Sleutelen aan het hart van de hond

De Arnhemse dierenarts dr. P.H.A. Poll laat twee centimeter tussenruimte tussen zijn omhooggestoken duim en wijsvinger: “De cardiologie binnen de diergeneeskunde is zo klein.” Toch hebben dieren ook hartziekten.

Ons trouwste huisdier, de hond, heeft bij een hartgebrek meestal een defecte hartklep. De klep lekt en een deel van het bloed stroomt de verkeerde kant op na iedere samentrekking van de hartspier. De bloeddruk in de longen kan dan te hoog worden, waardoor de zuurstofopname wordt belemmerd en het dier snel buiten adem raakt. De hond krijgt hartritmestoornissen en wordt chronisch ziek. Poll: “Echt acuut naar de borst grijpen en tegen de grond gaan zie je niet bij honden. Hartinfarcten komen niet voor. De bloedvaten slibben niet dicht, zoals bij de mens. Het verouderingsproces verloopt anders. De vaatwanden en kleppen worden stug, wat de oorzaak kan zijn van het kleplijden.”

Sommige rassen zijn berucht om hun hartkwalen. Boxers en newfoundlanders hebben relatief vaak last van aortastenose, een vernauwing van de doorgang van de linker hartkamer naar de aorta. Bij de dobermanpincher komt cardiomyopathie voor, een ziekte die de hartspier langzaam maar zeker verzwakt. Het hart krijgt uiteindelijk het bloed niet meer goed rond, wat tot de dood leidt. Poll: “Kleine hondjes, dwergkeesjes en -poedels en chiwawa's, hebben misschien niet vaker hartziekten, maar ze hebben er wel meer last van. Bij een hartaandoening wordt het hart bijna altijd groter. Bij die diertjes is daar in de borstkas geen ruimte voor.”

Een hond die moe of futloos is, die veel hoest, het gauw benauwd heeft, die wegraakt of flauwvalt kan het aan zijn hart hebben. Maar er kan ook iets anders aan de hand zijn. De dierenarts let op de kleur van de slijmvliezen, neemt de lies op (bij de mens zou hij de pols kiezen) en luistert met de stethoscoop naar ritmestoornissen en hartgeruis. Bijna iedere dierenarts heeft tegenwoordig apparatuur om rontgenopnamen van de borstkas te kunnen maken. Een laatste eenvoudige diagnosemogelijkheid voor hartklachten is het elektrocardiogram (ECG).

Door met elektroden aan de vier poten de elektrische impulsen te meten van de samentrekkende en ontspannende hartspier komen ritmestoornissen en veranderde bewegingen aan het licht. Vrijwel geen dierenarts heeft een eigen ECG-apparaat.

Poll was de initiatiefnemer van een experiment waarbij vijf dierenartsenpraktijken in het land een handzaam apparaatje in huis kregen. Daarmee konden ze bij een patient een ECG opnemen dat door een ingebouwd akoestisch modem meteen via de telefoon naar Polls praktijk werd verzonden. Daar werden de geluidsimpulsen door een ECG-apparaat omgezet in een getekende grafiek. Geholpen door enkele aanvullende patientgegevens beoordeelde Poll het ECG en stuurde een diagnose en eventueel een behandelingsadvies per post terug.

Dit weekend, op een Europees congres van de Groep Geneeskundige Gezelschapsdieren van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde in de Amsterdamse RAI, verandert het experiment. De ECG's worden voortaan doorgestuurd naar het kantoor van Cardio Control in Rijswijk, de leverancier van de Cardiovet apparaatjes (vet staat in de diergeneeskunde altijd voor veterinair). Vijf dierinternisten, twee verbonden aan de diergeneeskundige universiteitskliniek in Utrecht, gaan in wisselende diensten de ECG's beoordelen. Poll coordineert, op de achterrond. De eigenaar van hond, kat of paard zal zijn dierenarts tegen de zestig gulden voor een ECG moeten betalen.

