prom. Het beschrijft de lotgevallen van een moeder en haar zoon, die in Parijs een luxueus leven leiden met de restanten van een erfenis. Als het kapitaal op is, vervallen ze in steeds grotere armoede en verhuizen naar steeds armetieriger hotelletjes, hopend op een wonder en dromend van het leven dat ze zouden willen leiden. Met de materiele nood komt ook de geestelijke aftakeling, die eindigt in een drama.

Pogingen tot vernieuwing of originaliteit heeft Bove in Het Verbond niet gedaan, ondanks de veelbelovende tekst op de achterflap dat de schrijver het absurde in de Franse literatuur introduceerde en daarmee op Sartre en Camus vooruitliep. Zeker, het boek bevat elementen die enige jaren later door de existentialisten zijn uitgediept - de eenzaamheid van de mens, zijn onvermijdelijke conflicten met anderen, de zinloosheid van het bestaan - maar voor het etiket pre-existentialistisch is het verhaal te oppervlakkig en te statisch.

Qua thematiek past Bove's klassieke ondergangsverhaal van een in verval geraakte familie veel beter bij de uit die tijd daterende familieromans van Georges Duhamel, Jules Romains en Roger Martin de Gard.

SPANNEND

Het is met dit boek, dat oorspronkelijk in 1928 werd gepubliceerd, echter al even merkwaardig gesteld als met de auteur ervan. Want het mag dan weinig verrassend en erg voorspelbaar zijn, op een of andere manier is Bove er in geslaagd het verhaal tot de laatste bladzijde spannend te houden.

De hernieuwde belangstelling voor Bove roept, evenals de vergetelheid die volgde op zijn roem, vragen op. Hebben letterkundigen inderdaad een blunder begaan door Bove altijd over het hoofd te zien? Is hij toch belangrijker geweest voor het existentialisme dan we nu denken?

En is de bewondering van Beckett en Rilke werkelijk een garantie voor kwaliteit die latere generaties niet hebben opgemerkt?

Moeilijke vragen, die misschien toch gewoon met 'nee' moeten worden beantwoord. Het paradoxale van Bove's lot is dat hij juist het slachtoffer lijkt te zijn geworden van zijn literaire vrienden, in plaats van even beroemd te zijn gebleven als zij. Dat hij, de schrijver van weinig pretentieuze romans, waarschijnlijk bekneld is geraakt tussen grote stromingen als het surrealisme en het existentialisme. De huidige poging om Bove's naam te verbinden met de existentialisten is weinig meer dan een trucje om belangstelling te wekken voor zijn werk en hem te onttrekken aan de stoffige omgeving van reeds lang op de achtergrond geraakte schrijvers van familieromans. Het raadsel Bove zal nog wel even blijven bestaan.