Vijf concerten met recent werk van Zwitser Klaus Huber; Muziek met een boodschap

Als onderdeel van de manifestatie 'Bergen aan Zee', over hedendaagse kunst in Zwitserland, organiseren Gaudeamus en NOS-radio vijf concerten met muziek van Klaus Huber (66). Gisteren vond het eerste concert plaats. Vanavond, zaterdag en zondag volgen de resterende uitvoeringen. Een portret van een Zwitserse componist.

...Ohne Grenze und Rand...; Muziek van Klaus Huber. Volgende concerten: 19-4 Bethanienklooster Barndesteeg Amsterdam (20.15u), 20- 4 Aula van het Stedelijk Museum (15.00u) en Wang-zaal Beurs van Berlage (20.15u), 21-4 De IJsbreker Amsterdam (11.00u).

“Muziek als muziek kan niet politiek zijn, maar sommige werken hebben politieke consequenties”, zei de Zwitserse componist Klaus Huber in 1975 in een interview in deze krant. Volgens Huber bestaan er veel misverstanden over de betekenis van muziek: “Beethoven schreef uitgesproken politieke muziek, maar nu wordt hij overal op vrijblijvende wijze geconsumeerd.”

Dit soort uitspraken zijn typerend voor de Zwitserse componist. Huber verafschuwt de consumptieve manier waarop tegenwoordig naar muziek wordt geluisterd. En hij houdt niet van 'absolute' muziek: “Voor mij is componeren een uiterst complexe, kritische, seismografisch exact waarneembare uitdrukkingsmogelijkheid van het bewustzijn in het algemeen, dus niet alleen het muzikale bewustzijn.”

In een tijd dat dit bewustzijn dagelijks de bedreigingen van het bestaan registreert, is het volgens Huber niet mogelijk om nog muziek te schrijven die alleen over zichzelf of over andere muziek gaat.

Muziek beschouwt hij als een middel om te communiceren. Componeren biedt hem de mogelijkheid om aan de luisteraar iets mee te delen dat alleen of bij uitstek met behulp van muziek kan worden verteld. Muziek dus met een boodschap.

De aard van Hubers boodschap is over het algemeen duidelijk, maar wordt de laatste jaren (gelukkig) wat gecompliceerder. Zo is bijvoorbeeld Inwendig voller Figur, in Nederland gespeeld tijdens het Holland Festival 1975, volgens de componist 'ein geistiger Kampf' in dienst van het pacifisme. Huber liet zich tijdens het componeren van dit omvangrijke werk voor koor, geluidsband en groot orkest, inspireren door houtsneden en aquarellen van Durer over de Apocalyps en over de zondvloed. Huber beschouwt zijn compositie als een verwijzing naar de verschrikkingen van een atoomoorlog. Na de uitvoering in het Holland Festival schreef Hans Reichenfeld: “Inwendig voller Figur kwam op mij over als een realistische illustratie van de verschrikkingen, vol beukende, stampende, gierende en kermende geluiden, die echter lijken op een soort ruw muzikaal materiaal dat in feite verder uitgewerkt zou moeten worden om echt tot de verbeelding te spreken.”

Wie componeert met een duidelijke boodschap, loopt het gevaar dat de inhoud van zijn muziek al te nadrukkelijk op de voorgrond treedt, zeker als klanken worden gecombineerd met een betekenisvolle tekst.

Natuurlijk werd een werk als Inwendig voller Figur beinvloed door de tijd waarin het ontstond. Maar Huber is een componist die zich verzet tegen modieuze tendensen in het componeren. In Des Dichters Pflug uit 1989 gebruikt hij een gedicht van Ossip Mandelstam, die hij bewondert vanwege zijn 'volstrekte onvermogen zich in enig opzicht, persoonlijk of literair aan te passen aan de 'eisen van de tijd''.

Ook Huber trekt zich weinig aan van de eisen van de tijd. Hij laat zich inspireren door mystieke teksten, en deed dat al toen het nog niet zo in de mode was. Hij maakte bij het componeren gebruik van de verworvenheden van het serialisme, de naoorlogse compositietechniek op basis van muzikale reeksen. Maar hij deed dat op een manier die nogal afweek van de dogmatische regels van die tijd. De kleine melodische motieven, puzzelstukjes die in veel van zijn composities terugkomen, klonken in de oren van seriele collega's als vloeken. De 'ouderwetse'

tonaliteit die in de samenklanken op de achtergrond nog steeds een rol speelde, gold als een regelrechte doodzonde.

Ook andere technieken, zoals het gebruik van elektronica, grafische partituren en zelfs de oude Nederlandse polyfonie, gebruikt Huber wanneer het hem goeddunkt, zonder ze tot een zaligmakend systeem te verheffen.

Dat juist Gaudeamus, centrum voor hedendaagse muziek, tijdens de manifestatie 'Bergen aan Zee' concerten organiseert met muziek van Klaus Huber, ligt voor de hand. De componist werd min of meer ontdekt, nadat tijdens de Gaudeamus Muziekweek in Bilthoven in 1955 de Sechs kleine Vokalisen in premiere ging, in 1957 gevolgd door de premiere van Litania Instrumentalis, Hubers eerste belangrijke orkestwerk.

In dit kleine Huber-festival, dat zondagmorgen wordt afgesloten met een gesprek met de componist in de IJsbreker, klinkt het werk van de Zwitserse componist naast dat van zijn leerlingen, onder wie Brian Ferneyhough. Huber vertelde ooit dat hij Ferneyhough er nog net op tijd van wist te overtuigen te blijven componeren, al was aanvankelijk vrijwel geen luisteraar in diens complexe partituren geinteresseerd.

Huber kreeg gelijk, inmiddels behoort Ferneyhough tot de muzikale voorhoede.