Ik ben dol op Hollandse draaiorgels; Yehudi Menuhin over Engeland, Wagner en gezond leven

De violist Yehudi Menuhin drinkt niet, eet vegetarisch en gelooft in 'Heilkraft'. Het voormalige wonderkind wordt op 22 april 75 jaar maar treedt nog steeds op. In het Amsterdamse Concertgebouw dirigeert hij in juni drie Beethovenconcerten bij het Nederlands Philharmonisch Orkest. Hieke Jippes sprak met hem in Londen. “De verschrikkelijke oorlog en de vreselijke jodenvervolging kunnen nooit betrokken worden op Beethoven.”

Op 14, 21 en 28 juni dirigeert Yehudi Menuhin bij het Nederlands Philharmonisch Orkest drie Beethovenconcerten in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw.

Een vervaarlijk piepend liftje tilt de bezoeker naar de bovenste verdieping van het grote huis in de Londense wijk Belgravia. De secretaresse van Sir Yehudi Menuhin, een van de twee die hij in dienst heeft, pakt daar de jas aan, maar negeert de ingepakte bloempot met 'Cheerfulness'-narcissen. Het cadeautje voor de meester-violist lekt nu zo opvallend door het papier heen, dat lafheid de gast gebiedt het natte pakje zoveel mogelijk boven de donkerste kleedjes op de parketvloer te houden. Op die manier blijft er tenminste geen zichtbaar spoor van modderdruppels achter.

De secretaresse verdwijnt. “Tik”. Een druppel valt, in de stilte die volgt, hoorbaar op de houten vloer. Het is hier, voor Londen, behoorlijk rustig. Tot aan het dakterras met de loden schoorsteenpotten stijgt alleen wat verkeerslawaai op. Het zoldervertrek zelf is licht en bekleed met houten kastenwanden.

Partituren, zegt een etiket. Langs het trapgat staat in een open kast de platencollectie opgeslagen. Een muur, daar tegenover, is van raam tot vleugel behangen met wat een Paganiniverzameling mag heten: originelen van affiches voor diens concerten, 160 jaar geleden, in Londen en Parijs en talloze getekende portretten. In Conversations with Menuhin, een boek dat ter gelegenheid van Menuhins 75ste verjaardag op 22 april uitkomt, vertelt Yehudi Menuhin aan de Amerikaanse musicoloog David Dubal dat hij in 1945 in Londen eens een filmtest heeft gedaan voor de rol van Paganini in The Magic Bow. De rol ging uiteindelijk naar de filmster Stewart Granger. Menuhin kon in een balkonscene met Phyllis Calvert de tekst “Waarom houd je van me?” niet over zijn lippen krijgen “omdat ik me een idioot voelde”.

“Uw gezicht is in het onderbewustzijn van de mensheid het voorbeeld bij uitstek geworden van hoe een violist eruit moet zien”, zegt Dubal ter inleiding van die anekdote tegen Menuhin. Maar die protesteert: “Hoe kun je dat zeggen? Het beroemdste en markantste gezicht van een violist ooit, was dat van Paganini. Zo moest een violist eruit zien - met iets duivels in zijn trekken en tegelijk iets onweerstaanbaar slechts en bezields.”

Van de Paganini-collectie aan de muur wordt de blik van de bezoeker als vanzelf geleid naar de portretten op de vleugel. De grootheden die vandaar uit hun lijsten terugstaren, varieren van Arturo Toscanini (ereplaats vooraan) tot Helmut Schmidt (helemaal achteraan), van de Duchess of Kent tot de koning en koningin van Spanje en van de ex-koning van Griekenland (twee keer) tot de ex-koning van Roemenie.

Zij zenden hun liefde, hun sympathie, hun hartelijke dank, hun beste wensen en hun appreciatie voor Yehudi, Sir Yehudi, en Diana en Yehudi Menuhin. Ex-koning Constantijn van Griekenland zet nog steeds 'Constantijn R' onder zijn beeltenis, maar de ex-koning van Roemenie heeft alle pretenties opgegeven: 'Michael' tekent hij ferm.

Het doorweekte papier om de narcissen laat zich tot een kussentje vouwen, met een droog stukje aan de onderkant. Wiebelend staat dit eerbetoon van een vroege bewonderaar nu op de kast met de platencollectie. Beneden klinken gedempt stemmen, maar van de bewoner van het huis is na zo'n vijf minuten wachten nog steeds geen spoor.

Het bezoek staart naar de luidsprekers, de muziekstandaard en de twee vioolkisten. Op een antiek bureautje ligt een boek: “Die Geistige Heilkraft in Uns”.

Menuhin - het staat wat lacherig in elk portret van hem te lezen - gelooft zeer in Heilkraft, of die nu van binnen of van buiten komt.

