StamAbel, DwarsAbel, OokAbel; Zuidafrikaanse familieroman van Etienne van Heerden

Etienne van Heerden: De betoverde berg. Vert. Rob van der Veer. Uitg. Meulenhoff, 271 blz. Prijs f. 39,50.

De familieroman is al een hele tijd uit de mode, net als de roman in brieven. In beide gevallen is dat jammer. Het lijkt wel of de Zuidafrikaanse schrijver Etienne van Heerden dat verlies heeft willen goedmaken door een dubbele familieroman te schrijven met ook nogal wat brieven erin. Zijn nieuwe roman, zijn vierde, houdt zich bezig met een boerenfamilie die uit twee takken bestaat, een blanke en een gekleurde. De blanke familie woont in het grote woonhuis, de andere in iets wat veel kleiner is en aangeduid wordt met het Stiefhuis. Wie hier de symboliek voelt aankomen, heeft ongetwijfeld gelijk. Wat kan die Toorberg (toverberg), die enorme boerderij van 8000 hectare, gebouwd op een uitzonderlijk dikke laag aarde, steeds dorstend naar water en bewoond door twee met elkaar verweven families van verschillende huidskleur, anders zijn dan Zuid-Afrika zelf?

Af en toe lijkt het ook of alle familieleden met elkaar een allegorische uitbeelding geven van de bevolking van het land: er is een simplistische racist bij die met plezier een zwarte doodschiet en een gekleurde dominee die rusteloos prekend rondreist en in de gevangenis belandt. Er is ook een blanke rebel en een dichter en een rechter, en , er zijn een paar blanke familieleden die sociaal afgezakt zijn tot de status van zwart schaap omdat een boerenzoon vond dat hij met een katholieke Ierse onderwijzeres moest trouwen. Maar nooit laat Van Heerden de allegorische trekken domineren. Zijn figuren hebben allemaal een eigen persoonlijk leven. Het zijn individuen met voor een deel voorspelbare reacties maar ook met onverwachte sprongen, het zijn nooit uitsluitend vertegenwoordigers van een groep of een beroep. Daardoor houdt het boek zijn spanning van het begin tot het eind.

.

SYMBIOSE

.

In de loop van vier generaties zijn de familieverhoudingen buitengewoon ingewikkeld geworden en het is maar goed dat Van Heerden een stamboom aan het verhaal heeft toegevoegd. Als die er niet was zou het nu en dan moeilijk zijn om de twee Andreassen, de Andries en de Andrew uit elkaar te houden, om maar niet te spreken van de zes Abels die door de familie zelf met behulp van voorvoegsels van elkaar worden onderscheiden: StamAbel, DwarsAbel, OokAbel en zo meer.

De twee takken van de familie zijn onafhankelijk van elkaar tot stand gekomen. De gekleurde gaat terug op een pandoer, een kleurlingsoldaat, de blanke heeft als stamvader een pionierende blanke boer. De families zijn verwant geraakt toen een dochter van de pandoer een kind kreeg van een zoon van de blanke stamvader. Daarna is er een soort symbiose ontstaan, maar dan wel een met hevige spanningen. De uitbarsting komt als het jongste kind uit de blanke tak, het dromerige, misschien wat achterlijke jongetje dat Druppeltje wordt genoemd, in een boorgat valt.

Valt of geduwd wordt? Ongeluk of moord? Dat zijn de vragen die een rechter-commissaris uit de stad moet oplossen. Hij kent de familie niet en staat even verbaasd als elk buitenstaander als hij ontdekt hoe merkwaardig al die levens--het zijn er meer dan dertig--met elkaar verweven zijn, Van Heerden gebruikt het onderzoek van de rechter als het stramien waarop de familiegeschiedenis vorm en kleur krijgt.

Stukje bij beetje horen we het verhaal, steeds van een ander, steeds van iemand die er misschien iets dichterbij is geweest. Details die in een eerder getuigenis ogenschijnlijk achteloos werden meegedeeld en van niet veel belang leken, krijgen dan plotseling een sinistere betekenis, vooral in het geval van Slams, de Maleise toverdokter, van wie men zegt dat hij het gemunt heeft op de ballen van kleine jongetjes. Naarmate we, de familie beter leren kennen, beginnen we onze eigen conclusies te trekken waarbij we de rechter soms een stapje voor zijn en soms even achter hem aan komen. Ook de slotconclusie moet door de lezer zelf worden getrokken.

De rechter, die als men wil ook wel allegorisch te duiden zou zijn is een strikt onpartijdige en sceptische man. Onder zijn vastberaden houding verbergt hij een grote onzekerheid die gebaseerd is op zijn ervaring dat getuigen elkaar meestal tegenspreken. Bovendien gelooft hij in collectieve schuld en vindt hij het altijd moeilijk een mens als de schuldige aan te wijzen. Alleen aan zijn vrouw bekent hij dat.

Elke avond schrijft hij haar een brief waarin hij haar van zijn bevindingen vertelt. Hij post die brieven nooit, en als ze in zijn la tot een stapeltje zijn aangegroeid, verscheurt hij ze. Misschien bestaat die vrouw alleen in zijn verbeelding, is zij alleen de vrouw of de zekerheid waar hij naar verlangt. Ook hier laat Van Heerden de conclusie aan ons over. Zoveel is zeker dat zijn rapport aan het departement even weinig uit zal halen als de brieven aan zijn vrouw.

Van Heerden heeft alle draden van zijn roman -- en nogmaals, het zijn er zeer veel--samengevlochten met de hand van een meester. Evenmin als de rechter kiest hij partij in de conflicten tussen de familieleden, maar hij schrijft wel met een emotionele kracht die hoewel ingehouden, op elke bladzijde voelbaar is. Dat geldt voor de personages, maar ook voor de boerderij zelf, met de droogte die je bijna kunt ruiken, de stofwolken die boven de vlakte zweven, de ochtendmist die om de rotsen hangt, en de bossen en velden die de boerderij van de rest van de wereld afsluiten.

De roman is een jaar of vier geleden in het Engels uitgekomen onder de titel Ancestral voices en in het Zuidafrikaans als Toorberg.

Rob van der Veer heeft het boek uit het Engels vertaald met gebruikmaking van de Zuidafrikaanse tekst. Die teksten heb ik niet tot mijn beschikking, maar ik kan wel zeggen dat de vertaling zich laat lezen als een voortreffelijk geschreven Nederlandse roman.