Ondoorgrondelijke Bjorn Borg zoekt krampachtig het succes

De wapperende lokken worden nog altijd in bedwang gehouden door een haarband, de atletische tors lijkt terug op het oude niveau en in zijn hand ligt opnieuw het houten racket. Op 34-jarige leeftijd maakt Bjorn Borg volgende week in Monte Carlo zijn rentree in het tenniscircuit, de wereld die hij acht jaar geleden na zijn officiele afscheidstoernooi in Monaco verliet op zoek naar een nieuw leven. Acht maanden trainde hij in afzondering, alleen enkele sparringpartners en de 79-jarige vechtsportgoeroe Tia ('dr. Death') Honsai duldde de voormalige kampioen in zijn omgeving. Scepsis, bewondering en argwaan wisselen elkaar af bij de tweede service van Bjorn Borg.

ROTTERDAM, 19 april - Vanaf het moment dat John McEnroe in 1981 met twee lobs en twee vlakke passeerslagen een einde maakte aan de finale van de US-Open, is het met Bjorn Borg eigenlijk nooit meer goed gekomen. Hunkerend naar nieuw succes besloot de Zweed toen reeds zijn prioriteiten te verleggen. De tennis-asceet ging op jacht naar een leven dat hij als zesvoudig kampioen van Roland Garros en vijfvoudig Wimbledon-winnaar nooit kon leiden. Maar eigenlijk is hij sindsdien altijd zoekende gebleven. Op een krampachtige wijze trachtte Borg controle te krijgen over een nieuw prive-bestaan, een aantal schandalen en teleurstellingen wijzer keert hij nu terug tot het domein waarin hij zijn grootste triomfen vierde: het tennis.

De eerste berichten die vorig najaar uit Londen doorsijpelden dat Borg in het geheim serieus werkte aan een rentree, werden veelal gekarakteriseerd als een onbezonnen daad en met een meewarige blik terzijde geschoven. Acht maanden later staat hij thans op de gravelbanen van de Monte Carlo Country Club en pareert met zijn vertrouwde houten racket in de laatste trainingswedstrijden de ballen die jeugdige opponenten met het modernste kunststofmateriaal op hem afvuren. De zakelijke, korte haardracht heeft weer plaatsgemaakt voor de meer ongecontroleerde haardos, de glimlach plooit als vanouds zijn gezicht en op een zekere spraakzaamheid heeft nog altijd niemand hem kunnen betrappen.

In dat verband publiceerde de redactie van het Franse sportdagblad L'Equipe vorig jaar reeds uit arren moede over het uitblijven van de werkelijke motieven vier mogelijkheden voor de terugkeer van Borg. 1.

hij zit financieel volkomen aan de grond; 2. hij heeft genoeg van het onbestendige leven met zijn derde vrouw Loredana Berte en keert terug naar het enige waarvan hij verstand heeft; 3. het is een ordinaire stunt om het geschonden imago te herstellen; 4. de arme man heeft elke vorm van realiteitszin verloren en denkt dat hij Wimbledon opnieuw kan winnen.

Sindsdien heeft Borg zijn immense zwijgkunst eenmaal verbroken door het BBC-praatprogramma van Terry Wogan vorige maand een interview van vijf minuten te gunnen, waarin hij zijn opmerkelijke beslissing summier toelichtte. “Toen ik met tennissen stopte was ik mentaal uitgeput. Elf jaar lang had ik alles uit mezelf geperst om tot de successen te komen. Ik kon zo niet meer doorgaan. Ik wilde andere dingen in het leven gaan doen. De meeste mensen beweren nu dat geld de belangrijkste drijfveer is voor mijn rentree. Maar dat is niet waar.

Ik weet hoe ik mezelf zonder het tennis in leven moet houden. De tijd is aangebroken om weer eens iets anders te doen en daarbij hoort een terugkeer in de tennissport. Het idee een come-back te maken op hoog niveau beschouw ik als een enorme uitdaging. Ik ben tot de conclusie gekomen dat er zich tijdens mijn afwezigheid geen spelers hebben gemeld die net zo temperamentvol op de baan zijn als ik. Met mijn discipline kan ik me volledig op een doel en een partij concentreren.

Lichamelijk voel ik me bovendien topfit, als in mijn beste tijd. En die conditie heeft me geestelijk ook over een bepaald punt heen geholpen.''

Zonder een spoor van emotie verhaalde Borg vervolgens van zijn dagelijkse voorbereidingen op de indoor-banen van Wimbledon, waar hij zich met grote gedrevenheid 's morgens twee uur toelegde op de technische training, terwijl 's middags het bijwerken van de conditie op het programma stond onder leiding van de 79-jarige vechtsportgoeroe Tia Honsai, bijgenaamd dr. Death om zijn ondanks de hoge leeftijd gevreesde technieken. Honsai, bedreven in aikido en tai-chi, begeleidde Borg reeds in zijn succesvolle Wimbledonperiode. Naar eigen zeggen heeft Borg nu spieren leren gebruiken waarvan hij het bestaan niet eens kende. Het voetlicht zegt Borg niet eens zozeer te hebben gemist, maar de bevrediging van het succes is kennelijk te lang uitgebleven voor de als Bjorn Rune Borg op 6 juni 1956 in Sodertalje, een Zweeds industriestadje aan de zuidkant van Stockholm, geboren mysticus.