Zijn gids voor (bejaarde) violisten, Life Class, schrijft naast yoga en bewegingsoefeningen ook geitemelk, fruit, de aanwezigheid van familiefoto's en een paar talismannen in de vioolkist-op-reis voor. De man eet vegetarisch, drinkt niet, schuwt alle chemische toevoegingen in voedsel en liefhebbert in een mengeling van religies, die zich uitstrekt van Hindoeisme tot Jodendom. Voor sommigen is hij daarom een ongevaarlijke gek, voor anderen een bedreiging en voor weer anderen een bijna heilige.

OOGKLEPPEN

In Engeland zelf, sinds tientallen jaren zijn thuisbasis, is het fenomeen Menuhin onlangs tot de grond toe afgebrand in een veel besproken televisiedocumentaire. Daarin keerden een deel van zijn familie en zijn eerste vrouw zich tegen hem en werd hem het verwijt gemaakt dat hij zijn leven lang oogkleppen had opgehad voor alles wat niet direct te maken had met de verbetering van zijn eigen muzikale carriere. Yehudi Menuhins moeder, die het wonderkind ook op latere leeftijd maar niet kon loslaten, werd afgeschilderd als de kwade genius in die ontwikkeling.

Onvergetelijk zijn de beelden waarin de bijna 75-jarige Yehudi vertederd en beschermend met zijn almaar kakelende, elegant in het zwart gehulde, hoogbejaarde moeder oploopt als om haar bij voorbaat te verdedigen tegen het oog van de camera.

Je zou denken dat de violist na die ervaring geen zin meer zou hebben in een gesprek met een journalist. Of moet er iets rechtgezet worden?

Het is tenslotte raar gegaan met de afspraak voor dit interview. Het initiatief daartoe is genomen door een public relations-bureau, dat in Londen een aantal correspondenten van buitenlandse kranten heeft opgebeld. Die blijken allemaal te zijn gekomen: gisteren de Pravda, vanmiddag Le Figaro en eerder in de week de New York Times. De formele aanleiding is Menuhins aanstaande 75ste verjaardag, het boek, een serie nieuwe grammofoonopnamen en een verjaardagsconcert.

“How sweet!” Bijna onhoorbaar op zijn moccasins is Menuhin de trap naar de zolderverdieping opgekomen, waar hij nu met ineengeslagen handen van verrukking naar de bloemen staart. “En zo Hollands!” Hij pakt het kleffe pakje op en verdwijnt naar beneden. Wanneer hij weer bovenkomt, zonder bloemen, gaat hij zitten in de stoel voor het bureau en begint meteen over zijn verjaardag en het concert in de Royal Festival Hall. Dat verhaal lardeert hij kundig met het woord Holland - het vermoeden is niet ongegrond dat dit zijn honderdduizend-en-eenendertigste interview moet zijn.

“Holland - ik heb heel speciale banden met Holland. Die dateren van mijn vriendschap met Mengelberg, vanaf 1929, tot mijn aanwezigheid op die onvergetelijke dag na de oorlog dat uw Koningin in Amsterdam terug kwam. Ik ben dol op straatorgels. Alle orgeldraaiers waren op straat, sommige met aapjes en overal zag je stralende mensen. Dat zie je nu niet meer, als mensen gelukkig zijn. Ze zitten verstopt, in auto's. En nu, 62 jaar na dat eerste contact met Mengelberg, dirigeer ik uw Nederlands Philharmonisch Orkest, een heerlijk orkest, waarin het Nederlands Kamerorkest is opgenomen en dat daarom een niveau bereikt, dat dat van het Concertgebouworkest benadert.”

Voort gaat het, er is niet de kans voor een vraag. Over het verjaardagsconcert waarbij de Engelse Koningin-Moeder aanwezig zal zijn, over het programma, over hoe hij uit de leerlingen van zijn Menuhin-school voor violisten na lang delibereren 'mijn Franse meisje'

heeft gekozen als mede-soliste in het Dubbelvioolconcert van Bach, over de premiere van een muziekstuk van Sjedrin dat speciaal voor hem gecomponeerd is 'op de tekst van een gebed van mij', over Rusland, over de Golfoorlog en over de Negende symfonie van Beethoven, die het concert besluit.

“Zo ziet u, ik heb alle elementen op die avond in muziek verenigd: mijn school, mijn leerlingen, mijn Russische afkomst, het hedendaagse Rusland, mijn gebed, en natuurlijk de Negende - er is geen hogere opdracht dan daarin is vervat.”

