'Nu gebeurt op grotere schaal wat voor ons bij het gewone leven hoort'

Het overgrote deel van de in Nederland wonende Koerden heeft een Turks paspoort. Ongeveer zevenhonderd Koerden zijn vluchtelingen uit Irak en vierhonderd zijn afkomstig uit Iran. Hoe beleven zij de gebeurtenissen in het grensgebied van Irak? Vandaag het vijfde en laatste deel in een reeks Koerdische portretten : Saleh Mustafa Hussein Bedawi.

ARNHEM, 19 april - Voor de Koerdische oud-verzetsstrijder Saleh Bedawi (51) heeft het drama van de Koerdische vluchtelingen “iets gewoons”.

Hij zegt : “Nu gebeurt op grotere schaal wat voor ons tot het gewone leven behoort.”

Bedawi is afkomstig uit de Noordiraakse stad Duhok, waar hij leraar wiskunde was. Hij werd al in 1962 lid van de Democratische partij van Koerdistan en was sinds het begin van de jaren zeventig een van de plaatselijke leiders bij de strijd voor nationale autonomie. Hij had weliswaar een Kalashnikoff-geweer achter de hand, maar was een politiek leider en geen guerrillastrijder.

Hij is er nog altijd trots op dat hij het in 1973, tijdens een korte periode van Koerdisch succes, tot wethouder van onderwijs in Duhok bracht. Nu hoopt hij het, met steun van de sociale dienst, in Arnhem tot rij-instructeur te brengen. Na negen jaar Nederland is zijn kennis van de Nederlandse taal nog steeds een grote belemmering om aan het werk te kunnen gaan.

Bedawi zit vol herinneringen over familie en vrienden die als leden van de clandestiene Koerdische partij zijn gearresteerd en opgehangen.

Zo eindigden in 1977 drie familieleden aan de galg. Bedawi moest in 1982 uit Irak verdwijnen, na de arrestatie van een partijlid.

De Democratische partij van Koerdistan was onderverdeeld in cellen van drie leden. Werd een van hen gearresteerd, dan verdwenen de andere twee naar het buitenland, om nieuwe arrestaties als gevolg van doorslaan bij verhoren door de Iraakse geheime dienst te voorkomen.

Bedawi zette zijn vrouw en kinderen op het vliegtuig naar Nederland, officieel om bij zijn daar wonende broer vakantie te gaan houden.

Hijzelf mocht het land niet verlaten en trok daarom met vrienden samen te paard door de bergen naar Iran.

Vandaar reisde hij per vliegtuig via Sofia naar Schiphol, waar hij zich als vluchteling meldde. Na drie jaar kreeg hij officieel asiel en weer drie jaar later kreeg hij de Nederlandse nationaliteit.

Het contact met Irak verliep moeizaam, een enkel kort telefoongesprek, een enkel briefje en een keer een tante die op vakantie kwam. Toch weet Bedawi van verschillende familieleden hoe ze het maken sinds ze voor het Iraakse leger zijn gevlucht. Een zuster heeft uit Iran gebeld en een nicht is als verzorgster van een gewonde een Turks ziekenhuis binnengedrongen en heeft van daaruit gemeld dat andere familieleden heelhuids in Turkije zijn gekomen.

Een tweede broer van Bedawi, die ook in Nederland is komen wonen, is naar Turkije vertrokken om familieleden te gaan helpen met kleding en voedsel. “Wie er allemaal zijn omgekomen weten we niet”, verzucht Bedawi. “Niemand schijnt in Duhok achtergebleven te zijn.

Waarschijnlijk hebben ouderen de ontberingen niet kunnen doorstaan. Het is om gek van te worden, maar wat kunnen we eraan doen?''

Bedawi heeft een ogenblik gedacht dat Saddam Hussein volkomen verslagen was en geen leger meer had. “Maar dat bleek helemaal niet waar”, zegt hij nog altijd verbaasd. Volgens hem is het Koerdische verzet ook misleid door de gedachte dat het Iraakse leger nergens meer toe in staat was. Verontwaardigd zegt hij: “Bush riep de mensen op tegen Saddam in opstand te komen. Dat hebben ze gedaan en ze zijn bedrogen uitgekomen.”

Maar als er geen opstand was geweest, zou de situatie volgens Bedawi niet minder ernstig zijn geweest. Dan waren de Koerdische soldaten die als Iraakse dienstplichtigen vanuit Koeweit waren gedeserteerd met hun hele familie vervolgd.

Vorige maand dacht Bedawi dat het niet lang meer zou duren of hij zou naar zijn land kunnen terugkeren. “Nu zit het er niet meer in dat ik ooit nog naar Irak terugga.”

    • Ben van der Velden