Honkbalbond staat voor cruciaal jaar

AMSTERDAM, 19 april - Morgen begint de honkbalcompetitie onder weinig rooskleurige omstandigheden. Vorige week zaterdag presenteerde het bondsbestuur op de jaarvergadering “een totaal uitgemolken begroting”, zoals de omschrijving van voorzitter Den Duijn luidde. Daarin zit vrijwel geen ruimte om ook maar iets van het meerjarenplan te verwezenlijken dat zo fundamenteel voor de toekomst van de honkbalsport is. De daarin genoemde en zo gewenste topliga zal dit jaar dan ook beslist zijn beslag niet krijgen. En misschien komt die er wel nooit, want ook de hoofdklasseclubs zelf zijn niet eensgezind in hun optreden.

Met vacatures in het bondsbestuur, met een stagnerende ledenaanwas en met een gebrek aan sponsors moet de KNBSB een competitie in die cruciaal is voor de komende jaren. “Maar het vertrouwen in de bond bij de achterban is vrijwel zoek”, constateert een onderzoeksrapport.

Voor de KNBSB dient 1991 een sleuteljaar te worden. Niet alleen moet een aantrekkelijke competitie bezoekers, de media en sponsors opnieuw naar de honkbalvelden trekken, maar ook moet de nationale ploeg zich via het behalen van het Europese kampioenschap in Rome in augustus direct plaatsen voor de Olympische Spelen. Daar staat voor het eerst in de geschiedenis honkbal op het officiele programma. “Voor vertrouwen is echter cynisme in de plaats gekomen”, constateert het onderzoeksrapport. “Uitspraken als 'De KNBSB is een verzameling van praatzieke figuren' en 'De KNBSB? Plannen te over, maar daden ho maar', typeren op onmiskenbare wijze de grote afstand tussen de KNBSB en zijn achterban. In die sfeer staan de bestuurders van de KNBSB voor de zware taak een structuurwijziging door te voeren, die voor alle geledingen niet alleen vergaande consequenties heeft, maar van alle betrokkenen ook een belangrijke bijdrage vergt. Gelet op de broze relatie met de partijen zullen de KNBSB-bestuurders alle registers moeten opentrekken om de verdere ontwikkeling van de honkbalsport in Nederland succesvol te laten verlopen”, aldus het rapport.

De neuzen staan echter beslist niet allemaal een kant op. De hoofdklasseclubs willen desnoods met inschakeling van de rechter van de bond 50.000 gulden hebben, waarop zij recht menen te hebben uit televisie-inkomsten van vorig jaar. De KNBSB zegt daarentegen geen cent te hebben ontvangen, net als er ook nooit een dubbeltje is binnengekomen van de half miljoen die de vorige voorzitter voor de bond zou vergaren.

Men is zelfs met het bureau Top Sports Marketing, dat voor de sponsoring verantwoordelijk was, in een gerechtelijke procedure gewikkeld omdat de opbrengst nihil was, terwijl er wel een garantie was afgegeven.

De KNBSB zelf dreigt ook een hoofdklasseclub uit te sluiten van de competitie als die niet een achterstallige schuld heeft betaald. In die sfeer is het dan ook logisch dat het vorige week zaterdag maar weinig scheelde of de bond zou met een bestuurscrisis hebben gezeten.

Drie bestuursleden vonden het wantrouwen van een aantal bondsafgevaardigden toen zo groot, dat men niet meer tot concessies bereid was in de aanloop naar een eventuele topliga bij het softbal.

Een crisis kon worden voorkomen, maar ook de topliga bij het softbal staat nu zwaar op de tocht.

Henk den Duijn, burgemeester van Rozenburg en pas een week bondsvoorzitter, is zich er terdege bewust dat hij aan een zware taak is begonnen. “Ik heb de conclusies van het rapport bestudeerd en ben daar niet vrolijker van geworden. De financiele toestand van de bond is niet rooskleurig, ook al hebben we wel een sluitende begroting.

Bovendien is het jammer dat we nog zo weinig voor elkaar krijgen van het meerjarenplan. Dat had nu veel krachtiger ingezet moeten worden.

Iedereen is het erover eens dat dit plan goed is, het is in de bond breed uitgedragen en goedgekeurd, maar nu roept het toch weer kennelijk veel weerstanden op.

“Maar ik ben een realist”, vervolgt hij. “Wij hebben wat compromissen moeten sluiten. Honkbal mag niet afzakken tot een rariteitensport. Natuurlijk, het vertrouwen bij de achterban is ernstig geschaad, de communicatie intern en extern is onvoldoende, maar er is al zoveel verkeerd gegaan de laatste jaren dat het nu in feite alleen maar beter kan gaan.”