De tekst van het gebed (opgedragen “Aan U Die ik niet ken en niet vermag te kennen en aan Wie ik gebonden ben door liefde, vrees, geloof en onwetendheid”) dat hij Sjedrin op diens verzoek heeft toegezonden als basis voor diens compositie, is “het oude gebed. Het is niet gebonden aan een speciale religie. Het vraagt dat de mensheid confrontatie verlaat ten gunste van compassie en begrip, dat zij haar opdracht ten aanzien van elkaar en van alle levende dingen in de natuur niet verzaakt. Het is de eeuwenoude hoop dat de mensheid tot wasdom komt. Het is de bede om niet de eeuwigdurende strijd op te geven naar waarden en kennis, niet het zoeken te laten varen dat werkelijke vreugde en voldoening brengt.”

Die tekst klinkt zweverig, zoals hij hier staat geschreven, maar niet uit Menuhins mond. Dat komt misschien doordat hij gewend is niet-modieuze thema's aan te snijden voor een weerspannig gehoor.

Rustig en hoffelijk weet hij een soort vanzelfsprekendheid mee te geven aan zijn redenering, die het moeilijk maakt haar zonder meer af te wimpelen. Menuhin weet dat heel goed en maakt, zal hij later zeggen, ook doelbewust gebruik van dat effect.

Toen de Israelische regering hem onlangs een hoge onderscheiding toekende, gebruikte hij een feestelijk diner bij de Israelische ambassadeur in Londen om de Israelische regering te wijzen op haar 'historische plicht' tegenover de Palestijnen. In joodse kringen in Londen heeft dat niet weinig kwaad bloed gezet, maar Menuhin zegt dat hij nog nooit een kans voorbij heeft laten gaan om recht te zetten wat hij verkeerd vindt.

REIZEN

Dit is een andere Menuhin dan de romantische solist die een keer, ergens in de jaren vijftig, optrad in de beste bioscoop van Amersfoort om daar het Vioolconcert van Beethoven ten gehore te brengen. Voor een vijftienjarig meisje onder zijn gehoor was het haar eerste echte concert en muziek en solist hebben een onuitwisbare indruk op haar achtergelaten.

“Werkelijk?” zegt Menuhin verrast, wanneer hem gevraagd wordt wat een beroemde violist als hij toen in vredesnaam in een provincie-bioscoop in Nederland deed. “Ik zal wel een little tour of Holland hebben gedaan. Maar u bent het levende bewijs, het antwoord op de vraag of een kunstenaar zich met dergelijke optredens moet bezighouden. Wat doet het ertoe, dat het in een bioscoop was? Het is zeer, zeer vormend. In Amerika en in Frankrijk doe ik dergelijke tournees nog regelmatig. Waarom zou ik wel spelen in Londen in de Festival Hall en niet in Boulogne?”

(Bprt)Nee, hij heeft niet zijn bekomst van het rondreizen, zegt hij. Nu hij ouder wordt, tracht hij zogeheten one night-stands te vermijden. De term klinkt uit zijn mond grappig, want werkelijk volkomen onschuldig. Als hij met een orkest op tournee is, moet hij wel bijna dagelijks op telkens een nieuwe plek optreden “en ach, dan krijgen de dagen een ritme, waar je vanzelf in valt.” Niet dat daarvoor routineuze optredens in de plaats komen. “Ik sta erop dat we elke dag tenminste een beetje repeteren. Anders krijgt zo'n uitvoering iets stoffigs en stars. Een herhaling van wat je de avond ervoor hebt gedaan, is zoiets als ouder worden zonder in beweging te blijven.”

Hij maakt een veelzeggend gebaar naar zijn eigen lichaam. “Dat verraadt zichzelf.”

(Eprt)Menuhins afkomst - geboren uit Russisch-Joodse ouders die uit Palestina naar Amerika vertrokken - bestaat uit zoveel strengen en zijn hart behoort aan zoveel landen (behalve de Amerikaanse heeft hij ook de Zwitserse en de Britse nationaliteit), dat het gerechtvaardigd lijkt te vragen waarom hij uitgerekend onder de Engelsen wil wonen.

Zeker is dat Menuhins tweede vrouw, de voormalige balletdanseres Diana Gould, veel te maken heeft met die voorkeur. Menuhin spreekt over de moeder van zijn jongste twee kinderen nog altijd als over 'a marvellous English girl'. De nogal nuchtere Lady Diana laat zich omgekeerd over haar beroemde man uit in termen van 'onpraktische schat' en regelt verder zijn leven, zoals zijn moeder dat vroeger voor hem schijnt te hebben gedaan.

“Ik heb de Engelsen altijd bewonderd,” zegt Yehudi Menuhin. “Ze hebben me altijd met grote warmte ontvangen. Maar het was vooral tijdens de oorlog dat hun houding van we-laten-ons-niet-van-ons-stuk-brengen en hun kalme vastberadenheid mij trof. Toen ben ik ook nog getrouwd met een fantastisch Engels meisje en toen we onze kinderen een Europese opvoeding wilden geven, zijn we uit Californie naar Engeland gekomen.

