Systeem spuitomruil behoeft verbetering

De spuitomruil zoals die in Nederland functioneert is voor de Aidspreventie zeer belangrijk en verdient internationaal zeker navolging. In berichten in deze krant werd onlangs het tegengestelde gemeld.

Sedert de invoering heeft het systeem in een enorme behoefte voorzien.

Werden in Amsterdam in 1984 25.000 spuiten omgeruild, thans is dit aantal opgelopen tot een miljoen spuiten per jaar. Gemiddeld bevinden er zich in Amsterdam dagelijks zo'n 2.250 spuitende druggebruikers.

Zij gebruiken - ruim geschat - twee spuiten per dag, hetgeen neerkomt op een jaarlijkse behoefte van 1.600.000 spuiten. Het systeem voorziet dus in praktisch tweederde van de behoefte. Apotheken, enkele winkeltjes op De Wallen en de straatverkoop voorzien in de rest van de vraag. Dat het spuitomruilsysteem in een behoefte voorziet wil niet zeggen dat het helpt in het terugdringen van het aantal druggebruikers dat jaarlijks met HIV besmet raakt.

Een direct evaluatie-onderzoek naar de effectiviteit van het omruilsysteem is helaas nooit uitgevoerd. Hiervoor zijn verschillende redenen. Onder andere dat het omruilsysteem geen drempels voor zijn klanten wilde opwerpen. Dat betekende dat registratie van klanten niet mogelijk was; daardoor zouden immers mensen wegblijven. Nadeel hiervan is dat er geen hard onderzoeksmateriaal is dat het buitenland ondubbelzinnig kan overtuigen van het nut van het omruilsysteem.

Desalniettemin zijn er wel enige cijfers die het plausibel maken dat de spuitomruil effectief is. Sinds 1984 is bijvoorbeeld het aantal nieuwe gevallen van hepatitis B dat, evenals het HIV-virus ook overgedragen kan worden door gebruik van elkaars spuiten, sterk verminderd. In 1984 waren er nog zesentwintig nieuwe gevallen, in 1989 nog vijf.

Het aantal seropositieve druggebruikers is over de jaren ook min of meer stabiel gebleven. In een over meer jaren lopend onderzoeksproject bleek dat steeds iets meer dan dertig procent van de onderzoeksgroep seropositief was. Verder kan men uit dit onderzoek afleiden dat het aantal nieuwe gevallen van HIV-besmetting tussen '86 en '87 sterk is gedaald en daarna stabiel is gebleven. Tenslotte zijn er ook aanwijzingen dat het gedrag van druggebruikers is veranderd. Zo worden er minder spuiten geleend van anderen en ook minder spuiten uitgeleend aan anderen.

Aan de andere kant zet het hoge aantal besmettingen met name in Amsterdam, de effectiviteit onder druk. Immers, iemand kan het hele jaar omruilen en dan ineens in een situatie komen waarin hij een spuit van een ander moet lenen. Hij heeft dan dertig procent kans dat hij een besmette spuit treft. Probleem met veilig gedrag is dat, wil het werkelijk effectief zijn, het altijd veilig moet zijn.

De spuitomruil kan nog aanzienlijk worden verbeterd. Een belangrijk knelpunt vormen de openingstijden. Op dit moment kan tot 's avonds 23.00 uur omgeruild worden. Dat is natuurlijk te kort. Belangrijk is dat er tot 3.00 a 4.00 uur in de ochtend, zonder onderbrekingen, een omruilmogelijkheid is. De gemeente Amsterdam probeert dit momenteel te realiseren. Een andere verbetering zou de verkoopmogelijkheid van allerlei spuitbenodigdheden zijn, zoals steriel water en alcoholdeppers om de arm schoon te maken en dergelijke.

Ook het personeel dat in de spuitomruil werkt moet zich beter realiseren dat zij te maken hebben met mensen die spuiten. Zij moeten het spuitgedrag volledig accepteren en dat in hun houding en bejegening duidelijk maken. Gebruikers blijken de hulpverlening toch nogal eens als moraliserend te ervaren. Tenslotte zouden ook apotheken meer bij het beschikbaarstellen van spuiten kunnen worden betrokken.

Op dit moment verkoopt de helft van de Amsterdamse apotheken spuiten aan druggebruikers, een nog groter gedeelte is bereid dat te doen en elf procent is zelfs bereid om bij de omruil te worden betrokken.

Het omruilsysteem is een belangrijk instrument voor de Aidspreventie. Duidelijk is echter dat het nog verbeterd kan worden. Met iets ruimere financiele middelen kan al heel wat worden bereikt.

    • Roel Kerssemakers
    • Werkzaam bij het Instituut voor Alcohol