Tijdens het jaar proefdraaien kreeg Poll 200 ECG's over de telefoon binnen. Poll: “In de Verenigde Staten bestaat zo'n systeem al tien jaar. Daar komen nu 65.000 ECG's per jaar binnen, maar daar wonen ook 250 miljoen mensen.” Omgerekend kan Cardio Control in Nederland rekenen op bijna 4.000 per jaar. “Ik geloof niet dat het hier zo'n vaart zal lopen,” zegt Poll, “in de VS heeft de diagnostiek een veel grotere vlucht genomen, in de hele gezondheidszorg, niet alleen in de diergeneeskunde. Check-ups zijn daar heel gewoon. Ik ben benieuwd waar we uitkomen.”

Dat geldt ook voor de behandeling. Wie een mooie diagnose stelt maar daarna niet behandelt werkt niet zinvol. Poll kent twee redenen waarom dierenartsen nog niet veel huisdieren voor hartziekten behandelen.

Allereerst weten maar weinig dierenartsen hoe ze hartklachten bij dieren nauwkeurig moeten diagnostiseren en behandelen. Twee jaar geleden besloot de Maatschappij voor Diergeneeskunde om specialisaties te erkennen. Er zijn nu opleidingseisen en registraties voor dierdermatologen, -rontgenologen, -pathologen, -chirurgen, oogheelkundigen en -internisten. De cardiologie valt onder de interne geneeskunde.

Poll zelf is geen internist maar chirurg: “Mijn interesse in de cardiologie deed ik op toen ik als dierenarts verbonden was aan het Centraal Dierenlaboratorium van het Academisch Ziekenhuis in Utrecht, het proefdierenverblijf. De cardiologen daar deden veel proefdieronderzoek. Medische behandelingen ontstaan meestal in dierproeven en worden langzaam gemeengoed in de humane geneeskunde.

Jaren later nemen dierenartsen die toepassing dan weer over.” Als tweede reden voor onderbehandeling noemt Poll de hoge kosten en het ongespreide risico. Een ziektekostenverzekering voor hond of kat is verkrijgbaar, maar komt weinig voor. Poll: “Veel mensen zeggen: hier is mijn hond, hij is mij zeer dierbaar, als hij eenvoudig te genezen is doe dat dan, maar als het te ingrijpend of te duur wordt zie ik er van af. Er worden keuzen gemaakt over leven en dood van het dier en daar spelen financiele overwegingen een rol in.”

Dat neemt niet weg dat er veel mogelijk is. Poll zelf heeft een paar patienten met een pacemaker rondlopen. Het zijn apparaatjes voor menselijk gebruik waarvan bij tests na de produktie bleek dat ze niet helemaal aan de zeer strikte kwaliteitseisen voldeden. Ze werken echter prima. Poll hoefde er niet het mensentarief van enkele duizenden guldens voor te betalen en stuurde de eigenaren van de honden een rekening van enkele honderden guldens.

Klepoperaties waarbij hartkleppen worden vervangen - bij mensen een normale cardiologische ingreep waarbij kunst- of varkenskleppen worden geimplanteerd - zijn bij honden ook mogelijk. De kosten lopen echter in de tienduizenden guldens en zullen voor een hond niet veel lager uitvallen. Ook voor een dier is een operatieteam, een goed uitgeruste operatiekamer en een hart-longmachine nodig. Honden met klepprothesen zijn er daarom niet.

Open-hartchirurgie wordt soms wel uitgevoerd om bij zeer jonge honden de ten onrechte niet dichtgegroeide verbinding tussen longslagader te sluiten. Dat bloedvat zorgt ervoor dat in de baarmoeder, waar de longen nog niet functioneren, geen bloed naar de longen vloeit. Blijft het vat na de geboorte open dan loopt de zuurstofvoorziening gevaar.

Meestal echter krijgt de hond met een hartziekte medicijnen. Poll: “Geneesmiddelen die door de mens worden gebruikt helpen ook de hond.

Dieren met een zwakke hartspier krijgen plasmiddelen als Lasix. Veel ouder wordende honden met ritmestoornissen slikken net als oude mensen dagelijks hun tabletje digoxine. Er zijn dus veel overeenkomsten tussen hond en mens, maar wat hartkwalen betreft lijkt de mens toch meer op de papegaai.''