“Ik ben dol op de Engelsen. En weet u, vanuit mijn positie ben ik altijd in aanraking gekomen met het beste dat andere beroepsgroepen dan de mijne te bieden hebben. Wat hier wel minachtend the old school-tie wordt genoemd, heeft ook zijn positieve kanten. Dat systeem gaat dwars door alle professies heen. Het is jammer dat de volksvertegenwoordigers niet langer amateurs zijn, maar verworden tot professionele politici. Dat betekent dat ze leven voor het moment en niet kijken naar de lange duur. Het leidt tot compromissen en vuile handen. Het is ook jammer dat het bezit van geld in dit land de grote gelijkmaker is geworden.

“Maar afgezien daarvan blijft het een van de meest verdraagzame landen die ik ken, met een politieke oppositie die, als het erop aan komt, meer het belang van de natie op het oog heeft dan dat van een bepaalde klasse. Vindt u dit geen heerlijk huis?”, voegt hij er enigszins inconsequent aan toe. “We hebben altijd in Highgate gewoond en zijn acht jaar geleden hierheen verhuisd. Je hoeft je niet om het verkeer te bekommeren, want het is overal zo dichtbij!”

Hoe zat het, wordt hem voorzichtig gevraagd, precies met die vernietigende documentaire over het fenomeen Yehudi Menuhin?

Daar hoeft de violist geen seconde over na te denken. “Daar had ik een hartelijke afkeer van”, zegt hij ferm. “Ik voel me verraden. Het was een laag soort journalistiek, gemaakt door iemand die ik vertrouwde en die zo nodig iets moest onthullen. Er klonk niets in door van de liefde en de warmte in ons gezin. Mijn moeder werd afgeschilderd als autocratisch - ze heeft een sterke wil. Alles wat goedkoop was heeft ze altijd ver van mij en mijn zusters weggehouden.

Als zogenaamde wonderkinderen hebben wij nooit voor beschermheren in hun salons hoeven paraderen, nooit heeft een journalist ons kunnen benaderen. Dat hebben wij aan mijn moeder te danken. Dat zij het slachtoffer is geworden van een minne geest, zit me behoorlijk dwars.

“Mijn eerste huwelijk, met Nola, was rampzalig. Maar met Diana ben ik 43 jaar getrouwd. Toch werd mijn eerste huwelijk als hoogtepunt beschouwd en mijn huwelijk met Diana als een bijzaak. Die verbintenis met Nola en mijn ervaringen in Belsen (waar Menuhin met Benjamin Britten optrad direct na de bevrijding van de concentratiekampen) zouden mijn leven hebben bepaald.

“Luister, de holocaust is onvergeeflijk. Maar voor ik in Belsen kwam had ik al over geschiedenis gelezen en wist ik dat de mensheid al in de oudheid tot genocide in staat was. Het is niet waar, zoals werd voorgesteld, dat mijn leven bij de aanblik van kisten vol met gouden tanden en door het spelen met Benjamin Britten in Belsen opeens volstrekt veranderde. Mijn leven verliep al langs een zeker pad en deze ervaringen kwam ik langs dat pad tegen. De maker van die film moest zonodig blow the lid off Menuhin, zoals hij tegen een vriend van me gezegd heeft. Het is je reinste vooroordeel en je zuiverste verraad en reken maar dat hij dat te horen heeft gekregen.”

De Tweede Wereldoorlog, zegt Menuhin, heeft hem nooit tot herwaardering van de grote Duitse componisten gebracht. “Nee, nee, evenmin als ik Goethe of Heine minder ben gaan achten. Hitler heeft de Duitsers verraden. En ik heb hen direct na de oorlog de grootsheid van de Duitsers weer onder ogen gebracht. Zoals ik hen ook weer vertrouwd gemaakt heb met wat een jood is. Niet een karikatuur.”

“Wagner? Ik kan het vooroordeel jegens Wagner begrijpen. Ik deel het niet en ik denkt dat er een generatie nodig is om er overheen te groeien. Maar de verschrikkelijkste oorlog en de vreselijkste jodenvervolging kunnen nooit betrokken worden op Beethoven. Of op Bach. Nooit.”

“Mengelberg, aaah Mengelberg.” Menuhin begint te lachen. “Jammer, hij gedroeg zich als een enorme dwaas. Wat zal ik erover zeggen? Het gaat om een manier van overleven. Als iemand dan voor de gemakkelijkste weg kiest, kan ik hem niet veroordelen. Als je door heulen met de vijand je orkest bijeenhoudt... De menselijke geest kan allerlei contradicties met elkaar verzoenen. ” Hij schatert. “Maar om dat dan ook met geestdrift te doen, ja, dat gaat misschien wat ver”.