Vrouwenonderdrukking in Iran; Volksgericht door een nep-mollah

Freidoune Sahebjam: De gestenigde vrouw. Vert. uit het Frans door Tess Visser. Uitg. Arena, 134 blz. Prijs (f) 24,50. (La femme lapidee, Editions Grasset & Pasquelle. Prijs (f) 38,70)

De Pers Sahebjam (1933) heeft een korte roman met een boodschap geschreven. Dat is in ons land niet geheel bon ton, maar ach, wat heeft iemand uit een andere cultuur daarmee te maken? Het boek is in ieder geval goed geschreven, en de handeling mag naar Perzische begrippen alledaags zijn, voor ons is zij bizar en spannend.

Soraya, die in een afgelegen dorp in Iran woont, is op haar dertiende uitgehuwelijkt aan een brute onbenul, die na Khomeini's revolutie door corruptie en zwarte handel zijn status weet te verhogen. Als zij negen maal zwanger geweest is moet zij dus nodig worden vervangen. Wanneer zij uit pure goedheid kookt en schoonmaakt voor een weduwnaar uit het dorp is haar doodvonnis eigenlijk al getekend. Aangespoord door een nep-mollah, die zelf bij de eerbare Soraya een blauwtje heeft gelopen, beschuldigt de echtgenoot haar van overspel. De mannen van het dorp, inclusief haar vader en zoons, willen haar nu wel kwijt, om hun 'eer'

te redden. Een oude vrouw, die voorheen groot gezag genoot, verdedigt Soraya nog zwakjes, maar na de revolutie luistert niemand meer naar vrouwen, en het loopt onafwendbaar uit op een openbare steniging.

Sahebjam is door Khomeini al eens ter dood veroordeeld en in zijn huidige woonplaats Parijs door diens aanhangers in elkaar geslagen.

Toch brengt hij zijn boodschap zeer ingehouden, en daardoor des te doeltreffender. Hij beschrijft slechts een executie volgens wat (zeer ten onrechte) het islamitische recht wordt genoemd. Het gezag dat het vonnis velt is niet bevoegd en corrupt: de mollah die zich daar heeft ingedrongen heeft een voorgeschiedenis als oplichter. De vier getuigen die de islamitische wet vereist bij een veroordeling wegens overspel ontbreken, en de belangrijke rechtsregel dat het strafbaar is een vrouw daar zomaar van te betichten komt zelfs niet in het gezichtsveld.

Het is een doodordinair volksgericht dat zich hier voltrekt, en de ware aard van de revolutie is samengevat in de terloopse verzuchting: “De straat heeft de macht gegrepen.” De rechtszekerheid mag onder de sjah al even gering zijn geweest, de islamitische republiek blijkt de islamitische wet niet eens toe te passen en heeft dus geen bestaansgrond, daar komt het op neer. Vrouwen zijn er onder Khomeini zeer op achteruit gegaan.

Nu Saddam Hoessein de grote schurk is, en vertegenwoordigers van onze democratieen weldra weer zullen antichambreren in Teheran, kunnen zij daar de tijd doden met dit boekje. Er kunnen niet genoeg schijnwerpers gericht worden op dat aardse paradijs. Landgenoten die 'begrip' of zelfs sympathie koesteren voor de Iraanse revolutie kunnen Sahebjams boodschap eveneens in hun zak steken.

Voor de anderen blijft er een bescheiden roman over, die wel degelijk literaire verdiensten heeft. Weliswaar zijn er zwakheden: dat Soraya als kind reeds over een steen struikelt en door haar speelkameraadjes met stenen wordt gegooid is wat zwaar aangezet. Maar het portret van de valse mollah is vol prachtige haat, en knap wordt ook toegewerkt naar het isolement dat rondom het slachtoffer ontstaat. Ik betrapte mij erop dat ik blij was voor Soraya, dat ze eindelijk dood mocht.

Hoogtepunt is natuurlijk de steniging zelf. Vader mag vanaf de nauwkeurig voorgeschreven afstand de eerste stenen gooien naar zijn tot de schouders ingegraven dochter. Helaas, hij mist, diep bewogen als hij is door de oneer die hem getroffen heeft. Haar man en zonen treffen beter doel, en weldra spatten het bloed en de hersens in het rond. Voor de dorpsbewoners vormt dit een verzetje, bijna van dezelfde orde als de attracties van de rondreizende kermis. Voor de gemiddelde Nederlander, die nog geen kip kan zien slachten, is het een weerzinwekkend tafereel.

Een boek dat doet kokhalzen, maar dat je toch in een nog net ingehouden adem uitleest.