'Vrees voor genetisch manipuleren mag geen leidraad zijn'; EG: stimuleer biotechnologie

ROTTERDAM, 19 APRIL. De Europese Gemeenschap moet zich meer inspannen voor de stimulering van biotechnologie. Ze dient zich daarbij niet te laten leiden door de vrees van het grote publiek voor genetische manipulatie. Dat schrijft de Europese Commissie in een gisteren gepubliceerde notitie over biotechnologie.

Volgens de Commissie dienen geneesmiddelen, bestrijdingsmiddelen en gewassen die ontwikkeld zijn met behulp van gen-technologie op dezelfde gronden te worden getoetst als produkten die met conventionele methoden zijn gefabriceerd. Dat betekent dat alleen criteria als veiligheid, kwaliteit en doeltreffendheid relevant zijn.

In de beleidsnotitie laat de Commissie niettemin ruimte om in uitzonderlijke gevallen in te gaan tegen wetenschappelijk advies.

De Commissie noemt biotechnologie - manipulatie van erfelijk materiaal in micro-organismen - van cruciaal belang voor de toekomst van de Europese economie. Ze roept de Gemeenschap op investeringen in biotechnologie aan te moedigen. Tegelijk bepleit ze een 'structuur'

voor advies in ethische kwesties. Zowel bedrijfsleven als vertegenwoordigers van consumentenorganisaties hebben met reserves gereageerd op de opvattingen van de Commissie. Het Europees parlement en consumentenorganisaties zijn voorstander van een 'vierde drempel', een beoordeling op de maatschappelijke aanvaardbaarheid van biotech-produkten. De farmaceutische en chemische industrie verzet zich juist sterk tegen invoering van een niet-wetenschappelijk criterium. Dat zou investeerders in biotechnologie uit Europa verjagen.

Directeur Brian Ager van de industriele biotechnologie-lobby SAGB noemt de verzekering van de Commissie geen 'socio-economische'

criteria te hanteren bij de beoordeling van biotech-produkten “een goed en ferm standpunt”. Tegelijk hekelt hij het voorbehoud van de Commissie om wetenschappelijk bewijs naast zich neer te leggen en “ander EG-beleid en doelstellingen” in de oordeelsvorming te betrekken.

Christiane Toussaint van de Europese consumentenorganisatie BEUC beschouwt de notitie van de Europese Commissie “een stap terug in de bescherming van consumenten”. Ook de fractie van de Groenen in het Europees Parlement heeft de notitie bekritiseerd.

De Europese biotechnologie heeft een aanzienlijke achterstand op de Verenigde Staten en Japan. Vooral Duitsland, waar de herinnering aan de verschrikkelijke genetische experimenten van de nazi's sterk leeft, stelt zich uitermate terughoudend op. Biotechnologische produktie is in dit land nagenoeg niet toegestaan. Hoechst bij voorbeeld moest twee jaar geleden na een gerechtelijke uitspraak de bouw staken van een proeffabriek voor genetisch gemanipuleerde insuline waarin al 60 miljoen mark was gestoken. Zolang het parlement toepassing van gen-technologie niet toestaat, mag er geen fabriek komen - gevaarlijk of niet, zo besliste de rechter.

Ook in Nederland is genetische manipulatie onderwerp van verhitte discussie. Actievoerders die gekant zijn tegen manipulatie van levend materiaal verwoestten de afgelopen twee jaar in Wageningen, Ede en Emmeloord velden waarop proeven werden genomen met aardappels waarin virusresistentie was ingebouwd. De agrarische sector is bijzonder geinteresseerd in de ontwikkeling van gewassen die door nieuwe erfelijke eigenschappen bij voorbeeld beter bestand zijn tegen ziekten en ongedierte.

Biotechnologische technieken en processen worden momenteel in hoofdzaak toegepast door de farmaceutische, agrochemische en levensmiddelenindustrie. De EG schat dat circa 800 Europese ondernemingen onderzoek op dit terrein verrichten.