De tenniskwaliteiten van de nog jonge Borg kwamen aan het licht toen zijn vader op een plaatselijk tafeltennistoernooi een tennisracket won dat hij aan zijn zoon schonk. Percy Rosberg geniet nog altijd de eer de ontdekker te zijn van het jonge talent dat al snel onder de hoede kwam van zijn latere succescoach Lennart Bergelin. Borg was toen dertien jaar oud en nauwelijks twee jaar later verliet hij de school om proftennisser te worden.

In 1972 veroverde hij de Wimbledon-juniorentitel en leidde hij als jongste Davis-Cupspeler zijn land naar een overwinning op Nieuw-Zeeland. Weer een jaar later stond Borg reeds als dertiende op de wereldranglijst en was hij gereed voor een heftige maar relatief kortstondige loopbaan, waarin hij in totaal 65 toernooi-overwinningen boekte met in de periode 1974-1981 zes titels op Roland Garros in Parijs en vijf titels (1976-1981) op Wimbledon.

Met zijn scherpe passeerslagen vanaf de baseline was hij zowel op gravel als op gras voor iedere tegenstander ongrijpbaar. De dubbelhandig geslagen backhand, de service-return, maar ook de cross-passings en de vastheid waarmee hij zijn opponenten tegemoed trad, bestempelden hem tot een vrijwel onverslaanbare speler. Toch was het vooral de combinatie van techniek en atletisch vermogen die Borg tot de succesvolste speler maakte, aangezien er wellicht tegenstrijdig genoeg bij hem nooit sprake was van een uitzonderlijk sterke slag.

Het hoogtepunt in zijn loopbaan vormde de Wimbledonfinale in 1980 tegen John McEnroe. Op 5 juli leverde Borg een memorabel gevecht tegen de Amerikaan die hem van zijn vijfde titel trachtte af te houden. Een tiebreak moest de beslissing brengen van de vierde set. Het resulteerde in een heroisch duel van 22 minuten. Bij de stand 12-12 hijgde Bud Collins door de NBC-microfoon dat hier nog jaren over zou worden geschreven. “Deze tape mag nooit verloren gaan.” Maar het was nog niet voorbij. Het publiek sidderde door naar de stand 17-16 in het voordeel van McEnroe, die daarop de service van Borg strak retourneerde, waarna de Zweed in het net sloeg. In de vijfde en beslissende set liep McEnroe daarentegen al weer snel jammerend rond en na in totaal 3 uur en 53 minuten meesterlijk tennis zonk Borg op de voor hem karakteristieke stijl door de knieen voor een uitzinnig centre-court.

Datzelfde jaar verloor Borg in de eindstrijd van de US-Open van McEnroe. In 1981 zat dezelfde Amerikaan hem zowel in Londen als New York dwars, waarna er iets knapte bij Borg. Hij kon het niet langer geestelijk opbrengen dagelijks uren te trainen voor iets dat hem geen succes meer opleverde. Na een periode van rust kwam hij nog enkele malen terug, voordat hij in 1983 zijn afscheidstoernooi speelde in Monte Carlo. Afgezakt naar de 262ste plaats op de wereldranglijst strandde hij daar in de tweede ronde op de Fransman Henri Leconte. Op 26-jarige leeftijd keerde Borg het tennis de rug toe, sterk onder druk van zijn eerste vrouw Mariana Simionescu. “Ik geloof er niet meer in.

Niets, absoluut niets krijgt mij terug in het wedstrijdtennis.” In het daaropvolgende leven verloor Borg evenwel meer dan hij had kunnen overzien. Hij brak met Simionescu, kreeg een zoon met Jannike Bjorling, scheidde weer van het jeugdmodel (“Geen enkele vrouw kan de fantasieen van Borg vervullen”) en werd op 7 februari 1989 met spoed opgenomen in het ziekenhuis van Milaan. De pers maakte gewag van een zelfmoordpoging, zelf hield Borg het op een simpele voedselvergiftiging. De vuige roddels waren tekenend voor zowel het leven van Borg als zijn relatie met vooral de Zweedse pers.

In november 1974 was hij uit fiscale overwegingen verhuisd naar Monte Carlo, een besluit dat in zijn vaderland niet in dank werd geaccepteerd. Nadat de gesprekken steeds onvriendelijker verliepen, stopte Borg in het Zweeds te praten tegen de nationale pers. Later was er sprake van een algehele communicatiestilstand. Een Zweedse journalist zei over deze periode vier jaar geleden tegen Sports Illustrated: “Borg was egoistisch, een verschrikkelijke man. Zijn eerste huwelijksverhaal verkocht hij aan de hoogste bieder. Dat zal hij met zijn scheiding ook wel hebben gedaan. Als het moet verhandelt hij desnoods zijn moeder.”

