'Ik vond Hans Wiegel altijd wel geinig'

Het weekblad Voetbal International is grotendeels geschreven in het sportchinees, wat ik lang niet altijd even gemakkelijk volgen kan, maar het deze week gepubliceerde vraaggesprek met Theo ten Caat, middenvelder bij FC Groningen, was zelfs voor een antisportieve randdebiel als ik te begrijpen.

Het toont aan dat een voetballer meer kan zijn dan een dribbelend stuk protoplasma. Ten Caat, zegt hij, leeft niet bij brood alleen. De man is trouwens een uitgesproken huismus. “Ik kan me goed vermaken met alleen zijn. Dan ga ik wat denken, een beetje filosoferen, over de stomste dingen. Over mens en maatschappij, bijvoorbeeld. Ik ben wel politiek bewust. Ik stem Groen Links.” In het kapitalisme, met name zoals dat in de Verenigde Staten wordt gepraktizeerd, ziet hij niet zoveel. In dat land kun je “alleen maar president worden als je centen hebt”, zodat 's lands hoogste ambt exclusief aan “de pindaboeren en de oliebezitters” is voorbehouden. De Russen zijn hem sympathieker. Een echt alternatief is de antikapitalistische Sovjet-Unie, zijns inziens echter niet. Niettemin: “Ik geloof wel een beetje in het marxisme-leninisme”.

Hij doet denken aan zijn voetballende collega Paul Breitner, die op de socialisten stemde, terwijl de rest van Bayern Munchen devoot achter Franz- Josef Strauss aan hobbelde. Totdat de Beierse sporter even later tegen een verdrievoudigd salaris in het buitenland ging spelen.

Toen waren de socialisten plotseling uit de gratie. Ook Ten Caat wil graag in de export, naar Spanje of naar Italie (“andere cultuur, andere mensen”), dus met zijn vooruitstrevende bevliegingen zal het ook wel snel zijn afgelopen.

Voorlopig neemt hij in de Nederlandse voetballerij, constateert hij zelf, nog een aparte positie in. “De meesten stemmen puur voor de portemonnaie.”

Onmiskenbaar. Men leze bij voorbeeld in datzelfde Voetbal International de rubriek 'De Ster van de Maand', verplicht leesvoer voor mensen (zoals ik) die wel van voetbal, maar niet van voetballers houden. Er zijn inmiddels acht man ondervraagd. Als het aan hen lag, hadden de conservatieven inmiddels de absolute meerderheid in raad, staten en parlement.

Erwin Koeman (PSV) kiest voor het CDA, de partij van zijn favoriete politicus Ruud Lubbers. Harry van der Laan (Feyenoord) sympatiseerde ooit met de VVD, maar is tegenwoordig tot het legioen der niet-stemmers toegetreden. Ondanks zijn waardering voor voornoemde Lubbers: “Hij heeft een verschrikkelijk goeie babbel”. Aron Winter (Ajax) stemt met lange tanden op de PvdA, in navolging van zijn ouders, niet uit ideologische overtuiging. “Politiek interesseert me verder niet.” Net als Jerry de Jong (PSV): “Ik ken de meeste namen niet eens, kun je nagaan”. Hans Gillhaus (Aberdeen) heeft geen favoriete partij noch een favoriete politicus: “Daarvoor hou ik me te weinig met politiek bezig”. Dit geldt ook voor Richard Witschge (Ajax). “Het enige wat ik weet is dat de centrumdemocraten fout zijn.” Edwin de Kruyff (FC Utrecht) laat zich eveneens in deze richting uit: “Alleen die partij van Janmaat hoeft voor mij niet”.

Niettemin heeft hij wel degelijk een lievelingspoliticus. Ien Dales, verrassenderwijze. Om buitenpolitieke redenen. “Het is best zielig wat ze moet ondergaan.” Raymond Atteveld (Everton), tenslotte, steunt de Britse Conservatieven. “Dat is gunstig voor mijn financiele aangelegenheden.” En wie is zijn politieke favoriet? Als ik het niet dacht! “Ik vond Hans Wiegel altijd wel geinig.”

Bovendien zijn het, zo te zien, meer kijkers dan lezers. Harry van der Laan (Feyenoord) raadpleegt regelmatig Asterix, Obelix & Het Gouden Snoeimes, Richard Witschge (Ajax) zweert op zijn beurt bij de getekende avonturen van Joop Klepzijker. Sommige beheersen, anders dan men zou veronderstellen, wel degelijk het alfabet. John van Loen (Anderlecht) leest al jaren Joyce's Ulysses. Erwin Koeman (PSV) heeft eveneens een echt boek op de plank staan: de dubbelbiografie Koeman & Koeman.

Tja, het bewustzijn wordt door het maatschappelijk zijn bepaald. Theo ten Caat, marxist-leninist te Groningen, zal dit aan den lijve ondervinden als hij straks, bij Barcelona of Juventus, voor vijf ton 's jaars op de loonlijst staat. Voorlopig oogt hij gelukkig nog onbedorven. Weet u wat ook een aardige knaap is? Jurgen Klinsmann (Inter Milaan). Hij steunt de milieuorganisatie Greenpeace met een ton per jaar, verdomt het reclame voor tabak en alcohol te maken, mijdt de boulevardpers als de pest en is tussen de bedrijven door (helaas, hij scoorde op de laatste WK de 1-0 tegen de oranje-elf) ook nog een hele goeie voetballer. Net als Ruud Gullit, het andere zeldzame voorbeeld van een sterspeler die zijn werk doet in de wetenschap dat er meer op de wereld te koop is dan de buitenspelval en de achterwaartse dribbel.

Woensdag was hij - andermaal - de allesbepalende factor in de interland Nederland-Finland. Tot veler verrassing zonder snor. De salonsocialist Paul Breitner heeft eveneens een snor gedragen, om dit gewas uiteindelijk in ruil voor twee ton reclamegelden af te scheren.

Gullits snor was gratis, daar steek ik mijn hand voor in het vuur, wat dat betreft blijft De Zwarte Tulp een witte raaf, binnen en buiten de krijtlijnen. In een door-en-door bedorven milieu, beheerst door verschijnselen als Cor Coster, Silvio Burlesconi en Ezeltje Schijtgeld, de allesdominerende factoren in een bedrijfstak waarin het - ik heb het uitgerekend - mogelijk is om het aanstootgevende bedrag van (f) 777,- per minuut te verdienen, en waarin de mores heersen van de onderwereld, de mensenhandel en de puurste loonslavernij.