Somalisch verzet wint een nieuwe ronde in de burgeroorlog

NAIROBI, 19 april - Het Verenigde Somalische Congres (USC), de guerrillagroepering die in januari een regering vormde in de hoofdstad Mogadishu, heeft een nieuwe ronde in de Somalische burgeroorlog gewonnen.

USC-strijders sloegen in de afgelopen dagen een aanval op de hoofdstad af. Het offensief was afkomstig van het Somalische Nationale Front (SNF), een coalitie van zuidelijke gevechtsgroepen, geallieerd aan de Darod-clans. Het USC opende een tegenoffensief en zegt de zuidelijke stad Kismayo, waar het SNF zijn hoofdkwartier vestigde, te hebben veroverd.

Tot ergernis van andere gevechtsgroepen, elk verbonden aan een andere clan, stelde het USC na de vlucht van president Mohammed Siad Barre in januari eenzijdig een regering samen. Deze “regering”, die zichzelf zonder veel omhaal profileerde als een “interim-regering”, nodigde de overige verzetsgroepen weliswaar uit voor besprekingen, maar laatstgenoemden hebben het USC die plotselinge stap nooit vergeven.

Het USC bestaat uit leden van de Hawiye-clans. De guerrillaorganisatie werd onlangs versterkt door terugkeer in haar gelederen van de dissidente factie onder leiding van generaal Aideed. De Darod-clans en hun guerrillabewegingen groepeerden zich onlangs in het SNF en maakten van de zuidelijke stad Kismayo hun hoofdkwartier. Het SNF herbergt verder soldaten van het verslagen regeringsleger van ex-president Barre.

Ruim een maand geleden zette het USC de aanval op hen in. De gevechten gingen volgens het SNF gepaard met plunderingen en verkrachtingen. Het SNF zwoer wraak en slaagde er de afgelopen weken in de buitenwijken van Mogadishu te bereiken. “Beide guerrillagroeperingen blijken sterk genoeg hun posities te verdedigen, maar te zwak om hun tegenstanders te verslaan”, vertelde een in Somalie werkzame hulpverlener eerder deze week.

Het staakt-het-vuren dat vorige week werd bereikt tussen USC en SNF, werd onmiddellijk geschonden. “Beide bewegingen zijn verdeeld tussen voor- en tegenstanders van onderhandelingen”, aldus de hulpverlener, die deze week even in Nairobi was. Het SNF is teruggedreven naar de kustplaats Bravaen het USC zegt nu van plan te zijn een aanval op Kismayo te openen.

De burgeroorlog in Somalie is uiterst bloedig. Alleen al bij de strijd om Mogadishu verloren mogelijk 200.000 mensen het leven. Niet zozeer ideologische geschillen als wel twisten tussen de Somalische clans onderling vormen de hoofdoorzaak van de voortdurende strijd. President Barre zei in 1972: “Tribalisme is belangrijker dan welke andere factor ook in Somalie. Helaas is onze natie te zeer verdeeld tussen clans. Als geheel Somalie naar de hel zou gaan, is het het tribalisme om ons daar naar toe te brengen.” Barre zelf was overigens een meester in het tegen elkaar uitspelen van de clans.

In Mogadishu ondervindt het USC grote moeilijkheden bij het herstellen van de orde. In de half vernietigde stad is aan alles gebrek, behalve aan wapens. Op de open wapenmarkt kost een AK-47 geweer slechts 110 dollar. In een wanhopige poging de gevechten tussen gewapende bendes te stoppen, begon de USC-regering met het opkopen van wapens.

In de Noord-Oostafrikaanse regio raakte de USC-regering in de afgelopen weken diplomatiek geisoleerd. Ethiopie lijkt zich te hebben verbonden aan de noordelijke Somalische Nationale Beweging (SNM).

Kenia is er door de USC-regering van beschuldigd wapens te leveren aan het zuidelijke SNF, een aantijging die de Keniase regering tegenspreekt. De Keniase wapenhulp zou voor een deel Somalie binnenkomen met de dagelijkse vluchten vanuit Nairobi van qat, een mild stimulerend middel dat zeer populair is in Somalie. De USC-regering verbood deze week alle import van qat vanuit Nairobi.