De misere van Borg spreidde zich ook uit over het zakelijke vlak. Vast staat dat de Zweed in zijn actieve tennisloopbaan 3.607.206 dollar vergaarde, maar over de rest kan louter worden gegist. In zijn hoogtijdagen maakte hij via het managementbureau IMG voor meer dan zestig bedrijven reclame: van haarband tot de tennisballen voor de training. Drie specialisten van IMG waren in de VS en Europa permanent bezig met het bewaken van Borgs kapitalen, waarover de schattingen uiteenlopen van tachtig tot tweehonderd miljoen gulden. De Bjorn Borg Design Group met artikelen op het gebied van kleding, reiswaren en toiletartikelen ging ondanks zijn uitstraling financieel onderuit, hetgeen hem in combinatie met echtscheidingsprocedures op een geschatte schuld van vijftien miljoen gulden kwam te staan. Ingewijden zeggen echter dat Borg via een ingenieuze spreiding van investeringen nog altijd over een kapitaal van 35 miljoen gulden beschikt.

Dat laatste zou betekenen dat een nijpend tekort aan geld niet de belangrijkste drijfveer is om weer te gaan tennissen; hoewel Borg aan zijn comeback een nieuw zakelijk avontuur heeft verbonden in de vorm van een bedrijf dat zich specialiseert in het opkopen van de rechten van bepaalde produkten en evenementen. De zwijgzaamheid van Borg over dergelijke zaken verhoogt echter louter de mysterieuze atmosfeer rondom zijn rentree. Bovendien speelt hij thans zonder elke vorm van reclame-opdruk. Volgens een woordvoerder van IMG, dat nog altijd zijn zaken behartigt, zijn bedrijven wel geinteresseerd in de persoon Borg, maar wordt eerst afgewacht in welke mate zijn rentree serieus moet worden genomen.

Opmerkelijker voor de tennisliefhebber is evenwel het houten racket dat in het moderne tennis een volledig misplaatste indruk maakt. Borg heeft alle materialen getest, maar kan niet meer zonder zijn houten slagwapen. “De moderne rackets verhinderen elke beheersing. Met hout controleer ik zelf de slag, in alle andere gevallen neemt het racket dit over en daar moet ik niets van hebben.” De Donnay Borg Pro wordt evenwel niet meer gemaakt en derhalve heeft de Zweed zijn privecollectie moeten aanspreken. Donnay heeft volgens een woordvoerder van IMG toch een oude machine van zolder gehaald en onderzoekt in hoeverre op korte termijn aan de wensen van Borg kan worden voldaan.

Met het verouderde materiaal lijkt Borg in het nadeel, maar hij heeft nooit in snelheden van de bal gedacht. Zijn houten racket is maximaal bespannen (35 kilogram) en dat acht hij voldoende. De huidige tennistop denkt hier echter anders over. Hoewel Borg altijd via demonstratiepartijen - met onder anderen McEnroe - eigenlijk nooit definitief afstand heeft genomen van het tennis, luidt niettemin thans de vraag wat de 34-jarige speler nog kan uitrichten op wedstrijdniveau. Is hij bijvoorbeeld opgewassen tegen de souplesse van Edberg, de kracht van Becker of het rock & roll-tennis van Andre Agassi?

Lennart Bergelin herinnert zich liever de oude Borg. “Na zo'n tijd van afwezigheid heeft hij geen kans.” Lendl deelt die mening. “We hebben allemaal gezien wat er met McEnroe gebeurde toen die voor acht maanden afscheid nam. Acht jaar mogen we dan toch wel als een serieus probleem beschouwen.”

Edberg vreest een zielige afgang, terwijl Vitas Gerulaitis het houten racket juist niet als een nadeel ziet. “Het gaat niet om de snelheid, maar om de precisie.” Pat Cash fungeerde voor korte tijd als trainingspartner van Borg in Londen en kwam uit eigen ervaring tot de conclusie dat met het kleine, houten racket best te spelen valt.

Vooralsnog blijft de situatie derhalve ongewis. Het eerste officiele optreden zal veel vraagtekens wegnemen rondom Borg, die vooralsnog op basis van wild cards een route heeft uitgestippeld van Monte Carlo via Rome naar Roland Garros en zelfs Wimbledon. Hij is er van overtuigd dat talent zichzelf nooit verloochent en dat de fysieke conditie te trainen is. Trainer Honsai deelt die mening. “Borg bezit een volmaakt lichamelijk gestel. Zijn maag is weer van steen, zijn hartslag blijft normaal na de zwaarste inspanningen. Behalve de liefde voor zijn vrouw en zoon bestaat er voor hem niets anders meer dan het tennis. Hij heeft het lichaamsweefsel van een man van 22 jaar en kan de uitdaging op dit moment aan.”

Het tennis heeft een stylist als Bjorn Borg lang moeten ontberen, maar het ziet er naar uit dat Borg zelf de sport harder heeft gemist.

    • Bert Regeer