Konijnematrozen

Taro Gomi: Lente, lente! Uitg. Van Goor. Prijs: (f) 22.50 Willemien Min: De lappendeken. Uitg. Lemniscaat. Prijs: (f) 19.90 Shen Roddie-Frances Cony: Kom uit het ei, kleintje. Uitg. Wildeboer. Prijs: (f) 22.50

Wie kinderen aan het lezen wil krijgen, wordt altijd voorgehouden dat het gaat om het juiste boek op het juiste moment. Zelfs bij een volwassen beroepslezer gaat die regel nog op, want met het uitzicht op een rijtje bijna roze prunusbomen kan ik geen weerstand bieden aan een prentenboek met de juichende titel Lente, lente! Het uit Japan afkomstige boek is van een grote eenvoud en is grafisch perfect. Op vijftien dubbele pagina's worden de veranderingen in de seizoenen aangegeven, beginnend en eindigend met de lente. Op de eerste plaat staat een onnozel, sneeuwwit kalf tegen een roze achtergrond. Op de volgende prent zien we zijn zwarte vlekken, want, meldt de tekst, 'de sneeuw smelt'. De schilder zoomt in op de zwarte plakkaten - het kalveroor verdwijnt - en ze worden tot versgeploegde velden, waarin kleine plantjes kiemen. Het gras groeit, de bloemen bloeien, de storm raast, de sneeuw smelt en daar staat het kalf weer: het is gegroeid.

De cirkel van de seizoenen is rond. Op de strakke, bijna kale prenten wijzigt de sfeer met de veranderende tinten in de natuur. Soms duikt er een kind op of een hondje, dat geniet van de zon, de wind en de sneeuw. Ook de eenregelige tekstjes zijn precies voldoende: 'Dan komt de bruine herfst - De eerste sneeuw - De kinderen spelen - De hele wereld is stil - De hele wereld is wit.' Er valt nog veel meer te zeggen, maar dat wordt aan de voorlezer en de toehoorder overgelaten.

Ook Willemien Min laat in haar nieuwe prentenboek De lappendeken op onverwachte plaatsen weilanden, tuintjes en een boomgaard opbloeien.

Kleine Bart ligt ziek, onder een grote lappendeken. Nieuwsgierig stapt hij de wereld van de tot leven komende lapjes binnen, plukt appels en bessen, vaart in een mandje met konijnematrozen en besproeit een kwijnend klaprozenveld. Het verhaaltje, dat de sfeer van Elsa Beskows Hansje in 't bessenland ademt, is een groene idylle, waarin alles rond en vriendelijk is. Wie op de eerste plaat het kleine koppie onder de enorme lappendeken ziet liggen, kan zich direct verplaatsen in halfkoortsige fantasieen, die helpen tegen de eenzaamheid. Net als in haar debuut De vogelman schildert Min in fraaie kleuren, die afkomstig lijken van een oud palet. Maar mede door het verhaal wordt De vogelman meer bepaald door donkere, geheimzinnige tinten. In dit tweede boek is de toon mij iets te lief en zonnig, wat nog versterkt wordt door de brave, onnozele versjes van Ivo de Wijs.

In Kom uit het ei, kleintje is de natuur een beetje van slag. Moeder kip heeft een ei gelegd, maar weet niet wat ze er mee moet. “Hallo kleintje”, tokte ze. “Kom uit het ei dan kun je je moeder zien.” De brave kloek probeert het met een pannetje spaghetti, een zelfgebreid jasje, een bloemetjeswieg en een gat in de grond naast de worteltjes.

Uitgeput drukt kip het ei aan haar gefrustreerde moederhart en valt er bovenop in slaap. Het blije gevolg laat zich raden.

Er zijn stapels prentenboeken te bedenken die kunstzinniger zijn, maar aan deze malle kuikengeschiedenis valt voor jonge kleuters veel te beleven. Het leukste is het uiteraard als je zelf al weet hoe het zit met de kip en het ei, want dan is de opwinding over die domme moederkip het grootst. De enigszins schematische tekeningen draaien om de van moederliefde opgebolde kip en haar enorme ei. Beide worden opgevrolijkt door details die in het kippenhok niet thuishoren.

Tijdens de spaghettimaaltijd staat het ei met een slab om op een bordje en wanneer moeder kip een schotsgeruit jasje breit, zit haar ei afwachtend in een schommelstoel tegenover haar. Uit de spaghettipan rollen de slierten van een ouderwetse vatenkwast, het wiegje is schommelbaar en onder de gebarsten eierschaal schemert iets donzigs en aaibaars. Origineel is het niet, maar zo is het nu eenmaal: kuikens zijn geel en zacht, vooral in de lente.

    • Bregje Boonstra